Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Landelijke richtlijn beweegbare bruggen en sluizen
Deze tekst is gepubliceerd op 15-04-24

Zichtgebieden

Bruggen
Bij de bediening van een brug heeft de bedienaar goed zicht op de brug nodig. Wat het zicht moet zijn, leggen we vast met de zichteisen: wat moet de bedienaar waarnemen om het proces vlot en veilig te laten verlopen? Om dit op systematische wijze te doen is de brug en omgeving verdeeld in zichtgebieden. In de schematische representatie (zie figuur 2 hieronder) zijn deze gebieden weergegeven.
De gebieden zijn opgedeeld voor scheepvaart- en landverkeer. Voor het scheepvaartverkeer onderscheiden we de volgende zichtgebieden:
  • Naderingsgebied scheepvaartverkeer. Inzicht in het naderingsgebied is nodig om een beeld te krijgen van het naderend vaarwegverkeer. Dit kan worden verkregen door middel van camerabeelden. Het is ook mogelijk om andere middelen te gebruiken om dit inzicht te verkrijgen, bijvoorbeeld radar of AIS.
  • Voorhaven (inclusief wachtplaatsen). Zicht hierop is nodig om te zien welk verkeer er ligt te wachten en of dit verkeer veilig klaarstaat om de brug te openen.
  • Fuik. Zicht op de fuik is nodig om er zeker van te zijn dat deze vrij is bij het openen, draaien van de vaarrichting en het sluiten van de brug.
  • Doorvaartgebied. Dit om zicht te hebben tijdens de doorvaart, het draaien van de vaarrichting en het sluiten van de brug.
Voor het landverkeer onderscheiden we de volgende zichtgebieden:
  • Naderingsgebied landverkeer. Dit betreft het naderend wegverkeer richting de brug. Het zicht hierop hangt af van de bedienfilosofie van de beheerder.
  • Opstelgebied. Hier stelt het wegverkeer zich op bij een brugopening. Het zicht hierop hangt ook af van de bedienfilosofie van de beheerder.
  • Af te sluiten gebied (tussen de kruisvlakken, inclusief de kruisvlakken). Hierbinnen bevindt zich ook het beweegbare deel van de brug en is daarmee een zeer belangrijk deel om goed in beeld te hebben.
[ link ]

Figuur 2. Zichtgebieden van een brug

De zichteisen zijn vastgesteld in het hoofdstuk Taakuitvoering. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de zichteisen die zijn vastgesteld. De tabel toont een overzicht van de zichteisen per bedienstap. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen schouwen en monitoren:
Schouwen: het bekijken van de situatie zoals deze op dat moment is en beoordelen of deze veilig is om een bedienhandeling te starten.
Monitoren: het bekijken van een brug- of sluisdeel dat na een bedienhandeling in beweging is en beoordelen of de situatie veilig blijft. Zo niet, dan vereist dit een handeling van de bedienaar om een veilige (of minder onveilige) situatie te creëren.
Tabel 1 Overzicht zichteisen per bedienstap brugbediening
Overzicht zichteisen per stap brugbediening
Naderingsgebied wegverkeer
Opstelgebied
Af te sluiten gebied
Doorvaart gebied
Fuik
Voorhaven
Naderingsgebied scheepvaartverkeer
Detailniveau
Detecteren
Detecteren
Observeren
Observeren
Observeren
Detecteren
Detecteren
1. Beslissen tot bedienen
Schouwen
X
X
X
X
X
2. Tonen vooraankondiging scheepvaart
Schouwen
X
X
X
X
3. Onderbreken landverkeer
3.a Starten afstopprocedure
Schouwen
X
Monitoren
X
X
X
3.b en 3.c Aan- / Afrijbomen sluiten
Schouwen
X
Monitoren
X
4. Openen brugval
Schouwen
X
Monitoren
X
X
X
5. Doorlaten scheepvaart
Schouwen
X
X
X
X
Monitoren
X
X
X
X
6. Sluiten brugval
Schouwen
X
X
X
X
Monitoren
X
X
X
7. Vrijgeven landverkeer
Schouwen
X
Monitoren
X
Eis ZM001De brugbedienaar heeft minimaal zicht op het af te sluiten gebied, de fuiken en het doorvaartgebied.
Toelichting
Wat betreft de veiligheid is dit gebied het meest kritisch, omdat zich hier de bewegende delen van de brug bevinden. De bedienaar moet voorkomen dat vaarweggebruikers worden geraakt door een sluitend brugval en dat weggebruikers geraakt worden door bewegende afsluitbomen of zich op een openend brugval bevinden. Daarbuiten hebben de gebruikers van de vaarweg en de landwegen een eigen verantwoordelijkheid om de verkeersregels te volgen en bijvoorbeeld te stoppen voor seinen. Om de doorstroming te bevorderen en te zien hoever de schepen van de brug varen, kiezen de meeste brugbeheerdersobjectbeheerders ervoor om ook de voorhaven en het naderingsgebied voor scheepvaart in beeld te brengen. Een aantal brugbeheerdersobjectbeheerders kiest ervoor om ook voor het landverkeer het opstelgebied en naderingsgebied in beeld te brengen.
Sluizen
Ook bij sluizen is goed zicht vereist om veilig te kunnen bedienen. De zichtgebieden voor sluizen zijn deels overlappend met bruggen, maar wijken op andere punten af. Figuur 3 toont de zichtgebieden van een sluis.
[ link ]

Figuur 3. Zichtgebieden sluis

Het naderingsgebied, de voorhaven en de fuik zijn hetzelfde als bij een brug. Verder vereist de bediening van een sluis dat er zicht is op de volgende gebieden:
  • Kolk. Dit is nodig om te zien of het rustig is in de kolk en of er geen mensen in de zijn gevallen of zwemmen. Daarnaast om te zien of schippers hun schroef hebben uitgezet. Ook de wanden van de kolk moeten in beeld worden gebracht. Bij groot verval met er rekening mee worden gehouden dat ook bij laag water alles goed zichtbaar is.
  • Sluisdeuren. Dit is nodig om te zien dat niemand zich op de sluisdeuren bevindt tijdens een opening. Bij verkeer over de sluisdeuren is zicht nodig op het af te sluiten gebied, vergelijkbaar met een brug. Voor en achter de sluisdeuren is zicht nodig om er zeker van te zijn dat er zicht geen drijvend materiaal bevindt die het openen en sluiten kunnen verhinderen. Bij roldeuren moet ook de nis in de kade waarin de deur verdwijnt zichtbaar zijn. Hefdeuren moeten ook geheel in beeld worden gebracht, omdat onder bewegende deur varen niet is toegestaan. Eb- en vloeddeuren die worden bediend moeten in beeld zijn.
  • Stopstrepen. Dit is nodig om te kunnen zien dat schepen niet geraakt worden door openende of sluitende deuren. Als er sprake is van extra deuren, zoals eb- en vloeddeuren of tussendeuren, dan moeten de stopstrepen zichtbaar zijn die horen bij de deuren die op dat moment worden bediend.
  • Kades. Dit is nodig om te zien of schepen op de juiste manier zijn vastgelegd tijdens het nivelleren en niet losraken of zichzelf ophangen. Ook nodig voor het zicht op mensen die zich bij de kade bevinden of het schip verlaten.
De zichteisen zijn vastgesteld in het hoofdstuk Taakuitvoering. Op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de zichteisen die zijn vastgesteld. De tabel toont een overzicht van de zichteisen per bedienstap. Ook hier is een onderscheid gemaakt tussen schouwen en monitoren.
Eis ZM002De sluisbedienaar heeft zicht nodig op de kolk, de kades, de stopstrepen, de deuren en de fuiken.
Toelichting
Wat betreft de veiligheid is dit gebied het meest kritisch, omdat zich hier de bewegende delen van de sluis bevinden. De bedienaar moet voorkomen dat vaarweggebruikers worden geraakt door een sluitende deur of bewegingen in de kolk, en zicht hebben op vaartuigen en hun bewegingen in de kolk en de nabijheid van de deuren. Daarbuiten hebben de gebruikers van de vaarweg een eigen verantwoordelijkheid om de verkeersregels te volgen en bijvoorbeeld te stoppen voor seinen. Om de doorstroming te bevorderen en te zien hoever de schepen van de sluis varen, kiezen de meeste beheerders ervoor om ook de voorhaven en het naderingsgebied inclusief de wachtplaatsen in beeld te brengen.
Overzicht zichteisen per stap - sluiskolk zonder kruisend verkeer op deur of beweegbare brug
Overzicht zichteisen per stap
Naderingsgebied scheepvaartVoorhaven invaartFuik invaartSluisdeur invaartStopstreep invaartVoorhavenKolkKolkkadesStopstreep uitvaartSluisdeur uitvaartFuik uitvaartVoorhaven uitvaartNaderingsgebied schaapvaart uitvaart
1. Beslissen tot bedienen
Schouwen
XX
X
X
X
X
X
XXXXXX
2. Tonen vooraankondiging scheepvaart
Schouwen
XXX XXX
3. Openen sluisdeuren
Schouwen
XXXX
Monitoren
XXXX
4. Toelaten invaren scheepvaart
Schouwen
XXXXXXX
Monitoren
XXXXXXX
5. Onderbreken invaart
Schouwen
XXXXXX
Monitoren
6. Sluiten sluisdeuren
Schouwen
XXXXX
Monitoren
XXX
7. Nivelleren
Schouwen
XXXXXX
Monitoren
XXXX
8.Openen sluisdeuren
Schouwen
XXXXX
Monitoren
XXXXX
9. Toelaten uitvaart
Schouwen
XXXXXXX
Monitoren
XXXXXXX
10. Sluiten sluisdeuren (of naar stap 'toelaten invaren scheepvart')
Schouwen
XXXX
Monitoren
XXX
Algemeen
Eis ZM003De gestelde eisen voor zicht t.b.v. veilige bediening zijn ook bedoeld als bovengrens van wat moet worden gerealiseerd.
Toelichting
Dit tegen de volgende achtergronden:
  • Uitbreiding heeft consequenties voor de inrichting van de werkplek, de werkbelasting en de verantwoordelijkheden van de vaarwegbeheerder.
  • Om te voorkomen dat de bedienaar zicht heeft op processen waarvoor hij (nog) niet verantwoordelijk is. Door dit “extra zicht” kan de bedienaar toch worden “verleid” naar deze zichtgebieden te kijken en daarmee minder aandacht hebben voor die zichtgebieden die zijn afgesproken om de veiligheid van de gebruiker te waarborgen
  • Door “extra zicht” kan de kans ontstaan dat een bedienaar toch wordt aangesproken op het niet actief gereageerd hebben op een onbedoelde c.q. foutieve handeling van de gebruiker. Dit geldt met name voor het zicht op het aankomend verkeer bij objecten.
Eis ZM004De objectbeheerder dient voor elke bedienbare brug en sluis een risicoanalyse uit te voeren om de risico’s van de verschillende gebruikers in kaart te brengen.
Toelichting
Bij veel bruggen en sluizen spelen dezelfde risico’s, maar er zijn vaak ook specifieke risico’s. De uitkomsten van de risicoanalyse geven richting aan vormgeving van de zichtmiddelen.
Eis ZM005De objectbeheerder dient voor elke bedienbare brug en sluis, voor elke bedienstap, te bepalen welke zichtgebieden de bedienaar minimaal moet kunnen zien om veilig te kunnen bedienen.
Toelichting
Hulpmiddel hierbij zijn de beschreven zichtgebieden in dit document en in het hoofdstuk Taakuitvoering. Voor het scheepvaartverkeer onderscheiden we de zichtgebieden: Naderingsgebied scheepvaartverkeer, Voorhaven, Fuik, Doorvaartgebied. Voor het landverkeer onderscheiden we de volgende zichtgebieden: Af te sluiten gebied (tussen de kruisvlakken, inclusief de kruisvlakken), Kruisvlakken. Daarnaast is de risicoanalyse ook belangrijke input hiervoor. Het is aan te raden om ook vast te leggen waarom (met welk doel) zichtgebieden in beeld worden gebracht.
Eis ZM006De objectbeheerder dient voor elk zichtgebied te bepalen wat de bedienaar minimaal moet kunnen zien via de zichtmiddelen.
Toelichting
Voor zichtgebieden voor het scheepvaartverkeer zal dit gaan over type schepen, maar ook bijvoorbeeld kano’s of zwemmers. Voor het landverkeer gaat dit bijvoorbeeld over voertuigen, voetganger, afgevallen lading of (huis)dieren. De bottleneck is vaak het kleinste object (zoals een hond of voorwerp van een bepaalde afmeting) dat nog zichtbaar moet zijn en /of het grootste object. Dit bepaalt welk detailniveau nodig is bij de zichtmiddelen. Hulpmiddel hierbij is de DORI-methode die in sectie 3 is beschreven. Uitgangspunt is dat het gebied van fuik t/m fuik en kruisvlak t/m kruisvlak minimaal met het detailniveau ‘observeren’ in beeld wordt gebracht en de overige zichtgebieden met detaxilniveau ‘detecteren’.