Beschrijving van de verkeersonveiligheid
Verkeersongevallen worden bepaald door twee factoren: risico en expositie. Het aantal ongevallen per voertuigkilometer wordt beschouwd als een systeemeigenschap. De overheid (wegbeheerder) biedt een bepaald verkeerssysteem aan, waarmee voorzien wordt in een verplaatsingsbehoefte. Dit verkeerssysteem bestaat in hoofdzaak uit een infrastructuur en een verkeerswet- en regelgeving. Dit systeem biedt inherent een bepaalde mate van (on)veiligheid en met dien verstande dat het gebruik ervan zal leiden tot ongevallen. De aantallen ongevallen zijn afhankelijk van de mate van gebruik (de expositie), de wijze van gebruik, de eigenschappen van de gebruikers (zie hoofdstuk 4), en externe factoren.
Verkeersonveiligheid heeft twee verschijningsvormen: objectieve en subjectieve verkeersonveiligheid. De objectieve verkeersonveiligheid wordt weergegeven in het aantal geregistreerde ongevallen. De subjectieve verkeersonveiligheid is gerelateerd aan het gevoel van de verkeersdeelnemers. Angst voor een verkeersongeval is hetzelfde als gevoelens van verkeersonveiligheid. Deze vorm van onveiligheid wordt door personen verschillend ervaren en is niet eenvoudig in cijfers uit te drukken. Wel moet subjectieve onveiligheid serieus worden genomen. Dit kan onder meer door de klachten te vergelijken met objectieve gegevens, zoals snelheidsen intensiteitsmetingen en geregistreerde ongevallen.
Voor een volledige beschrijving van de verkeersveiligheid zouden alle directe en indirecte gevolgen van verkeersongevallen in beschouwing moeten worden genomen.
De directe gevolgen worden ondervonden door bijvoorbeeld de mensen die bij ongevallen betrokken zijn. Maar veelal worden ook hun familieleden en kennissen daarbij niet gespaard voor schade en dat wordt niet of nauwelijks geregistreerd.
De indirecte gevolgen laten zich nog moeilijker meten. Het is bekend dat ongevallen invloed hebben op de mobiliteit en de ontplooiing van bepaalde groepen in de samenleving. Bejaarden bijvoorbeeld durven de straat niet meer op en ouders zien zich vaak genoodzaakt hun kinderen met de auto naar school te brengen.
De directe gevolgen worden ondervonden door bijvoorbeeld de mensen die bij ongevallen betrokken zijn. Maar veelal worden ook hun familieleden en kennissen daarbij niet gespaard voor schade en dat wordt niet of nauwelijks geregistreerd.
De indirecte gevolgen laten zich nog moeilijker meten. Het is bekend dat ongevallen invloed hebben op de mobiliteit en de ontplooiing van bepaalde groepen in de samenleving. Bejaarden bijvoorbeeld durven de straat niet meer op en ouders zien zich vaak genoodzaakt hun kinderen met de auto naar school te brengen.
De directe gevolgen van de verkeersongevallen worden in termen van letsel en materiële schade geregistreerd door de dienst Basisgegevens van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV/BG). Deze dienst baseert zich op de ongevallenregistratie door de politie, maar het werkelijke aantal ongevallen is groter dan uit deze officiële cijfers blijkt. Doordat de politie bij minder ernstige ongevallen minder vaak de afwikkeling van het ongeval verzorgt, zijn van deze ongevallen geen gegevens bekend.
Om toch inzicht in het werkelijke aantal ongevallen te krijgen, hebben de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) een ophoogmethodiek geformuleerd, waarmee de werkelijke verkeersonveiligheid in Nederland kan worden bepaald. Voor deze methodiek worden onafhankelijke databestanden gebruikt.
De registratiegraad neemt af naarmate de ernst van de verwondingen minder is (zie tabel 7-1). Ongevallen waarbij geen motorvoertuigen betrokken zijn, worden minder compleet geregistreerd.
Conclusie: de verkeersonveiligheid laat zich beschrijven in termen van het aantal geregistreerde verkeersslachtoffers. Deze registratie is tot op zekere hoogte representatief te noemen. De aandacht voor de ‘verkeersleefbaarheid’ levert voldoende argumenten op om bij het wegontwerp niet voorbij te gaan aan de gevolgen van de onveiligheidsgevoelens. Vooralsnog kan alleen kwalitatief rekening worden gehouden met de invloed op het verkeersgedrag bij de weggebruikers en met de invloed op hun activiteitenpatroon.
Tabel 7-1. Registratiegraad verkeersslachtoffers 1999
| Letselernst | Geregistreerd aantal | Opgehoogd aantal | Registratiegraad |
| verkeersdoden | 1.163 | 1.163 | 100% |
| ziekenhuisgewonden | 12.388 | 19.410 | 64% |