Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Stille wegdekken
Deze tekst is gepubliceerd op 22-05-15

Klein onderhoud en levensduurverlengend onderhoud

Er zijn vrijwel geen technieken voor klein onderhoud die de geluidsreductie van een stil asfaltwegdek niet aantasten. Bijna alle gebruikelijke kleinonderhoudstechnieken veranderen namelijk de oppervlaktextuur of porositeit, waardoor meestal de geluidsreductie afneemt. Zelfs het vervangen van kleine oppervlakken door een nieuwe deklaag van de originele soort biedt meestal geen soelaas. Niet alleen geven de resulterende naden een ongunstig akoestisch effect, maar meestal is het aanbrengen van stille deklagen in kleine reparatievakken ook technisch niet goed uit te voeren vanwege de moeizame verwerkbaar­heid van de stille asfaltmengsels. Op dgd zijn wel goede ervaringen met lokale reparaties (oppervlakken van circa 0,05 tot enkele m2) van mechanische beschadigingen, openstaande naden en lokale lichte rafeling met driecomponenten-­reparatiemortels (kunststof, harder, fijn aggregaat/vulstof). Weliswaar geven dergelijke reparaties een kleine geluidspuls bij overrijden, maar de anders optredende voortschrijdende rafeling zou erger zijn.
Bij zoab­-wegdekken (pa 16 en pa 11) is het mogelijk gebleken om lichte tot matige rafeling te repareren en progressie van rafeling te vertragen door het aanbrengen van een zeer fijn (< 3 mm) zeer open emulsieasfaltbeton [46 - 48]. Dit kan zowel rijstrookbreed als lokaal, zoals in de rijsporen of op de gerafelde plekken. De maatregel kan niet worden uitgevoerd bij ernstige spoorvorming. Bij rijstrookbrede toepassing kan gekozen worden voor een laag van circa 5­-10 mm bovenop het bestaande wegdek, zodat dit feitelijk wordt overlaagd met een pa 3. Voordeel hiervan is dat weer een homogeen wegdek wordt gerealiseerd. Wanneer de hoogte van het bestaande wegoppervlak wordt gehandhaafd, worden de gerafelde plekken slechts uitgevuld terwijl de niet­-gerafelde plekken die wel worden behandeld enigszins kunnen worden ‘geïmpregneerd’. Als de poriën van het bestaande zeer open wegdek namelijk groot genoeg zijn, zoals bij een zoab 16, kan het fijne materiaal daar indringen en dit gedeeltelijk opvullen. Hoewel het reparatiemateriaal zelf een holle ruimte van circa 25% heeft, wordt de holle ruimte aan het oppervlak van het behandelde wegdek door deze gedeeltelijke vulling gereduceerd tot circa 5-­10%. Hierdoor verandert zowel de waterdoorlatendheid als de geluids­reductie. Doordat nieuwe steenslag wordt toegevoegd aan het wegoppervlak wordt de stroefheid verhoogd. RWS vindt deze onderhoudsmethode echter minder geschikt voor situaties met veel wringend, optrekkend of remmend verkeer.
De levensduur van het wegdek wordt verlengd met circa twee tot vijf jaar, afhankelijk van de situatie. Ten opzichte van het oude gerafelde zoab (pa 16 en pa 11) treedt een geluidsvermindering op van 1­-3 dB(A), maar het wegdek blijft wat lawaaiiger dan een nieuw zoab. De geluidseffecten van deze producten op tweelaags zoab zijn niet duidelijk. Bij toepassing voor stroefheidsverhoging op een tweelaags zoab 4/8 in Breda is zelfs enige geluidstoename geconstateerd.
Bij zeer open asfaltwegdekken zijn ook goede ervaringen opgedaan met sealen als preventieve onderhoudsmaatregel, die derhalve wordt toegepast vóórdat rafeling optreedt. Hierbij wordt het wegdek bespoten met een speciaal product, bestaande uit onder meer zacht bitumen en ‘verjongingsolie’. Hiermee wordt beoogd om de bestaande bindmiddelbruggen tussen de stenen zowel sterker als soepeler te maken, door vulling van scheurtjes, door verdikking van de bindmiddelfilm en door vermenging van de sealing met het oude bindmiddel. Door onder meer de gemeente Groningen wordt deze maatregel ook wel toegepast op dgd­-wegvakken. Rijkswaterstaat past sealen vooral toe rondom freesvakken in zoab. Zo wordt de rafeling voorkomen die anders wordt veroorzaakt door de walsen die deels over het oude wegdek rijden. Als strookbrede maatregel acht RWS sealen niet kosteneffectief. De hoge kosten van verkeersmaatregelen op autosnelwegen zijn hierbij een factor van belang.
Deze behandeling repareert rafeling vanzelfsprekend niet, want uitgereden steentjes worden niet vervangen. Wel kan het ontstaan of de progressie van rafeling circa één tot drie jaar (afhankelijk van de situatie) worden vertraagd, en dus de levensduur van het wegdek worden verlengd. Uitvoering van deze maatregel vermindert in eerste instantie de stroefheid, omdat er vrij bindmiddel aan de oppervlakte blijft. Daarom moet een sealing altijd worden nagestrooid met een fijne (< 1 mm) aggregaatfractie, waarvoor meestal speciale producten worden gebruikt. Na enige tijd is de stroefheid weer terug op het niveau van vóór de sealing. Om de levensduurwinst van een sealing te kunnen verzilveren moet de stroefheidslevensduur van het wegvak vóór sealen dus voldoende hoog zijn. De akoestische effecten van een sealing zijn niet exact bekend, maar er zijn indicaties voor een geluidstoename van 1­-2 dB(A) op zoab [45].
Klein onderhoud aan stille elementenverhardingen wijkt niet af van klein onderhoud aan gewone elementenverhardingen.