Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Trillingsrichtlijn A - Schade aan bouwwerken: 2017
Deze tekst is gepubliceerd op 07-10-20

Inleiding

Bouwwerken kunnen door verschillende omstandigheden in trilling raken, bijvoorbeeld door machines, passerend verkeer, explosies, wind, of bouwwerkzaamheden. Daardoor bestaat een kans op schade die afhankelijk is van de aard en constructiewijze van het bouwwerk en de aard, sterkte en frequentie van de trillingen.
Een verificatie van de trillingsbelasting op een bouwwerk in relatie tot het incasseringsvermogen van dat bouwwerk, kan in bepaalde gevallen wenselijk zijn. Deze verificatie kan gebeuren door een trillingsmeting aan het bouwwerk, al dan niet in combinatie met andere typen metingen en berekeningen.
De richtlijn behandelt de wijze waarop trillingsmetingen aan bouwwerken kunnen worden uitgevoerd en de wijze waarop de resultaten van de trillingsmetingen moeten worden verwerkt en beoordeeld.
De richtlijn is opgesteld door de SBRCURnet-commissie 1445 - Herziening Trillingsrichtlijn deel A.
De tekst in de richtlijn is gebaseerd op de voorgaande versie (uitgave 2006). Opmerkingen van gebruikers zijn bij monde van de commissie geïnventariseerd en verwerkt.
Ten opzichte van eerdere edities van de richtlijn zijn drie onderwerpen door de commissie nader onderzocht:
  • de schadekans in relatie tot de trillingsniveaus;
  • de invloed van verdichting van de bodem door trillingen;
  • de invloed van initiële spanningen in een bouwwerk en de bouwkundige staat van een bouwwerk op de beoordeling van de trillingsniveaus.
De resultaten van deze onderzoeken zijn verwerkt in de richtlijn. De rapportages behorende bij deze onderzoeken zijn als achtergronddocumenten beschikbaar.
Trillingen in gebouwen kunnen ook hinderlijk zijn voor mensen die zich in een gebouw bevinden en storingen in gevoelige apparatuur of processen veroorzaken. Op deze aspecten wordt in deze richtlijn niet ingegaan. Hiervoor wordt verwezen naar de SBR richtlijnen B en C [2 en 3].
Schade
Hoewel het vaststellen van de oorzaak van schade geen onderwerp in de richtlijn is, is het wel van belang dat inzicht bestaat in de begrippen schade en de onderverdeling in de categorieën constructief en niet-constructief. Deze begrippen kunnen helpen bij de afweging van het risico op schade bij overschrijding van de grenswaarden.
Schade aan een bouwwerk kan de veiligheid en/of levensduur van het bouwwerk beïnvloeden of leiden tot een vermindering van de gebruikswaarde of de economische waarde van het bouwwerk. Onder schade aan een bouwwerk wordt een verandering van de eigenschappen of van de positie van (een onderdeel van) een bouwwerk verstaan, met één of meer van de volgende gevolgen:
  • A- een verlies van functie, zoals het bezwijken van dragende onderdelen waardoor mogelijk de constructieve veiligheid in het geding komt;
  • B- een vermindering van de integriteit van het onderdeel of van het bouwwerk als geheel met betrekking tot zijn dragende functie, waarbij sprake is van een significante vermindering van de veiligheid op de korte of langere termijn (vermindering van de verwachte levensduur);
  • C- het bezwijken van onderdelen van het bouwwerk die weliswaar niet tot de draagconstructie behoren (zoals niet dragende scheidingswanden, plafonds, ornamenten en dergelijke), maar waarvan het bezwijken de veiligheid van personen die zich in of nabij het bouwwerk bevinden, in gevaar kan brengen;
  • D- een vermindering van de economische waarde of van de gebruikswaarde, zoals bij scheurvorming in metselwerk, bekledingen van constructiedelen, afwerklagen of betegeling zonder dat daarbij de veiligheid van personen die zich in of nabij het bouwwerk bevinden, in gevaar komt.
De schadevormen a, b en c hebben invloed op de (constructieve) veiligheid van het gebouw en zijn daarom te beschouwen als constructieve schade.
De schadevorm d heeft geen betrekking op de constructieve veiligheid maar op een verstoring van het aanzicht van het betreffende onderdeel van het gebouw en wordt daarom gezien als niet-constructieve schade.
Het vergroten van een bestaande schade valt ook aan te merken als schade. Om een oorzakelijk verband tussen de vergroting van de schade en de trillingsbelasting vast te leggen, is enkel het vaststellen van een overschrijding van de grenswaarden niet voldoende. Bij de analyse van de oorzaak tot de vergroting van deze schade, dienen naast trillingen ook de andere schadefactoren te worden beschouwd.
Als de trillingsbelasting lager is dan de grenswaarde, dan is de kans op constructieve schade nihil en de kans op niet-constructieve schade acceptabel klein. Trillingen in combinatie met een andere schadefactor kunnen er voor zorgen dat bij een trillingsbelasting rond de grenswaarde in een enkel geval toch niet-constructieve schade ontstaat of bestaande schade wordt vergroot.