Het in- en uitstappen van een tram/metro is essentieel in het maken van een reis. Voor de toegankelijkheid van een voertuig moet de hoogte van het perron aansluiten op de vloerhoogte van de tram en metro, en moet de horizontale ruimte (spleetbreedte) tussen het perron en voertuig zo klein mogelijk zijn. Hiervoor bestaan andere richtlijnen die rekening houden met de verschillen in materieeltypen, zie voor meer informatie paragraaf 2.3.2.
De instap is altijd gelijkvloers. De tram of metro is zelf ook toegankelijk ingericht. Denk hierbij aan markering op deuren, rolstoelplaatsen, opvallende knoppen, heldere communicatie en voldoende mogelijkheden tot vasthouden....