Toevoegen van additieven
Een tweede alternatief is het toevoegen van additieven. Er wordt een onderscheid gemaakt in producten die viscositeit van het bitumen verlagen en producten die de oppervlaktespanning tussen bitumen en steen verlagen.
- Viscositeitverlagers zijn stoffen die de viscositeit van bitumen verlagen. Dit maakt het bitumen vloeibaarder bij lagere temperaturen en gemakkelijker om te verwerken.
- Bij toepassing van een viscositeitverlager voor productie bij lagere temperaturen, mag die viscositeitverlaging na aanleg van het asfalt niet voortduren, want dan is na aanleg het bitumen nog steeds zacht en dus vervormingsgevoelig en minder stijf. Om dat tegen te gaan zijn er enkele opties: - Additieven die alleen boven een bepaalde temperatuur de viscositeit verlagen, zoals was-achtigen. Bij temperaturen boven hun smeltpunt verlagen deze de bitumen-viscositeit, waardoor het asfaltmengsel bij lagere temperaturen kan worden geproduceerd en verwerkt. Bij het afkoelen onder hun smeltpunt blijven ze eerst nog vloeibaar in het asfaltmengsel. Maar nadat het asfalt is aangelegd kristalliseren ze waardoor de stijfheid van het asfalt bij gebruikstemperatuur juist wordt verhoogd. Omdat voor deze optie weliswaar in het buitenland veel ervaring is, maar in Nederland per begin 2024 nauwelijks toepassingen als WMA-additief zijn, wordt deze optie niet uitgewerkt in deze versie van de richtlijn. - Additieven die na aanleg op (oxidatieve) chemisch-fysische wijze een hogere viscositeit krijgen. Een sterke mate van dergelijk uithardend gedrag is echter theoretisch moeilijk verenigbaar met toepassing van hetzelfde additief als verjonger (omdat voor die functie het verjongde bitumen juist niet moest uitharden, of niet meer dan een regulier pen-bitumen of PmB). Bij Lynpave blijkt echter in de praktijk geen verbrossing, noch verweking van het asfalt onder gebruikscondities op te treden. - Oppervlaktespanningverlagers kunnen worden toegevoegd aan bitumen. Door de reductie van de oppervlaktespanning van het bitumen, zal dit het aggregaat bij lagere temperatuur effectief omhullen. Dit is belangrijk voor een goede hechting tussen bitumen en aggregaten. Ook wordt het bitumen beter mengbaar met andere materialen. Dit verbetert de homogeniteit van het mengsel. Oppervlaktespanningverlagers hebben geen significant effect op de viscositeit van het bitumen
Opgemerkt wordt dat beide soorten additieven in principe zowel bio-based als petroleum-based kunnen zijn. De werkgroep heeft besloten dat onderscheid in deze Richtlijn WMA v1.0 niet te maken en alleen te kijken naar de functionaliteit, niet naar de herkomst. De milieuaspecten van herkomstverschillen kunnen bij projectkeuzes worden meegewogen, bijv. in MKI-berekeningen.
Ook wordt opgemerkt dat het toevoegen van een oplossing in water van een additief een (bedoelde) verschuimende werking op het bitumen heeft, naast de basiswerking van het additief.
Van de viscositeitverlagende additieven voor WMA-temperatuurverlaging is in Nederland alleen met Lynpave veel ervaring (zie bijlage D). Andere producten, zoals Anova 1817 en Rheofalt HM zijn per begin 2024 naar de mening van de werkgroep nog onvoldoende toegepast om opgenomen te worden in de eerste versie van deze richtlijn. Wel is Anova 1817 in een aantal mengseltypes gevalideerd bij CROW-AKL en kan dus volgens de regels van CROW-AKL worden uitgevraagd en aangeboden. Verder wordt opgemerkt dat Lynpave essentieel afwijkt van de andere genoemde viscositeitverlagers, omdat Lynpave wel een enigszins uithardende werking heeft en de andere niet.
Een vergelijkbare situatie geldt voor oppervlaktespanningverlagende additieven, waarbij alleen met Evotherm DAT-7 en Evotherm WM-30 veel Nederlandse ervaring is (zie bijlage C). Andere producten, zoals Anova 1503 zijn per begin 2024 naar de mening van de werkgroep nog onvoldoende toegepast om opgenomen te worden in de eerste versie van deze richtlijn. Daarbij wordt opgemerkt dat Evotherm DAT-7 essentieel afwijkt van de andere genoemde viscositeitverlagers, omdat DAT-7 als waterige oplossing wordt gedoseerd en de andere als olie.