Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfalt in de weg- en waterbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 19-12-20

Bepaling versterking

Als de structurele restlevensduur kleiner is dan de herontwerpperiode, met andere woorden als het aantal te verwachten lastherhalingen meer is dan het toelaatbare aantal lastherhalingen voor de huidige constructie voor verleden en toekomst samen, moet de verhardingsconstructie worden versterkt. Dat betekent dat het toelaatbaar aantal lastherhalingen voor verleden en toekomst samen moet worden vergroot. Vaak wordt in deze berekening de toelaatbare hoeveelheid schade iets vergroot. Doorgaans is de toelaatbare hoeveelheid structurele schade in de ontwerpfase 15% en na versterking 20%. Dit houdt in dat het toelaatbaar Minergetal na versterking iets hoger is dan voor versterking. De berekening ziet er voor het ontwerpcriterium vermoeiing asfalt als volgt uit:
waarbij
n2,o = verwacht aantal lastherhalingen in de herontwerpperiode;
N2 = toelaatbaar aantal lastherhalingen verharding na versterking;
M1 = Minergetal fase 1 (= reeds geconsumeerde sterkte);
Mt2 = toelaatbaar Minergetal voor gekozen toelaatbare schade verharding na versterking;
F = veldkalibratiefactor of modelfout.
Uit de evaluaties van de draagkracht van asfaltwegen blijkt dat vrijwel altijd de combinatie van optredende asfaltrek en de weerstand tegen vermoeiing van het asfalt in de onderlaag maatgevend is voor de te behalen restlevensduur.
Door het aanbrengen van een versterkingslaag, ook overlaag genoemd, wordt niets gedaan aan de hoeveelheid scheurvorming die aan de onderkant van de asfaltlaag aanwezig is. De overlaag werpt alleen een barrière op tegen het ontstaan van nieuwe scheuren en het doorgroeien van bestaande scheuren. Uiteraard vermindert de overlaag ook de rek onderin het asfalt en daarmee de kans dat daar nog meer scheurvorming ontstaat.
Anders ligt het als de combinatie van stuik bovenin de onderfundering of ondergrond en de weerstand tegen permanente vervorming van die lagen maatgevend is. In dat geval is sprake van permanente vervorming. Die vervorming openbaart zich aan het wegoppervlak als secundaire spoorvorming. Deze spoorvorming, die niet in de asfaltlaag zit, is herkenbaar aan een heel breed dwarsprofiel (zie Figuur 131). Deze vervorming (= schade) kan juist wel worden weggenomen door middel van uitvullagen. De overlaag vergroot daarna de weerstand tegen verdere ontwikkeling van de permanente vervorming. Na het aanbrengen van de overlaag is er dus als het ware sprake van een rehabilitatie. De vorige levensfasen tellen niet meer mee.
[ link ]

Figuur 131 Secundaire spoorvorming