Besliswegwijzers
Informatie op beslissingswegwijzers langs autosnelwegen
De informatie op de besliswegwijzers bestaat uit:
- bij aansluitingen: het afritsymbool met nummer en de namen van de geografische doelen in afslaande richting.
- bij knooppunten: de namen van de netwerkdoelen van de doorgaande en de afslaande richtingen en de weg- en routenummers.
- bij verzorgingsplaatsen: de P-aanduiding, de naam van de verzorgingsplaats, pictogram(men) van de aanwezige voorziening(en).
Vormgeving van beslissingswegwijzers langs autosnelwegen
De ontwerpregels waaraan de wegwijzers langs autosnelwegen moeten voldoen zijn opgenomen in hoofdstuk 1 (kleur en lettertype) en 2 (overige kenmerken), met uitzondering van de ontwerpregels voor pijlen op voorwegwijzers.
Pijlen op beslissingswegwijzers langs autosnelwegen
De pijlen op de besliswegwijzers hebben in principe een korte stok (‘actiepijl’) met tapsuitlopende stokbreedte (zie figuur 4.7 ROA 302).
Bij gebruik van de gecombineerde pijl bij taperuitvoering en hebben de pijlen van de doorgaande richting een langere stok met overal een gelijke stokbreedte (zie figuur 4.8 ROA 302).
De pijlen op besliswegwijzers wijzen voor de doorgaande richting recht omhoog en de pijlen van de afslaande richting schuin omhoog in een hoek van 45 graden. De pijlen zelf zijn recht. De plaats van de pijl is onderaan het bord (links, rechts of midden)als deze boven de rijbaan hangt. Staat de besliswegwijzer naast de rijbaan dan wordt de pijl rechts bovenaan geplaatst .
De pijlen op de besliswegwijzers hebben in principe een korte stok (‘actiepijl’) met tapsuitlopende stokbreedte (zie figuur 4.7 ROA 302).
Bij gebruik van de gecombineerde pijl bij taperuitvoering en hebben de pijlen van de doorgaande richting een langere stok met overal een gelijke stokbreedte (zie figuur 4.8 ROA 302).
De pijlen op besliswegwijzers wijzen voor de doorgaande richting recht omhoog en de pijlen van de afslaande richting schuin omhoog in een hoek van 45 graden. De pijlen zelf zijn recht. De plaats van de pijl is onderaan het bord (links, rechts of midden)als deze boven de rijbaan hangt. Staat de besliswegwijzer naast de rijbaan dan wordt de pijl rechts bovenaan geplaatst .
Besliswegwijzers zijn voorzien van een korte pijlfiguratie voor de doorgaande en de afslaande richting; bij verzorgingsplaatsen alleen een pijlconfiguratie van de afslaande richting.
Plaats van beslissingswegwijzers
In Tabel zijn de afstanden in het lengteprofiel waarop de beslissingswegwijzers worden geplaatst opgenomen.
Tabel : plaats van beslissingswegwijzers in het lengteprofiel van de autosnelweg
| Situatie | Plaatsingsafstanden van het aankondigingenbord ten opzichte van de aan te kondigen situatie |
| bij een uitvoeging | nabij het nulpunt |
| bij een uitvoeging met taper | nabij het nulpunt en 25 m voor het divergentiepunt |
| bij een splitsing | nabij het nulpunt (350 m voor het divergentiepunt) |
| een splitsing met taper | nabij het nulpunt (375 m voor het divergentiepunt) en een tweede besliswegwijzer op 25 m voor het divergentiepunt |
| een weefvak | nabij het nulpunt (100 m voor het divergentiepunt). |