Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Eisencatalogus flora- en faunavoorzieningen
Deze tekst is gepubliceerd op 07-10-15

Winterverblijf rugstreeppad

FactsheetWinterverblijf rugstreeppad
Omschrijving

Een kleine gang of hol, vaak vorstvrij, in de grond.

Situatie (aanleiding)

Aantasting of verwijdering van een bestaand winterverblijf of aanleg als onderdeel van een nieuw leefgebied voor amfibieën.

Doel(en) en functie(s)

Het bieden van een verblijfplaats voor rugstreeppadden zodat deze de winter kunnen overleven.

Toepassingscriteria
Schadelijke effecten die worden voorkomen of verminderd

  • Directe sterfte
  • Verlies vaste verblijfplaats
Soortgroep

  • Amfibieën
Soortgroep specifiek

Rugstreeppad met eventueel bijgebruik van enkele reptielen.

Locatie/object

  • Overgang kunstwerk en terrein
  • Terrein
  • Oppervlaktewater
Permanent/tijdelijk

Permanent of tijdelijk

Algemeen geldende eisen
Functie-eis

  • Het winterverblijf dient te voldoen aan de ecologische basisfunctionaliteit (zie Checklist algemene ecologische maatregelen).
  • Het winterverblijf dient rugstreeppadden te kunnen herbergen om te kunnen overwinteren.
  • Het winterverblijf dient rust te bieden aan rugstreeppadden.
  • Het winterverblijf dient een vorstvrije locatie te bieden aan rugstreeppadden.
  • Het winterverblijf dient beschutting te bieden aan rugstreeppadden.
  • Het winterverblijf dient uitdroging van rugstreeppadden tijdens de overwintering te voorkomen.
Objecteis (algemeen)

  • Het winterverblijf dient geschikt te zijn voor de rugstreeppad.
  • Het winterverblijf dient te bestaan uit voor de rugstreeppad geschikte materialen.
  • Het winterverblijf dient te bestaan uit een goed vergraafbare bodem.
Aspecteis (algemeen)

  • De functie-eisen dienen jaarrond gegarandeerd te zijn.
  • De rust die het winterverblijf biedt, dient voldoende te zijn om de rugstreeppadden ongestoord te laten overwinteren.
  • De beschutting die het winterverblijf biedt dient voldoende te zijn om de rugstreeppadden af te schermen van weersinvloeden en predatoren.
  • De luchtvochtigheid die in het winterverblijf heerst dient voldoende te zijn voor de rugstreeppadden om niet uit te drogen: gemiddeld ten minste circa 80% luchtvochtigheid.
Proceseis (algemeen)

  • De juiste positie en locatie en het exacte ontwerp van het winterverblijf dient afgestemd te worden met een ter zake kundig ecoloog. Fase=O, R
Raakvlakeis (algemeen)

  • De omgeving van het winterverblijf dient te voldoen aan de ecologische basisfunctionaliteit (zie Checklist algemene ecologische maatregelen).
  • Het winterverblijf dient binnen 600 meter van zomer- en voortplantingshabitats van de rugstreeppad te zijn gelegen.
Specificaties
Objectspecificatie (good practice)

  • Het winterverblijf bestaat bij voorkeur uit gebiedseigen materialen afkomstig uit het leefgebied.
  • Het winterverblijf kan opgebouwd worden uit een ophoping van materialen waarin holten van enkele kubieke centimeters ontstaan.
  • Het winterverblijf wordt bij voorkeur nabij bestaande trekroutes aangelegd, voor zover aanwezig.
Aspectspecificatie (good practice)

  • Overstroming van het winterverblijf gebeurt bij voorkeur nooit.
  • De temperatuur in het winterverblijf is bij voorkeur boven 0 graden Celsius.
  • Voor een goede ecologische samenhang kunnen diverse winterverblijven nabij elkaar geplaatst worden, bij voorkeur met enige variatie om verschillende omstandigheden en diversiteit te creëren.
  • Inspectie van het winterverblijf is bij voorkeur mogelijk.
  • Onderhoud aan het winterverblijf is bij voorkeur mogelijk.
Processpecificatie (good practice)

  • Het inrichten of aanleggen van een winterverblijf wordt doorgaans ten minste enkele maanden vóór de winter uitgevoerd wanneer deze dezelfde winter functioneel dient te zijn. Fase=R
  • Om de functionaliteit te toetsen wordt het gebruik van het winterverblijf bij voorkeur gemonitord. Fase=EM
  • In geval van monitoring dient deze bij voorkeur te worden uitgevoerd door een ter zake kundig ecoloog. Fase=EM
  • In geval van monitoring worden de resultaten bij voorkeur doorgegeven aan gegevensbeherende instanties. Fase=EM
Raakvlakspecificatie (good practice)

Mogelijkheden en risico’s
Kans

  • Bij de aanleg van een poel kan de vrijgekomen grond deels gebruikt worden om winterverblijven te creëren.
  • De maatregel kan mogelijk benut worden als positieve publiciteit.
Risico (faalfactoren)

  • Het winterverblijf wordt verwijderd door de mens, omdat het verblijf niet herkend wordt of als een niet gewenst object gezien wordt.
Versterkende aanvullende voorziening(en)

  • Het winterverblijf kan zonodig gecombineerd worden met geleidende verbindingen naar bestaande migratieroutes of andere voor de soort relevante habitats. Bijvoorbeeld door middel van stobbenwallen, heggen, houtwallen en geleidende rasters (zie Factsheet laag raster en Factsheet hoog raster). Zie ook Checklist algemene ecologische maatregelen.
  • De toepassing van amfibiegoten*, wanneer wegen binnen het leefgebied aanwezig zijn, om aanrijdingsslachtoffers te voorkomen en de populatie te versterken.
  • Door de omgeving van het winterverblijf ecologisch te versterken kan een betere ecologische samenhang verkregen worden met betere kansen voor de amfibieën waarvoor het verblijf bedoeld is maar ook kansen voor andere soorten zoals insecten en andere geleedpotigen, slakken, planten, reptielen en zoogdieren. Zie Checklist algemene ecologische maatregelen.
Alternatieve voorziening(en)

RAW werkcategorie 64
RAW Categorie hfdst 64

Aanbrengen

Bronnen en afbeeldingen
Bronnen

Bronnen literatuur:

  • Richtlijnen voor inspectie en onderhoud van faunavoorzieningen
    [ link ]
  • Expertise werkgroepleden CROW.
  • Expertise Tauw.

Bronnen afbeeldingen:

  • Afbeelding 1: Winterverblijf met losse, vergraafbare grond en takkenhoopjes (in aanleg). Bron: Tauw
  • Afbeelding 2: Winterverblijf van zandhopen nabij cluster van ondiepe poelen. Bron: Tauw
Afbeeldingen