Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfalt in de weg- en waterbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 23-12-20

Stroefheidsmetingen

Voor het meten van de stroefheid van asfaltwegdekken worden in Nederland verschillende methoden gebruikt. Bij het meten van stroefheid moet onderscheid worden gemaakt tussen stroefheid onder natte omstandigheden (verder natte stroefheid genoemd) en stroefheid van droge wegdekken (verder droge stroefheid of meting droge remvertraging genoemd).
De stroefheid van wegen onder natte omstandigheden is altijd minder dan die onder droge omstandigheden. Uit ongevallenstatistieken blijkt dat onder natte omstandigheden naar verhouding veel meer ongelukken gebeuren. Om die reden worden grenswaarden gesteld aan de stroefheid van wegdekken onder natte omstandigheden (zie hoofdstuk 11). Bij dichte asfaltwegdekken is de stroefheid bij droog weer vrijwel altijd ruim voldoende. Bij steenskeletmengsels (steenmastiekasfalt, zoab, dunne geluidreducerende deklagen) kan de stroefheid onder droge omstandigheden, zeker kort na aanleg, echter te laag zijn voor een voldoende veilige verkeersafwikkeling. Op die deklagen wordt daarom de droge stroefheid (droge remvertraging) gemeten.