Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Stille wegdekken
Deze tekst is gepubliceerd op 21-05-15

Bijlage I Praktijkervaringen van wegbeheerders met stille

In deze bijlage worden de praktijkervaringen van enkele wegbeheerders met stille wegdekken weergegeven.
Gemeente Breda
De gemeente Breda heeft inmiddels ruime ervaring met stille asfaltwegdekken. In de periode 1994-­2001 is ruim 60.000 m2 tweelaags zoab aangelegd in een dozijn wegvakken. Hiervan resteert in 2009 nog circa 20.000 m2. Van 2001­-2008 is bijna 200.000 m2 dunne geluidsreducerende deklaag aangebracht in ruim dertig wegvakken, tezamen ruim vijf procent van het hele asfaltareaal van de gemeente.
Tweelaags zoab
De ervaringen met tweelaags zoab waren redelijk. De civieltechnische levensduur van de toplaag bleek rond de zeven tot negen jaar te liggen, zoals ook vooraf werd verwacht. Bij het vervangen van de toplaag bleek echter meestal dat het niet mogelijk was om de onderste grove zoab­laag te handhaven. Dit was vooraf wel de verwachting. De volledige dikte van zeven cm moest vervangen worden, maar de lijngootconstructie kon wel worden gehandhaafd. De totale kosten van tweelaags zoab, inclusief de afwateringsconstructies en halfjaarlijks reinigen, waren echter de reden voor een grootschalige overstap naar dgd.
Dgd
De ervaringen met de dgd zijn overwegend positief. Er zijn tot nu toe slechts enkele negatieve uitzonderingen geweest, waarbij de dgd in circa vijf tot zes jaar zozeer gerafeld was dat de deklaag moest worden vervangen. Een gemiddelde levensduur van circa acht jaar lijkt zeker haalbaar, al zijn verschillende wegvakken eigenlijk nog te jong om al voorspellingen te doen over de levensduur. Breda verwacht een civieltechnische levensduur van circa twaalf jaar. Opvallend is dat verschillende wegvakken met een dunne deklaag prima presteren, ondanks de aanwezigheid van één of zelfs meer risicofactoren, zoals forse verkeersintensiteiten, zijstraten/inritten, busroutes, langsparkeren, verkeersdrempels/ plateaus, putdeksels, detectielussen of kleurasfalt. Dergelijke vakken met een ouderdom van drie tot acht jaar liggen er nog heel goed tot zeer acceptabel bij, zoals ook blijkt uit onderstaande foto’s (figuur 44 t/m 49). Dit geeft aan dat de aanwezigheid van enkele risicofactoren het succesvol aanleggen van een stil wegdek niet hoeft te verhinderen.
[ link ]

Figuur 44. Breda, Irenestraat, dgd om putdeksel, 7 jaar oud, circa 10.000 mvt/weekdag, 6% vrachtauto’s en bussen, slechts licht en diffuus gerafeld. Geen rafeling bij langsparkeervakken.

[ link ]

Figuur 45. Breda, Irenestraat, dgd met detectielussen, 7 jaar oud, circa 10.000 mvt/weekdag, 6% vrachtauto’s en bussen, geen schade

[ link ]

Figuur 46. Breda, Meidoornstraat, dgd in kleur wit op kruisingsplateau, circa 5000 mvt/weekdag, 4% vrachtauto’s, 6 jaar oud, nauwelijks schade

[ link ]

Figuur 47. Breda, Meidoornstraat, dgd bij aansluiting zijstraat met inritblokken, circa 5000 mvt/weekdag op hoofdbaan, 4% vrachtauto’s, 6 jaar oud, geen schade

[ link ]

Figuur 48. Breda, Terheijdenseweg, dgd op de kruisingsvlakken/aansluitingen, tweelaags zoab op de recht standen, circa 10.000 mvt/weekdag, 6% vrachtauto’s en bussen, langsparkeren, 8 jaar oud, matige rafeling in grote omvang, lokale (<1 m2) reparaties, maar kan nog 1-2 jaar mee

[ link ]

Figuur 49. Breda, Graaf Hendrik III laan, dgd, 16.000 mvt/dag, 4% vrachtauto’s/bussen, 7 jaar oud, uitstekende conditie, ook bij inrit tankstation/bushalte. Kleurverschil tussen rijsporen en tussenspoor/zijrepen door verschil in vervuiling, niet door rafeling.

Gemeente Groningen
De gemeente Groningen heeft inmiddels ruime ervaring met stil asfalt [49 - 51].
Tweelaags zoab
Tussen 1996 en 2003 is op een vijftal wegvakken (allemaal 50 km/h) in totaal ca. 10.000 m2 tweelaags zoab aangebracht. De ervaringen daarmee waren niet zo positief. Op verschillende wegvakken ontstond al snel rafeling en/of schade aan de speciale afwateringsconstructies. Op andere wegvakken trad weliswaar geen rafeling op, maar nam, ondanks halfjaarlijks reinigen, het verkeersgeluid binnen vijf jaar meer dan 2 dB toe. Deze wegvakken werden daarom vervangen. Uiteindelijk bedroeg de gemiddelde levensduur van het tweelaags zoab in Groningen circa vijf jaar.
Dgd
Sinds 2000 is op circa 25 wegvakken (allemaal 50 km/h) in totaal circa 90.000 m2 aan dunne geluidsreducerende deklagen aange bracht, inclusief de vervanging van eerdergenoemd tweelaags zoab. Het betreft acht verschillende producten, zowel zeer open als semidichte producten. Overigens worden hierbij kruisingsvlakken, scherpe bochten en opstelstroken bij verkeerslichten uitgevoerd in sma 0/6. De dgd zijn voornamelijk toegepast op saneringslocaties volgens de Wgh (meer dan 60 dB(A) gevelbelasting), maar ook op enkele wegvakken waar daartoe geen verplichting bestond.
De ervaringen met de dgd zijn overwegend positief, op één wegvak na dat zowel niet voldeed aan de eis voor initiële geluidsreductie als (na vervanging) aan de eis voor maximale geluidstoename (2 dB in vijf jaar). De gemiddelde geluidstoename over alle gemonitorde wegvakken vanaf 2004 tot 2008 bedraagt echter 0,58 dB per jaar [51], zodat naar verwachting verschillende vakken niet zullen voldoen aan de bovengenoemde geluidstoename-­eis.
Op basis van de ervaringen tot heden verwacht Groningen een gemiddelde technische levensduur van circa tien jaar (deels na sealen) voor dgd. Afhankelijk van het product en de toepassingsomstandigheden varieert de verwachting van zes tot twaalf jaar.
Beheer en onderhoud
Dunne deklagen worden door Groningen niet om akoestische redenen gereinigd, maar wel zo nodig geveegd of bij incidentele vervuiling gereinigd. Voor dgd geldt geen speciaal strooiregime bij de gladheidsbestrijding.
Om beginnende lichte rafeling te remmen heeft Groningen inmiddels circa 30.000 m2 dunne geluidsreducerende deklagen, met een ouderdom van tussen drie en vijf jaar, voorzien van een sealing. Hiervan wordt een civieltechnische levensduurverbetering van circa drie jaar verwacht. Het eventuele akoestische effect van de sealing is (nog) niet bekend.
Enkele in het oog springende ervaringen van Groningen:
  • CPX-­metingen in het najaar lijken wat hogere geluidsniveaus (dus kleinere geluidsreducties) te geven dan in de zomer. Vermoedelijk komt dit door meer vochtophoping in de onderste poriën van de deklaag.
  • Dikkere uitvoeringen van dgd­ producten vertonen een wat grotere geluidsreductie (geven dus minder geluid) dan dunnere laagdikten, niet alleen in het gebruikelijke bereik van 25-­30 mm maar ook bij dikkere uitvoering. Deze ervaring is ook elders opgedaan en wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een verhoogde absorptie in de diepere poriënstructuur. Ook semidichte dgd hebben namelijk een poriestructuur van onderling verbonden holtes tot onderin de deklaag.
  • Groningen heeft prima ervaringen met een naadloze overgang van dgd naar sma en terug bij de aansluiting van rechtstanden op kruisingen. De hopper van de asfaltwerkmachine met het dgd-­product wordt voor de kruising bijna leeggedraaid en daarna gevuld met de benodigde hoeveelheid sma voor de trek over het kruispunt. Aansluitend wordt hij weer gevuld met het dgd­product. Dit geeft een vrijwel onzichtbare en ook nauwelijks hoorbare overgang tussen beide mengsels.
Beleid en financiën
In het algemeen is het beleid van Groningen om stille wegdekken voornamelijk toe te passen op locaties waar daarvoor een juridische verplichting bestaat. Op plaatsen waar geluidsreductie niet nodig maar slechts wenselijk is, worden stille wegdekken alleen toegepast als daarvoor de financiële ruimte bestaat. Deze wordt dan meestal gevonden in milieu- of investeringsfondsen. Bij de keuze voor een stil wegdek worden niet alleen de meerkosten van eenmalige aanleg gefinancierd uit genoemde bronnen. Ook worden de gekapitaliseerde meerkosten voor onderhoud (rekening houdend met een verdubbeling van de vervangingsfrequentie) gestort in een apart fonds ‘Onderhoudskosten geluidsreducerende deklagen’. De extra verkeershinder door frequenter onderhoud wordt voor lief genomen.
Groningen stelt niet alleen eisen aan de initiële geluidsreductie, gebaseerd op de Wet geluidhinder, maar ook aan de geluidsreductie na verloop van tijd. Hiertoe wordt sinds enkele jaren op alle stille wegdekken jaarlijks de geluidsreductie gemeten met CPX­-metingen, aangevuld met enkele SPB-­metingen. In recente bestekken moet de aannemer garanderen dat de geluidstoename in vijf jaar maxi­maal 2 dB is. Bij overschrijding moet het wegdek akoestisch worden verbeterd, wat in de praktijk betekent: vervangen. Ook buiten garantiegevallen laat Groningen stille wegdekken vaak vervangen als de geluidsreductie afneemt tot minder dan 2 dB(A), om de burger ‘geluidszekerheid’ te bieden. Hiermee gaat Groningen verder dan haar wettelijke verplichtingen!
Gemeente Amsterdam
Amsterdam heeft enkele negatieve ervaringen met stille wegdekken, voornamelijk tweelaags zoab dat een vrij korte rafelingslevensduur bleek te hebben onder wringende belastingen.
Voor enkele doorgaande grote ontsluitingswegen zou tweelaags zoab in aanmerking komen als de levensduurverwachting verbeterd zou worden tot circa tien jaar.
Amsterdam past wel dunne geluidsreducerende deklagen toe, nadat een goede afweging gemaakt is over de toepasbaarheid van een dgd op het desbetreffende wegvak. Het komt er echter op neer dat er binnen de ring A10 nauwelijks mogelijkheden zijn om een dgd toe te passen.
In Amsterdam is geen monitoringsprogramma om de geluidsreductie op de aangelegde vak­ken periodiek te meten. Dit komt onder meer omdat het bijna onmogelijk is om met de CPX-­aanhanger met 50 km/h over de wegvakken te rijden. Daarbij komt nog dat op de meeste straten de dgd op de kruisingen telkens onderbroken wordt door een traditionele deklaag, meestal sma. Uit metingen op een deel van de Gooiseweg in opdracht van CROW blijkt dat de geluidsreductie daar vijf jaar na aanleg nog redelijk is.
Net als in Groningen wordt het in Amsterdam vreemd gevonden dat de geluidsregelgeving rondom stille wegdekken vrijwel geheel gebaseerd is op initiële geluidsreducties (Cwegdek) en dat geen eisen worden gesteld aan de maximale geluidstoename, zowel door verkeersgroei als door verslechtering van de geluidsreductie van het wegdek.
De dgd-­wegvakken gedragen zich tot en met 2009 op civieltechnisch gebied redelijk. Er beginnen echter wel al schadebeelden op te treden, voornamelijk materiaalverlies/rafeling. Dit is zes jaar na aanleg ook op een aantal plekken op de Gooiseweg te constateren, zodat naar verwachting acht jaar na aanleg onderhoud nodig zal zijn. Een deel van de schade is het gevolg van enkele uitgevoerde markeringswijzigingen. Over het algemeen is het civieltechnische beeld van de andere dgd-wegvakken vergelijkbaar met dat van de Gooiseweg. De verwachting is dat de dgd in Amsterdam niet langer mee zullen gaan dan tien jaar.