Plaatsing op een flespaal of aan een aanwezige lichtmast heeft de voorkeur uit het oogpunt van zichtbaarheid. Slechts indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld in voetgangersgebieden) kan het aanbrengen aan een gevel overwogen worden.
De afstand van de onderkant van een straatnaambord tot het voetpad moet minimaal 2,30 meter zijn. De bordlengte wordt bepaald door het aantal letters en de kapitaalhoogte. De minimale bordlengte bedraagt 500 millimeter en de maximale bordlengte 1200 millimeter.
Voorstraatnaamborden
Langs grootschalige verkeersaders kan behoefte zijn aan het aangeven van de straatnaam voor het kruispunt door middel van voorstraatnaamborden.Ook bij ongelijkvloerse kruispunten kunnen deze...