Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Asfaltwapening
Deze tekst is gepubliceerd op 07-11-16

Bijlage 4 Frezen van onderliggende constructie

Bij het koud frezen van asfalt kunnen verschillende freesrollen worden ingezet:
  • Een ‘normale’ freesrol met een groefafstand van meestal 15 mm. Hiermee kan theoretisch een profieldiepte (hoogteverschil top-dal) van ≤ 5 mm worden bereikt.
  • Een ‘fijne’ freesrol met een groefafstand van meestal 8 mm en een theoretische profieldiepte van ≤ 3 mm.
  • Een ‘micro-fijne’ freesrol met een groefafstand van meestal 5 mm en een theoretische profieldiepte van ≤ 2 mm.
Bij alle soorten freesrollen zijn de hoogteverschillen top-dal in de praktijk vaak groter dan bovengenoemde theoretische profieldieptes. Dit komt bijvoorbeeld voor bij asfalt met grote korrels, als het oude asfalt slecht van kwaliteit is, of als vlak boven een bestaande laagscheiding wordt gefreesd. Ook de aansluiting van verschillende freesbanen kan hoogteverschillen opleveren.
Fijne freesrollen zijn in Nederland beschikbaar en hebben een freesdiepte van 6 à 8 cm. De kosten voor de inzet van deze freesrollen zijn hoger dan voor het gebruik van normale freesrollen. De fijne freesrollen moeten apart gemonteerd en gedemonteerd worden en het vervangen van de beitels kost meer tijd. Bij dieper frezen dan zo’n 6 cm moet in meerdere werkgangen worden gefreesd. Een micro-fijne rol moet anno 2016 speciaal in Duitsland worden gehuurd. De freesdiepte is beperkt tot 1 à 3 cm.
De Standaard RAW Bepalingen 2015 stellen aan (normaal) freeswerk de volgende eisen:
  • In het gefreesde oppervlak ontstane groeven mogen niet smaller dan 10 mm en niet dieper dan 3 mm zijn.
  • Plaatselijke verdiepingen of verhogingen mogen ten hoogste 6 mm bedragen.
  • De afwijking van het gewenste langs- en dwarsprofiel mag ten hoogste 6 mm bedragen.
De RAW eis aan groefbreedte sluit in principe een fijne of micro-fijne freesrol uit, wat voor niet-stalen asfaltwapening niet gewenst is. De werkgroep adviseert CROW om dit aan te passen in de Standaard RAW Bepalingen, en adviseert schrijvers van bestekken en vraagspecificaties om hiermee rekening te houden, zolang de Standaard RAW Bepalingen niet zijn aangepast.
De eis aan plaatselijke verdiepingen of verhogingen accepteert in feite een totale profieldiepte (hoogteverschil top-dal) van 12 mm. Ondanks de schijnbaar ruime marge ten opzichte van de theoretische profieldiepte is het niet vanzelfsprekend dat deze eis in de praktijk wordt gehaald, zeker bij grofkorrelig oud asfalt van matige kwaliteit. Ook bij aansluiting van freesbanen kunnen grotere hoogteverschillen optreden bij onzorgvuldige uitvoering.
De eis aan de afwijking van het gewenste profiel wordt beschouwd als eis aan het gemiddelde niveau van het freesvlak, wat ook de referentie is voor de plaatselijke afwijkingen.
[ link ]

Figuur 44. Toleranties (normaal) freeswerk volgens Standaard RAW Bepalingen 2015.