Mini-AHOB
De standaard uitrusting van een overweg met mini-Ahob bestaat uit een Ahob-steller rechts van de weg die voorzien is van achterlichten.
Maatvoering
- Voor de algemene maatvoering, zie paragraaf 3.2.
Uitrijdopening
- De uitrijdopening van de gesloten overweg moet ter hoogte van de overwegboom tussen punt boom en schrikhek tenminste 2,00 m bedragen.
- Bij wegen smaller dan 4,00 m moet daarvoor aan de uitrijzijde tegenover de ahob-steller, direct aansluitend op de overwegbevloering, een strook grasbetonstenen naast de bestaande verharding worden gelegd. De breedte van de strook moet zodanig zijn dat de uitrijdopening alsnog 2 meter bedraagt. De lengte en breedte wordt verder mede bepaald door de situatie ter plekke en het gebruik.
[ link ]
Afbeelding 11 Boven: grasbetonstenen bij mini-ahob, om zo een minimale uitrijopening van 2 meter te maken. Onder: inrichting Mini-ahob
Combinatiemogelijkheden
- Voor meer opvallendheid van de overweg kan er ook voor gekozen worden om in plaats van achterlichten (de lichten aan de achterkant van een ahob-paal) aan de linkerzijde van de weg een RGP-paal met twee alternerend knipperende rode lichten zonder bel te plaatsen.
- Om de opvallendheid van een overweg te verbeteren, kan er een extra RGP-paal worden geplaatst op de (zij)weg naar de overweg toe.
[ link ]
Afbeelding 12 Mini-ahob met aan de linkerzijde van de weg een RGP-paal
Overig
- De rijbaan wordt bij treinpassage aan de inrijzijde van de overweg voor de helft afgesloten.
- Bij de ontwikkeling van de mini-ahob is met wegbeheerders afgesproken dat zij een doorgangsregeling instellen met behulp van de RVV-borden F5 en F6.