Algemene verkeerskundige eisen Er zijn een aantal eisen die vrijwel altijd gelden bij het ontwerp en de inrichting van bermen. Het maakt daarbij niet/weinig uit wat voor type weg het is. Deze eisen hebben te maken met de verkeerskundige functies van de berm. Het gaat daarbij om de volgende zaken: - de berm moet voldoende draagkracht hebben
- de berm mag binnen de obstakelvrije zone geen obstakels bevatten
- de berm moet voldoende stroef zijn
- de berm biedt ruimte voor:
- kabels, leidingen, lichtmasten, bewegwijzering en ander wegmeubilair
- het ‘opvangen’ van voertuigen die om welke reden dan ook van de rijbaan raken
- het kunnen uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden
- de opvang en/of afvoer van hemelwater
Buiten de bebouwde kom biedt de berm tevens ruimte voor voertuigen die tijdelijk niet meer aan het verkeer kunnen deelnemen (bergingsruimte).Duurzaam veilig Duurzaam Veilig is een integrale benadering van het verkeerssysteem: mens, voertuig en weg. Weg en voertuig moeten aansluiten bij wat de mens kan en moeten bescherming bieden. De mens bepaalt de maat der dingen, waarbij wordt uitgegaan van een feilbare weggebruiker. Het voorkomen van verkeersonveiligheid staat centraal. Duurzaam Veilig is gebaseerd op vijf principes: - functionaliteit van wegen
- homogeniteit van massa en/of snelheden en richting
- herkenbaarheid van de vormgeving en voorspelbaarheid van wegverloop en gedrag van weggebruikers
- vergevingsgezindheid van de omgeving en van weggebruikers onderling
- statusonderkenning door de verkeersdeelnemer
Wegcategorieën Vanuit Duurzaam Veilig worden drie wegcategorieën onderscheiden: - Erftoegangsweg (ETW)
- Functie: wegen waaraan wordt gewoond en geleefd, bedoeld voor het toegankelijk maken van erven en percelen.
- Weggebruikers: voetgangers, motorvoertuigen, (brom)fietsen en overige voertuigen.
- Ontwerp: gericht op lage snelheid en benodigde manoeuvreerruimte.
- Maximumsnelheid: binnen bebouwde kom 30 km/h, buiten bebouwde kom 60 km/h.
- Gebiedsontsluitingsweg (GOW)
- Functie: verbindende schakel tussen erftoegangsweg en stroomweg. Op de wegvakken is de doorstroming het belangrijkst, op kruispunten vindt de uitwisseling van verkeer plaats.
- Weggebruikers: voetgangers, motorvoertuigen, (brom)fietsen en overige voertuigen.
- Ontwerp: scheiding tussen langzame en snelle vervoerswijzen, dus tussen voetgangers en fietsers versus motor, auto, bus, bestel- en vrachtauto.
- Maximumsnelheid: binnen bebouwde kom 50 of 70 km/h, buiten bebouwde kom 80 km/h.
- Stroomweg (SW)
- Functie: het overbruggen van grote afstanden, doorstroming belangrijk op wegvakken en kruispunten.
- Weggebruikers: alleen snelle voertuigen zoals motor, auto, bus, bestel- en vrachtauto.
- Ontwerp: overzichtelijke omgeving met weinig verstorende invloeden, er zijn geen conflicten met tegemoetkomend verkeer of langzaam verkeer.
- Maximumsnelheid: regionale stroomweg of autoweg 100 km/h, nationale stroomweg of autosnelweg 100 km/h, 120 km/h of 130 km/h.
Los van deze drie wegcategorieën zijn er de (brom)fietspaden. Deze kunnen worden onderverdeeld in solitaire (brom)fietspaden en vrijliggende (brom)fietspaden (zie factsheet Bermen langs (solitaire) fietspaden). Ontwerp – basiskenmerken Alle wegbeheerders in Nederland hebben voor hun wegen een categoriseringsplan opgesteld. Dit houdt in dat van alle wegen is bepaald tot welke categorie zij behoren. Per wegcategorie zijn basiskenmerken gedefinieerd. Een basiskenmerk is een ontwerpelement dat altijd of juist nooit in het wegontwerp (of kruispuntontwerp) aanwezig moet zijn. Het bevordert de herkenbaarheid en het veilig functioneren van de weg of het kruispunt. De wegbeheerders hebben afgesproken deze basiskenmerken toe te passen. Per wegcategorie is een ideale en minimale inrichting gedefinieerd. In de richtlijnen voor het ontwerp van wegen zijn deze basiskenmerken verder uitgewerkt in onder andere maatvoering. Ook voor het ontwerp en de inrichting van bermen zijn de wegcategorieën en basiskenmerken van belang. Een goed ontworpen en ingerichte berm draagt immers bij aan de veiligheid van de weg. |