In het algemeen worden drie pijlen achter elkaar per rijstrook aangebracht. De eerste pijl wordt geplaatst waar de opstelstrook zijn volledige breedte heeft. De positie van de derde pijl (nabij de stopstreep) is zodanig dat de schacht ervan start op 2 x de lengte van de pijlmarkering. Vanaf de start van de schacht van de derde pijl (dus die nabij de stopstreep) liggen doorgetrokken scheidingsstrepen die aansluiten op de stopstreep. Zie figuur 7.14 en figuur 7.15. Uit esthetische overwegingen worden alle pijlen op dezelfde hoogte geplaatst, zie figuur 6.1.
De pijlmarkeringen in opstelstroken hebben op...