Totale functionele levensduur
In de wegenbouw wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de functionele en de structurele levensduur van een wegverharding. Hierbij wordt onder de functionele levensduur meestal de technische levensduur van het wegoppervlak verstaan. Dit is de tijd tussen de aanleg en het moment dat de laag onderhouden moet worden omdat deze niet meer voldoet aan de daaraan gestelde (technische) eisen. Deze eisen betreffen:
- vlakheid;
- samenhang;
- stroefheid;
- waterdoorlatendheid (hieraan worden niet altijd eisen gesteld);
- verkeersgeluidsniveau (hieraan worden niet altijd eisen gesteld).
Dit betekent dat het niet zinvol (en meestal verspillend) is om te streven naar een lange levensduur voor één eigenschap als andere eigenschappen een veel kortere levensduur geven. In dat geval is het meestal veel economischer om ook de andere levensduren af te stemmen op die maatgevende kortste levensduur. In zettingsgevoelig gebied wordt de levensduur van het wegdek heel vaak bepaald door de onvlakheid ten gevolge van ongelijkmatige zettingen. Als dit betekent dat elke tien jaar de deklaag moet worden vervangen, heeft het dus geen zin te streven naar een hoge stroefheid of geluidsreductie gedurende meer dan tien jaar.