Waar een trap of een roltrap is, moet altijd een alternatief aanwezig zijn, zoals een lift of een hellingbaan. Vanaf een hoogteverschil van meer dan 2 meter gaat de voorkeur uit naar een lift boven een hellingbaan. Een lift dient bruikbaar te zijn voor mensen met een toegankelijkheidsvraag die niet zelfstandig het hoogteverschil kunnen overbruggen door gebruik te maken van de trap. Ook hulpdiensten met een brancard moeten gebruik kunnen maken van een lift.
Tabel 6.4 geeft de richtljnen voor liften op de halte weer (CROW, 2025a).
Tabel 6.4 De richtljnen voor liften op de halte (CROW, 2025a)
| Aspect | Richtlijn... |
|---|---|
| ... |