Twee fasen contract en aanbesteden: een unieke combinatie
De Bouwteamovereenkomst, het bekendste voorbeeld van een twee fasen contract, heeft al een lange geschiedenis en wordt doorgaans gekarakteriseerd als een voorschakel op de totstandkoming van een gebruikelijke overeenkomst (UAV of UAV-GC). Toch onderscheidt het twee fasen contract, zoals we dat hiervoor gedefinieerd hebben, zich principieel van alle andere contractvormen. Alleen bij het twee fasen contract wordt éérst de opdrachtnemer gekozen en wordt pas daarna, in gezamenlijkheid, de opdracht voor de uitvoering verder vormgegeven, inclusief de bijbehorende prijs.
Natuurlijk zijn er andere contractvormen waarin samenwerking voorop staat, zoals bijvoorbeeld de alliantie. Deze vormen zijn niet beter of slechter dan een twee fasen contract, maar verschillen er in die zin van, dat een dergelijke alliantieovereenkomst zelf niet het resultaat is van een gezamenlijke (ontwerp)fase, zoals dat bij gefaseerde contracten wel het geval is.
Wanneer er aanbesteed moet worden, wordt dit verschil bepalender. Zonder aanbestedingsplicht staat het partijen immers vrij om ook over de modaliteiten van bijvoorbeeld een UAV-GC-contract of een alliantiecontract vrijelijk van gedachten te wisselen. En daar gezamenlijk besluiten over te nemen. Het fair play beginsel verhindert dit bij aanbestedingen. Het vormgeven van het contract waarin (mede) de uitvoering geregeld is, in welke vorm ook, blijft het domein van de aanbesteder. Het vormt de vraag waarop de inschrijver bij aanbesteding een onvoorwaardelijk antwoord moet geven.
Overigens past hierbij enige nuance: dankzij voorschrift 3.9B van de Gids Proportionaliteit zouden potentiële inschrijvers bij elke aanbesteding de kans geboden moeten worden om suggesties te doen voor aanpassingen aan de conceptovereenkomst of om af te wijken van de inkoopvoorwaarden.
Overigens past hierbij enige nuance: dankzij voorschrift 3.9B van de Gids Proportionaliteit zouden potentiële inschrijvers bij elke aanbesteding de kans geboden moeten worden om suggesties te doen voor aanpassingen aan de conceptovereenkomst of om af te wijken van de inkoopvoorwaarden.
Er zijn ook weer aanbestedingsprocedures die de interactie bevorderen. De concurrentiegerichte dialoog is daarvan het meest aansprekende voorbeeld. Deze procedure maakt zeker meer interactie mogelijk tussen aanbesteder en inschrijvers. Toch geldt ook voor deze vorm dat het uiteindelijk de aanbesteder is die, binnen de grenzen van Gids Proportionaliteit, bepaalt wat er in de finale uitvraag komt te staan, op basis waarvan de laatste stap in de concurrentie plaatsvindt. Een gezamenlijke, post-concurrentiële ontwerpfase, waarin het realisatiecontract gezamenlijk wordt vormgegeven, zo kenmerkend voor het twee fasen contract, maakt van al deze constructies geen onderdeel uit.
In een figuur weergegeven ziet dat er als volgt uit:
1. Reguliere aanbesteding, bijv. UAV-of UAV-GC-contract
2. Aanbesteding Twee fasen contract
Deze figuur maakt het wezenlijke verschil van het aanbesteden van een twee fasen contract ten opzichte van andere bouworganisatie- en aanbestedingsvormen duidelijk. Bij twee fasen aanbestedingen ligt (een deel van) het ontwerp bij aanbesteding niet vast en wordt dit in samenwerking uitgewerkt tot de best passende ontwerpoplossing binnen de gestelde kaders. Daarmee biedt het veel mogelijkheden voor innovatie en optimalisatie, en legt het de basis voor een goede samenwerking in het gehele project. Tegelijkertijd levert het plaatje een hoop vragen op:
- Voldoet een dergelijke aanbesteding wel aan de Europese Aanbestedingsregels?
- Hoe een acceptabele prijsvorming te bereiken?
- Hoe de meest geschikte partij te kiezen?
- Hoe te besluiten over het go / no go moment?
Het zijn precies deze vragen waarvoor in deze handreiking een antwoord gezocht wordt.