Obstakels en botsveilige objecten
De aard van het vaste voorwerp in termen van massa en stabiliteit of starheid is bij de aanrijding bepalend voor de voertuigvertraging en het voertuiggedrag. Hoe groter de voertuigvertragingen en de krachten zijn die zich tijdens en na de botsing voordoen op een inzittende, hoe groter de kans op letsel. Afhankelijk van de optredende vertragingen zijn de volgende vaste voorwerpen te onderscheiden:
- botsveilige of botsvriendelijke objecten: de vertraging is kleiner dan de vertraging bij de aanrijding van een afschermingsvoorziening;
- obstakels: de vertraging is groter dan de vertraging bij aanrijding van een afschermings voorziening.
Botsveilig object
Botsveilige objecten zijn vaste voorwerpen die bij aanrijding een gering (letsel-)risico opleveren. De aan botsvriendelijke objecten te stellen eisen zijn opgenomen in de norm NEN-EN 12767. Voorbeelden van botsvriendelijke objecten zijn:
- stalen lichtmasten met een breekconstructie;
- aluminium lichtmasten met een lichtpunthoogte lager dan 10,00 m;
- struikgewas of bomen waarvan de stamdiameter kleiner is dan 0,08 m;
- opsluitbanden en goten met hoogteverschillen lager dan 0,07 m;
- verkeersborden en lage wegwijzers (verkeersvoorzieningen met een botsveilige ondersteuning danwel een breekconstructie).
Obstakel
Obstakels zijn vaste voorwerpen die bij een aanrijding een groot (letsel-)risico opleveren. Ook ontwerp elementen van het dwarsprofiel zoals taluds en sloten zijn bij een bepaalde geometrie een obstakel. In beginsel moeten onafgeschermde obstakels altijd als gevarenzones worden aangemerkt. Wanneer de gevarenzone binnen de obstakelvrije zone ligt, komt deze in beginsel in aanmerking voor maatregelen. Voorbeelden van obstakels zijn:
- masten of kolommen van lijnverlichting, portalen en uithouders;
- stalen lichtmasten en reclamepanelen zonder breekconstructie;
- aluminium lichtmasten met een lichtpunthoogte hoger dan 10,00 m;
- pijlers of wanden van kunstwerken;
- bomen, stamvormend struikgewas met een diameter groter dan 0,08 m;
- abrupte hoogteverschillen meer dan 0,07 m, zoals opsluitbanden, afwateringsgoten en verhardingsranden;
- geluidsschermen.