Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfalt in de weg- en waterbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 19-12-20

Controle op verwerking van asfalt

Het is aan de aannemer om aan de hand van een door hem opgesteld kwaliteitsplan aan te geven hoe hij omgaat met de aspecten die in relatie staan tot het behoorlijk uitvoeren van het werk met de CE-gemarkeerde asfaltspecie. Hij moet waarborgen dat het asfalt in de weg voldoet aan de eigenschappen die in het typeonderzoek zijn vastgesteld. Een dergelijk kwaliteitsplan kan onder meer betrekking hebben op de uiteindelijke laagdikte, het percentage holle ruimte en de verdichtingsgraad, maar ook op de stroefheid en de vlakheid. Deze parameters worden beïnvloed door de uitvoering van het werk.
Voor de controle op stroefheid en vlakheid worden in situ metingen uitgevoerd; voor de controle op de andere parameters worden kernen met een diameter van 100 mm geboord en in het laboratorium beproefd.
De verdichtingsgraad kan in de weg op niet-destructieve wijze, worden gecontroleerd met een nucleaire dichtheidsmeter (zie Figuur 119). Met deze apparatuur kan zowel op juist aangebracht warm asfalt als op een al lang afgekoelde laag de dichtheid worden gemeten. Vergelijking met de referentiedichtheid levert de verdichtingsgraad op. Het meetresultaat is na ongeveer twee minuten beschikbaar. Door tijdens het walsen te meten, kan worden vastgesteld met welke walsprocedure een optimaal verdichtingresultaat wordt bereikt. De nucleaire meetapparatuur wordt voor asfalt in hoofdzaak voor de bedrijfscontrole gebruikt.
[ link ]

Figuur 119 Meting dichtheid asfalt met nucleaire apparatuur

Op de asfaltspreidmachine moet een lichtmetalen rei van 3 m lengte aanwezig zijn voor de controle op vlakheid. Door regelmatige metingen kunnen hiermee tijdig fouten of incidentele storingen in de automatische hoogteregelingsapparatuur van de asfaltspreidmachine worden gesignaleerd. De rei is ook een handig hulpmiddel voor de juiste hoogteafwerking van dwars- en langsnaden.
De stroefheid wordt in de bedrijfscontrole niet gemeten vanwege de aard van de meting. Het asfalt is kort na aanleg nog te heet en meestal is onvoldoende ruimte beschikbaar voor het uitvoeren van een meting met 50 km/h of sneller (zie 15.5). Een voldoende hoge initiële stroefheid kan worden gerealiseerd door toevoeging van ruwe, niet voor polijsting gevoelige bouwstoffen aan het asfalt of door het wegoppervlak tijdens het verdichtingsproces op een juiste manier af te strooien met een geschikt afstrooimiddel (zie 6.6).