Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfalt in de weg- en waterbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 16-12-20

Relatie tussen eigenschappen bouwstof en mengselgedrag

De verschillende bouwstoffen en combinaties van bouwstoffen hebben eigenschappen die op een of andere wijze het gedrag van het asfaltmengsel beïnvloeden. Het is voor de ontwerper noodzakelijk deze relaties te kennen, zodat er bij het mengselontwerp rekening mee gehouden kan worden. Tabel 28 toont de relaties tussen bouwstof en eigenschappen van het asfaltmengsel.
Uiteraard kan slechts een algemeen beeld worden gegeven. Niet alle eigenschappen zijn bijvoorbeeld van even grote invloed op het genoemde mengselgedrag. In dit opzicht is ook het soort asfaltmengsel van belang. In de volgende paragrafen zullen de eigenschappen van de bouwstoffen en hun invloed op het mengselgedrag voor de verschillende mengsels nader worden toegelicht.
Tabel 28 Overzicht van invloed bouwstof op gedrag van asfaltmengsel
Bouwstof Eigenschap Invloed op mengselgedrag
Gebroken materiaal Oppervlakteruwheid Hogere stabiliteit (inwendige wrijving), moeilijker te verdichten
Aandeel grof mineraal aggregaat Steenskelet Goede stabiliteit, weerstand tegen vervormingen
Soort zand: grof-fijn enz. Specifiek oppervlak-filmdikte bitumen Levensduur, verwerking
Korrelverdeling zand Stabiliteit zandfractie Stabiliteit
Opvulling van het steenskelet
Type en soort vulstof Hechting bitumen/omhulling Levensduur
Grof mineraal aggregaat invloed op stijfheid mortel Stabiliteit, verwerking, verdichting
Aandeel vulstof + bitumen (mortel) Opvulling holle ruimte grof mineraal aggregaat Stabiliteit, vervorming, verwerking, verdichting
Omhulling/hechting grof mineraal aggregaat Levensduur
Verhouding vulstof/bitumen Stijfheid mortel Viscositeit mengsel, stabiliteit,verwerking, verdichting
Gradering mineraal aggregaat Filmdikte bitumen Levensduur, verwerkbaarheid, scheurweerstand
Stabiliteit-opneemvermogen Stabiliteit
Gebroken mineraal aggregaat
Het gebruik van gebroken mineraal aggregaat in plaats van rond materiaal maakt asfalt stabieler. Dit komt door de vorm en de grote oppervlakruwheid van gebroken materiaal, waardoor de inwendige wrijving in het asfaltmengsel toeneemt. Het ruwe oppervlak heeft als bijkomend voordeel dat bitumen hier beter aan hecht dan aan een gladder oppervlak. Hierdoor is de weerstand tegen stripping groter. Uiteraard is de ruwheid van het aggregaat ook van belang voor de stroefheid van het wegdek. Mengsels met meer gebroken materiaal zijn moeilijker te verdichten. AC surf met puur brekerzand vraagt in dit opzicht alle aandacht.
Korrelverdeling
Asfaltmengsels moeten hun stabiliteit grotendeels ontlenen aan een hoge inwendige wrijving. Deze kan worden bereikt door te zorgen voor een zeer dichte korrelstapeling, waarbij het aantal contactpunten tussen de deeltjes van het mineraal aggregaat relatief groot is. De holle ruimte van dergelijke dichte mengsels is echter gering, zodat de kans op overvulling betrekkelijk groot is (zie ook 4.6.3). In dat geval zal de mengselstijfheid gering zijn. Als oplossing wordt de mortelstijfheid verhoogd door het terugbrengen van het bitumenpercentage en/of het gebruik van een sterkere vulstof. Deze ingreep heeft tot gevolg dat de verwerkbaarheid en de levensduur ongunstig worden beïnvloed.
Voor het verkrijgen van asfaltmengsels met voldoende levensduur en toch een redelijk hoge holle ruimte in het mineraal aggregaat worden tegenwoordig steeds vaker steenrijke asfaltmengsels gebruikt. Hierbij zorgt het grove mineraal aggregaat feitelijk voor het korrelskelet. De mastiek, dat vanwege het betrekkelijk geringe specifieke oppervlak van dit aggregaat al snel in voldoende mate aanwezig is, moet dan zorgen voor de omhulling van het grovere materiaal met inachtneming van het uiteindelijk gewenste percentage holle ruimte.
Korrelafmeting
Hoe groter de maximumkorrelafmeting, des te groter de weerstand tegen blijvende vervorming van het asfaltmengsel en des te grover de potentiële macrotextuur. In dat geval is het specifiek oppervlak van het mineraal aggregaat, en daarmee de mogelijkheid bitumen vast te houden, des te kleiner. De benodigde laagdikte om het asfaltmengsel goed te kunnen verdichten, wordt groter en de gevoeligheid voor ontmenging neemt toe. Uit praktische overwegingen, onder meer wat betreft verwerkbaarheid, korrelvorm en prijs, is de maximumkorrelafmeting voor steenslag beperkt: voor toepassing in deklagen tot 16 mm, in tussenlagen en onderlagen tot 22 mm. Asfaltmengsels met een steenslag tot 32 mm in de onderlaag worden nog maar sporadisch toegepast in Nederland. Als stelregel geldt dat de minimum laagdikte 2,5 x de nominale korreldiameter bedraagt.
Zandsoort en zandgradering Het soort zand dat in het asfaltmengsel wordt gebruikt, heeft relatief veel invloed op het benodigde bitumengehalte. Het gebruik van discontinu gegradeerde grovere zanden met betrekkelijk weinig of geen fijn materiaal leidt in het algemeen tot meer holle ruimte in het korrelskelet. Vooral zand 1 (zie 3.3.2) heeft een gunstig effect op het toe te passen bitumenpercentage. Zand 5 moet voor het gebruik in alle soorten asfalt worden ontraden, omdat daarmee een veel te schrale mortel wordt verkregen. Het mengsel wordt ontmengingsgevoelig en leidt tot een moeilijk te verdichten asfalt met een beperkte duurzaamheid. Paragraaf 3.3.1 bevat een karakterisering van de diverse zanden.