Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Diepwanden
Deze tekst is gepubliceerd op 14-05-22

Diepwandvoegen

Een diepwand bestaat uit tegen elkaar gestorte panelen, met daartussen diepwandvoegen. Er zijn voorzieningen nodig om deze goed sluitend te maken. Hiertoe worden in de panelen aan de zijden waar nog geen aansluiting met een reeds gestort paneel gemaakt is, stalen voegprofielen geplaatst (zie fig. 31).
[ link ]

Figuur 31. Stalen voegprofielen

Deze voegprofielen of voegmallen hebben een breedte die ongeveer gelijk is aan de sleufbreedte en worden verticaal geplaatst zodra er ontgraven is. Op deze wijze ontstaat een strakke verticale voeg, nadat het profiel is verwijderd.
Omdat er geen doorgaande wapening is en in de aansluiting altijd een vervuiling in de vorm van een bentonietfilm achterblijft is de overdracht van dwarskracht beperkt en is de voeg gevoelig voor lekkages. In het buitenland zijn er voorbeelden te vinden van voorzieningen voor het realiseren van een doorgaande wapening. De kosten van dergelijke voorzieningen zijn echter dermate hoog, dat hier verder niet op wordt ingegaan.
Bij de toepassing van een diepwandfrees worden meestal geen voegprofielen toegepast. Bij de aansluiting van panelen wordt dan een overmaat van enkele decimeters weggefreesd om een ruwe aansluiting te verkrijgen. Ook deze voegen hebben een beperkte dwarskrachtoverdracht en zijn gevoelig voor lekkages.
Om genoemde beperkingen en gevoeligheden zo veel mogelijk te reduceren is het belangrijk dat voegprofielen sterk en stijf zijn. Niet alleen om betondruk tijdens de stortfase te weerstaan, maar ook geconcentreerde lasten optredend bij het verwijderen van de voegprofielen te kunnen opnemen. Vanzelfsprekend dienen de verticale vlakken recht te zijn. Om omloopbeton zoveel mogelijk tegen te gaan mag de breedte slechts enkele centimeters kleiner zijn dan de sleufbreedte.