Beton van de constructie
De specifieke (wisselstroom) weerstand van het beton van de constructie moet worden gemeten met een sensor met vier elektroden, die op het betonoppervlak wordt geplaatst (figuur 4). Indien nodig voor het verkrijgen van een goed contact tussen het beton en de elektroden, kan het beton licht worden voorbevochtigd met een zeepoplossing.
De weerstand moet worden gemeten met een wisselstroom van 50 tot 1000 Hz.
[ link ]
Figuur 4. Meten elektrische weerstand volgens de methode Wenner. Deze meting is gebaseerd op een meetmethode voor het bepalen van de weerstand van grond
De specifieke weerstand van het beton wordt berekend uit:
ρbeton = Rgemeten • 2π • a
waarin:
| ρ beton | is de specifieke betonweerstand, in Ωm; |
| R gemeten | is de weerstand uit de vierpuntsmeting, in Ω; |
| a | is de afstand tussen de meetelektroden, in m. |
De meting moet worden verricht onder representatieve omstandigheden met betrekking tot vochtbelasting en temperatuur.
Toelichting
In de praktijk betekent dit niet meten bij vorst of temperaturen hoger dan circa 30 ⁰C.
Bij het meten van de betonweerstand kan storing optreden door stalen delen in de buurt van elektroden (dicht onder het oppervlak van het beton) en verder door de aanwezigheid van bijvoorbeeld coatings en waterafstotende lagen.
De specifieke weerstand mag ook worden bepaald aan de hand van boorkernen uit de constructie, mits deze geen stalen delen bevatten. De boorkernen, met een middellijn van ten minste 100 mm, moeten op een lengte van 50 tot 100 mm planparallel worden afgezaagd. Bij het zagen en boren moet zo weinig mogelijk water worden gebruikt. Eventueel moet de boorkern enige tijd worden bewaard in vochtig of semi-droog klimaat, overeenkomstig de expositie van de constructie. Tegen het buiten- en zaagoppervlak moet een metalen plaat worden aangebracht, waarbij tussen plaat en beton een met een zeepoplossing bevochtigd doekje wordt aangebracht. De weerstand tussen de platen wordt vervolgens gemeten.
De specifieke betonweerstand wordt berekend uit:
ρbeton = Rgemeten • A/L
waarin:
| ρ beton | is de specifieke betonweerstand, in Ωm; |
| R gemeten | is de gemeten weerstand tussen de platen, in Ω; |
| A | is het oppervlak van de kern, in m 2 ; |
| L | is de lengte van de kern, in m. |
Toelichting
De vierpuntsmeting vindt plaats op het betonoppervlak, dat relatief droog of nat kan zijn vergeleken met het dieper gelegen beton. Voor KB-systemen met inbooranodes is de weerstand in dieper gelegen delen van groter belang dan de weerstand in de buitenste lagen. Daarom kan het zinvol zijn voor systemen met inbooranodes de betonweerstand aan boorkernen te meten.