Definitie dunne asfaltverharding
Wat is nu precies een dunne asfaltverharding? In het kader van deze publicatie wordt hieronder verstaan een verhardingsconstructie met een asfaltpakket met een dikte van 80 mm of minder bij aanleg. De systematiek is ook bruikbaar voor de dimensionering van halfverhardingen. Het grote verschil tussen dunne asfaltverhardingen en dikkere, zwaardere verhardingen is dat constructies met dunne asfaltverhardingen hun draagkracht hoofdzakelijk ontlenen aan de lagen onder het asfalt (fundering, zandbed, ondergrond).
Er zijn drie fasen te onderscheiden waarin zich, met name op een zettingsgevoelige ondergrond, schade aan en vervorming van dunne asfaltconstructies kunnen voordoen. Dit zijn de aanlegfase, de voorgebruiksfase en de gebruiksfase. Per fase zijn verschillende aspecten van belang voor het (her)dimensioneren van lichte verhardingen. Bij het ontwikkelen van de dimensionerings- en evaluatiemethode dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het betreft aspecten van zowel grondmechanische, hydrologische als wegbouwkundige aard.
In de aanlegfase speelt met name het berijdbaar zijn van het terrein of maaiveld een belangrijke rol. Ook het zetttingsproces en de stabiliteit zijn in deze fase criteria van importantie. Vervolgens kan onderscheid worden gemaakt tussen de voorgebruiksfase (eerste verhardingslaag) en de gebruiksfase (gedurende de levensduur van de totale wegconstructie). Zeker in gevallen waarin na aanleg van de weg nog restzettingen verwacht worden, kan het verstandig zijn om een weg in twee fasen af te bouwen. Dit biedt gelegenheid onvlakheden en onregelmatige zettingen ‘glad te strijken’.
Ook voor de evaluatie van bestaande dunne asfaltverhardingen schieten de huidige interpretatiemethodieken tekort. Door het ontbreken van een goede evaluatiemethodiek is een goed beheer van wegen van lagere orde moeilijk. Het is immers niet mogelijk een adequate structurele onderhoudsmaatregel te bepalen. De beschikbare financiële middelen voor aanleg, beheer en onderhoud kunnen nog niet optimaal worden aangewend. Bij wegen van lagere orde is vaak geen sprake van een duidelijke, over een grotere lengte uniforme laagopbouw. Dit bemoeilijkt het gebruik van de gangbare rekenmethodieken. Ook is het terugrekenen van stijfheidsmoduli op dit soort constructies een moeilijk proces, dat veel expertise vergt van de persoon die de structurele analyse uitvoert.
Om de steeds toenemende verkeersintensiteiten het hoofd te bieden, worden lagereordewegen vaker verbreed. Bij wegverbredingen worden steeds strengere voorwaarden gesteld aan de constructie, bijvoorbeeld wat betreft ruimtebeslag, beschikbare bouwtijd en het gebruik van (secundaire) bouwstoffen. In het ontwerp wordt steeds meer de gehele levensduur van de weg betrokken. Een slecht ontwerp kan leiden tot overmatig onderhoud aan de verhardingsconstructie. Vervormingen en vooral verschillen in vervormingen tussen de bestaande constructie en de wegverbreding moeten beperkt blijven.