4.2 Chemische eisen
In tabel 4.1 staan de chemische eigenschappen vermeld. Alleen voor MgO en vochtgehalte zijn geen eisen vastgesteld voor lavameel. In alle andere gevallen is steeds de strengste eis geselecteerd, indien er verschillende eisen bestaan in de normen en richtlijnen. Vrij MgO kan tot ongewenste expansie leiden, maar de autoclaafproef (ASTM C151) is hiervoor geschikter omdat hierin de eventuele expansie ten gevolge van de reactie van vrij MgO met water gemeten wordt. Vochtgehalte van lavameel is wel relevant bij de verwerking in beton, maar hoeft niet in een CROW-CUR Aanbeveling vastgelegd te worden.
De drie Cementbouw monsters lavameel voldoen (net) niet aan de eis van tenminste 25% reactief SiO2. Deze eis aan natuurlijke puzzolanen is reeds lange tijd opgenomen in de Europese cementnorm. De onderbouwing van de ondergrens van 25% is niet bekend bij de werkgroep. Deze parameter is belangrijk voor de reactiviteit en neemt toe naarmate het gehalte amort groter wordt. Om lavameel als type II vulstof te kwalificeren moet geborgd worden dat de reactiviteit voldoende groot is. De R3-test is een moderne methode, waarmee de reactiviteit direct gemeten wordt op basis van de warmtevrijzetting en/of de hoeveelheid gebonden water. Indien niet wordt voldaan aan de eis voor reactief SiO2, dient de R3-test uitgevoerd te worden. Indien voldaan wordt aan de hiervoor geldende eisen (zie tabel 4.2), dan voldoet het lavameel aan deze eis voor de reactiviteit.
Tabel 4.1 Chemische eigenschappen
Eigenschap | Eenheid | Testnorm | EN 450-1 Cat. A | BRL 1804 | DIN 51043 | ASTM C618 Class N | EN 197-1 | Keuze CCA Lavameel | ENCI | L3 | L5 | L1 |
Gloeiverlies | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≤ 5,0 | ≤ 12,0 | ≤ 10,0 | ≤ 5,0 | < 0,01 | 4,15 | 4,37 | 3,98 | ||
SiO 2 +Al2 O3 + Fe2 O3 | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≥ 70 | ≥ 70 | ≥ 70 | 72,8 | 75,8 | 73,6 | 72,9 | |||
Reactief SiO 2 | %m/m | NEN-EN 197-1 | ≥ 25,0 | ≥ 25,0 | ≥ 25,0 | 31,7 | 22,5 | 24,0 | 22,3 | |||
Na 2 O-eq. | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≤ 5,0 | ≤ 5,0 | ≤ 5,0 | 1,55 | 1,54 | 1,27 | 1,70 | |||
SO 3 | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≤ 3,0 | ≤ 4,0 | ≤ 1,0 | ≤ 4,0 | ≤ 1,0 | < 0,10 | < 0,10 | 0,2 | 0,2 | |
Cl | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≤ 0,1 | ≤ 0,1 | ≤ 0,1 | < 0,01 | 0,02 | 0,02 | 0,03 | |||
MgO | %m/m | NEN-EN 196-2 | ≤ 4,0 | − | 10,0 | 7,0 | 5,8 | 7,3 | ||||
MB adsorptie | %m/m | NEN-EN 933-9 | ≤ 1,2 | ≤ 1,2 | 0,50 | 0,80 | 0,66 | 0,65 | ||||
Vochtgehalte | %m/m | ≤ 3,0 | − | n.g. | n.g. | n.g. | n.g. |
CCA = CROW-CUR Aanbeveling, MB = methyleenblauw, n.g.= niet gemeten
Tabel 4.2 Reactiviteit volgens R3-test en bijbehorende eis
Eigenschap | Eenheid | Norm | Keuze CCA Lavameel | ENCI | L3 | L5 | L1 |
Warmtevrijzetting 7d | J/g SCM | R3 test | ≥ 100 | 248 | 131 | 155 | 142 |
Gebonden water 7d | g/100 g SCM | R3 test | ≥ 4,0 | 5,8 | 5,0 | 5,1 | 5,3 |