Voorwoord
Voor u ligt de revisie van SBR Richtlijn A "Schade aan bouwwerken:2017", met een aantal wijzigingen en toevoegingen ten opzichte van de versie uit 2002 en de heruitgave van 2006 waarin alleen redactionele zaken waren aangepast. De richtlijn is op een aantal punten geactualiseerd en er is ruimte opgenomen voor toelichting op de keuzes die in de richtlijn zijn gemaakt.
In 2011 is geïnventariseerd bij gebruikers van de richtlijn welke behoefte voor aanpassing er was bij een vernieuwde uitgave. Op basis daarvan is een projectplan opgesteld met daarin vier nader uit te werken aspecten: (1) Inzicht in de kans op schade bij overschrijding van de grenswaarden, (2) evaluatie van de grenswaarde voor trillingsgevoelige funderingen, (3) de rol van initiële spanningen en bouwkundige staat en (4) redactie van de nieuwe richtlijn.
Nader inzicht in de optredende waarden voor Vtop en de kans dat er schade optreedt, is van belang voor betrokken partijen om de risico's in te schatten als de grenswaarden uit de richtlijn onverhoopt worden overschreden. Deze inschatting is van belang voor zowel de veroorzaker van de trillingen, eventuele verzekeraars en voor de eigenaar van het bouwwerk dat aan trillingen blootstaat. Uit een internationale literatuurstudie (onder meer naar de effecten van aardbevingen in de vorm van fragility curves) blijkt dat het tot voor kort ontbrak aan concrete informatie om hier generieke uitspraken over te doen.
Binnen de commissie zijn gegevens verzameld van projecten uit het verleden en deze zijn in geanonimiseerde vorm vertaald naar een indicatie van de relatie tussen trillingsniveau en kans op schade. Daarnaast is een numerieke studie uitgevoerd met behulp van in de praktijk gemeten trillingsniveaus. Op basis van deze studies is een voorstel voor een zogenaamde S curve gemaakt. Met de uitkomst van deze studies zijn richtwaarden afgeleid voor de kans op schade, gegeven een overschrijding van de grenswaarden. Deze zijn in de toelichting bij hoofdstuk 10 weergegeven.
De richtlijn geeft een grenswaarde voor trillingsgevoelige funderingen. Voor deze grenswaarde was sinds het ontstaan van de richtlijn een maximaal optredende versnelling van 1 m/s2 van toepassing, die in de richtlijn als trillingssnelheid was gepresenteerd. Recente inzichten leiden tot de conclusie dat deze grenswaarde bij lagere frequenties kan leiden tot onderschatting van het effect. Dit is nader onderzocht en uitgewerkt tot een nieuwe definitie van de grenswaarde.
In de vorige versie van de richtlijn werd onderscheid gemaakt in metselwerk in goede staat of slechte staat, als maat om onderscheid te maken tussen al dan niet trillingsgevoelige constructies. Nagegaan is of er meer genuanceerde criteria toe te passen zijn om dit onderscheid te maken. Dit heeft geleid tot een checklist voor de bepaling van de bouwkundige staat, die als bijlage 5 is toegevoegd.
Er is bij de voorbereiding van deze revisie ook nagedacht of onderscheid gemaakt kan of moet worden tussen constructieve en niet-constructieve schade. Er is besloten dit onderscheid niet te maken omdat de richtlijn beoogt schade te voorkomen.
Tenslotte is de richtlijn redactioneel bewerkt, waarbij een aantal onderwerpen is geactualiseerd.
Tijdens het proces van herziening heeft vanwege de gaswinning en de daarmee gepaard gaande aardbevingen het onderwerp schade door trillingen nadrukkelijk aan belang gewonnen. Hoewel de richtlijn niet expliciet voor geïnduceerde aardbevingen is geschreven, is deze toepassing niet uitgesloten.
Namens de commissie hopen wij dat met deze vernieuwde SBR Richtlijn A de beoordeling van trillingen in verband met schade aan gebouwen helderder is neergezet en daarmee een objectieve beoordeling, in het belang van alle partijen, mogelijk is.
SBRCURnet-commissie 1445 - Herziening Trillingsrichtlijn deel A heeft de ontwikkeling van deze richtlijn begeleid. Bij het verschijnen van deze richtlijn was de samenstelling als volgt:
| Chris Geurts, voorzitter | TNO |
| Carel Ostendorf, eindrapporteur | DPA Cauberg-Huygen |
| Arnold Koopman, rapporteur | Level Acoustics & Vibration |
| Paul Hölscher, rapporteur | Deltares |
| Auke Balder | CRUX Engineering |
| Erik de Bruin | Brem Funderingsexpertise |
| Jan van Dalen | DaeD ingenieurs |
| Geert Degrande | KU Leuven |
| Harry Dekker | Rijkwaterstaat GPO |
| Martijn van Delft | Allnamics |
| Yvo Hollman | Bouwrisk |
| Jan Hoogenboom | Hektec |
| Hans Huizer | Peutz |
| Martin op de Kelder | Gemeente Amsterdam |
| Jan Keijzer | LBP|SIGHT |
| Alexander Knibbeler | Mos Grondmechanica |
| Hans J.A. van Leeuwen | DGMR |
| Hans Liefting | Leiderdorp Instruments |
| Tiem Muller | IFCO Funderingsexpertise |
| Fred Pannekoek | Fides Expertise |
| Gert Ploeg | Gemeente Utrecht |
| Angela van Rietschoten | Profound |
| Hans Schinck | Royal HaskoningDHV |
| Peter Schouten | Arcadis |
| Ernst Seaber | Fides Expertise |
| Henk Senhorst | HWBP |
| Albert-Jan Snethlage | Fugro Land NL |
| Herke Stuit | Movares |
| Jeroen Uilenreef | Shell |
| Agnes van Uitert | Arcadis |
| Jan de Vos | Geomet-ABO |
| Ad Vreeswijk | AV Consulting |
| Nils Yntema | ProRail |
| Hielke Zandberg | ProRail |
| Don Zandbergen | Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam |
| Fred Jonker, programmamanager | SBRCURnet |
Tijdens het proces van realisatie hebben de volgende personen deelgenomen in de commissie: Joost Bakker (Allnamics), Albert Bunte (Gemeente Utrecht), Robbert Drieman (SBRCURnet), Paul Rebel (Gemeente Amsterdam), Bert Westland (Delta Lloyd) en Patrick IJnsen (Hektec).
Voor de realisatie van deze richtlijn werden financiële en inhoudelijke bijdragen ontvangen van:
- Allnamics
- Brem Funderingsexpertise
- Deltares
- DPA Cauberg-Huygen
- FCK
- Fides Expertise
- Gemeente Rotterdam
- Hektec
- HWBP
- Level Acoustics & Vibration
- ProRail
- Rijkswaterstaat GPO
- TNO
- TKI Deltatechnologie
- Waternet
SBRCURnet spreekt haar dank uit aan deze instanties, alsmede aan de leden van de commissie, die met veel inzet en enthousiasme hebben samengewerkt aan de realisatie van deze richtlijn.
Delft, november 2017
Fred Jonker
Programmamanager Geotechniek en Bodem
Chris Geurts
Voorzitter SBRCURnet-commissie 1445 - Herziening Trillingsrichtlijn deel A