Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de grenswaarden opgenomen voor de verschillende aspecten van een bouwwerk. Het gaat hierbij om:
- de draagconstructie op begane grond niveau;
- de hoogste verdieping van de draagconstructie en onderdelen van de constructie die niet tot de draagconstructie behoren;
- de fundering in verband met de kans op zettingen als gevolg van verdichting van de bodem.
De grenswaarde die voor de beoordeling wordt gebruikt heet de rekenwaarde van de grenswaarde en wordt aangegeven met Vr. Paragraaf 10.3 beschrijft de procedure voor de bepaling van Vr voor de verschillende aspecten van het bouwwerk.
Voor de beoordeling van de kans op zettingen dient naast de trillingssnelheid ook de trillingsversnelling te worden beoordeeld.
De beoordeling van de trillingsbelasting bestaat uit een vergelijking van Vd (bepaald in hoofdstuk 9) met Vr. Als Vd kleiner is dan Vr of gelijk is aan Vr, dan is de kans op schade acceptabel klein (ordegrootte 1% of minder). Als Vd groter is dan Vr, dan is de kans op schade groter.
De beoordeling van de trillingsversnelling bestaat uit een vergelijking van ad (bepaald in hoofdstuk 9) met ar. Als ad kleiner is dan ar of gelijk is aan ar, dan is de kans op schade acceptabel klein. Als ad groter is dan ar, dan is de kans op schade groter.
In bijlage 4 zijn aanvullend grenswaarden opgenomen die gebruikt kunnen worden voor pijpleidingen.
De grenswaarden zijn afhankelijk van:
- de dominante frequentie;
- de constructie van een bouwwerk (twee categorieën);
- de bouwkundige staat van het bouwwerk (normaal of gevoelig);
- de monumentale status van het bouwwerk;
- het type trilling (drie types);
- het type fundering.
De bepaling van de dominante frequentie is beschreven in hoofdstuk 9. De bepaling van de categorie van het bouwwerk, de bouwkundige staat, de monumentale status, het type trillingsbron en het type fundering zijn beschreven in paragraaf 10.2.
In figuur 10.1 is de bepaling van Vr of ar (voor de trillingsgevoelige fundering) schematisch weergegeven.
Figuur 10.1 Schema bepaling Vr en ar.
Categorie bouwwerken Bouwwerken met een draagconstructie uit staal vallen buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn omdat deze bouwwerken in het algemeen minder kwetsbaar zijn voor schade als gevolg van trillingen dan de bouwwerken gemaakt van andere materialen. Als deze bouwwerken dragende delen uit steenachtige materialen bevatten, kunnen deze delen wel volgens de richtlijn worden beoordeeld. Hiervoor kan een uitgebreide meting nodig zijn. Onderdelen van bouwwerken bestaande uit staal vallen eveneens buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Onderdelen van bouwwerken opgebouwd uit voorgespannen beton kunnen in categorie 1 worden ingedeeld, waarbij opgemerkt wordt dat deze onderdelen aanzienlijk hogere trillingsbelastingen kunnen weerstaan dan de grenswaarden die voor deze categorie zijn gegeven. Bouwwerken bestaande uit combinaties van materialen, bijvoorbeeld een draagconstructie uit beton en niet dragende delen uit metselwerk, worden ingedeeld in de hoogste categorie (met de strengste grenswaarden) waartoe één van de materialen behoort omdat dat materiaal het meest kwetsbaar is. Bij uitvoering van een indicatieve trillingsmeting in dergelijke situaties, wordt de trillingsbelasting dus bepaald op de betonnen draagconstructie en beoordeeld op basis van categorie 2, metselwerk. Het is mogelijk om de draagconstructie en de niet dragende constructiedelen apart te beoordelen als op beide onderdelen apart is gemeten. Daarvoor is dan een uitgebreide meting nodig. In eerdere edities van de richtlijn was nog sprake van een categorie 3 bouwwerk voor bouwwerken met monumentale status of gebouwen uit metselwerk dat in slechte staat verkeert. In de 2017 editie is categorie 3 vervallen en vervangen door een veiligheidsfactor. Daardoor kan een monument dat niet uit metselwerk bestaat (zoals monumentale bunkers uit gewapend beton) worden ingedeeld in categorie 1 (gewapend beton) en door de veiligheidsfactor extra worden beschermd zonder dat onredelijk strenge grenswaarden worden opgelegd. |
Checklist Voor de bouwkundige staat is een checklist opgesteld die tijdens een inspectie van een bouwwerk en eventueel met behulp van bouwkundige tekeningen kan worden ingevuld. Daarmee breidt de richtlijn haar werkgebied enigszins uit in de richting van de bouwkunde. De commissie is zich ervan bewust dat de benodigde bouwkundige kennis niet altijd aanwezig zal zijn bij de uitvoerders van het trillingsonderzoek maar vindt het onderwerp van te groot belang om geen aanzet te geven tot deze nieuwe werkwijze. De checklist is bedoeld om vast te stellen of er sprake is van verhoogde gevoeligheid voor trillingen vanwege (lokaal) verminderde sterkte of verhoogde initiële spanningen. De checklist is niet geschikt voor een algemene bouwkundige schadebeoordeling. De lijst is evenmin geschikt voor het bepalen van de oorzaken van schade. |
Monumentale status Voor rijksmonumenten kan de monumentale status van een bouwwerk kan worden nagegaan via het Monumentenregister. Deze site vermeldt geen provinciale of gemeentelijke monumenten. Daarvoor kunnen de regionale of lokale monumentenlijsten worden geraadpleegd. |
Aline