Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfalt in de weg- en waterbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 21-12-20

Constructies en materialen

Toegangswegen en erfverhardingen
Op toegangswegen, erfverhardingen en opslagplaatsen komt veel wringend verkeer voor. De verhardingen moeten daarom altijd worden voorzien van een dichte deklaag (zie Figuur 162). Door toepassing van mengsels met een maximale korrelafmeting van 8 of 11 mm kan een dicht, sterk oppervlak verkregen worden. Dit is bovendien goed bestand tegen mechanische aantastingen, gemakkelijk te reinigen, hygiënisch en duurzaam, en relatief eenvoudig uit te voeren. Voor verdere detaillering en uitwerking wordt verwezen naar [133].
[ link ]

Figuur 162 Erfverharding in asfalt

Op plaatsen waar veel olie en dergelijke wordt gelekt, zoals bij stallingplaatsen van voertuigen en bij opslagplaatsen van olie, kan aantasting worden tegengegaan door het aanbrengen van een coating of toepassing van polymeer gemodificeerd asfalt.
Op wegen waar geen wringend verkeer voorkomt, bijvoorbeeld op kavelwegen, kan de deklaag soms worden vervangen door een oppervlakbehandeling, mits de verhardingsdikte voldoende is.
De opbouw van de verhardingsconstructie wordt in belangrijke mate bepaald door de draagkracht van de ondergrond. Deze is sterk afhankelijk van het vochtgehalte; een goede drooglegging verdient dus aandacht. Afhankelijk van de aanwezige ondergrond zullen verschillende dikten en methoden van grondverbetering nodig zijn. Als voorbeelden kunnen worden gegeven:
  • 300 tot 500 mm zand voor zandbed op een slecht draagkrachtige zand-, leem- of kleigrond;
  • ongeveer 500 mm menggranulaat of licht ophoogmateriaal op veengronden en slappe klei, eventueel in combinatie met een scheidingsvlies;
  • een tussenvorm van beide met een minimaal 200 mm dikke steenfundering.
Opslagplaatsen
Tijdens de opslag van mest, snijmaïs en kuilgras kunnen deze producten sappen afscheiden die stoffen (zuren) bevatten in voor de bodem schadelijke concentraties (zie Figuur 163). Asfalt zelf is goed bestand tegen dergelijke zuren, op voorwaarde dat de juiste bouwstoffen voor het asfalt worden gebruikt. Zuurbestendig asfalt bevat geen kalkhoudend mineraal aggregaat en er wordt vulstof op basis van vliegas in gebruikt. In het algemeen worden opslagplaatsen voor de agrarische sector fysiek niet zwaar belast. Het ontwerp van de constructie wordt dan ook in het algemeen slechts bepaald door de eis dat de vloer vloeistofdicht en goed aan te leggen moet zijn. Een dubbele beveiliging met een speciaal drainagesysteem is normaliter niet nodig.
[ link ]

Figuur 163 Opslag van kuilvoer

Het opnemen en/of transporteren van kunstmest, natuurlijke mest, kuilvoer en producten als aardappelen, bieten en dergelijke uit de opslag gebeurt meestal met een laadschop voorzien van tanden of een snijmes. De kans op mechanische beschadiging van de vloer is daarbij altijd aanwezig. Door toepassing van bijvoorbeeld AC 8 surf wordt deze kans, vanwege de fijne textuur, geminimaliseerd. Als het opnemen van de materialen en het stallen van de laadschop zorgvuldig gebeuren, zal vrijwel geen mechanische beschadiging optreden. Grote puntlasten moeten worden vermeden door drukverdelende platen toe te passen.
Melkveehouderij en intensieve veehouderij
Op en bij verhardingen waarop vee loopt mag nooit een oppervlakbehandeling worden toegepast maar altijd een dichte deklaag asfaltbeton. Bij oppervlakbehandelingen zullen in de loop van de tijd altijd steentjes losraken. Bij veehouderijen kunnen deze steentjes in de hoeven van dieren dringen.
Koeienmest en klei vertonen tijdens het opdrogen een sterke krimp. Als deze materialen zich aan de asfaltverharding kunnen hechten, kan door de krimp een beschadiging van het asfaltoppervlak ontstaan. Dit verschijnsel kan worden tegengegaan door te zorgen voor een dichte oppervlaktextuur met AC 8 surf of AC 11 surf.
De belasting van kuilvoer in de melkveehouderij is gelijkmatig verdeeld en statisch. Een asfaltverharding in de kuilopslag of sleufsilo vergemakkelijkt machinale aan- en afvoer van het kuilvoer met de kuilvoersnijvork. Omdat de vrijkomende sappen erg zuur zijn, moeten in de asfaltmengsels zuurbestendige aggregaten en vulstoffen worden gebruikt. Dit betekent dat de in Nederland gebruikelijke toeslagmaterialen kunnen worden toegepast, zij het dat geen vulstof met een gehalte van meer dan 60% calciumcarbonaat moet worden gebruikt maar vulstof op basis van vliegas of kwartsmeel. Bitumen is bestand tegen de meeste zuren, zoals melkzuren, ureum en dergelijke. Aan de onderliggende lagen (zandbed, steenfundering) moet voldoende zorg worden besteed om zettingen en daarmee plasvorming te voorkomen. Bij een kuilvoeropslag waar zelfvoedering plaatsvindt, moeten specifieke, zeer bestendige en dichte asfaltmengsels worden toegepast.
Tuinbouw, bloem- en boomkwekerijen
Bij de glasteelt kunnen gedurende lange tijd relatief hoge temperaturen optreden. Naast die hoge temperaturen zal een binnenvloer ook langdurig aan puntbelastingen van pallets of kweekopstellingen op poten worden blootgesteld (zie Figuur 164). In dat geval moet de contactdruk, eventueel door onderslagen, tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht. De constructie kan in dat geval bestaan uit een dichte deklaag van 25 tot 30 mm AC 8 surf of AC 11 surf op een onderlaag van 70 mm AC 22 base en een zandbed. Daarnaast worden waterdichte vloeibekkens gebruikt die nauwelijks worden belast.
[ link ]

Figuur 164 Gebruik van asfalt in de tuinbouw