Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Basiskenmerken wegontwerp - Categorisering en inrichting van wegen
Deze tekst is gepubliceerd op 05-09-12

GOW buiten de bebouwde kom

De gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom (GOW-bubeko) heeft de gemengde functie uitwisselen (op kruispunten) en stromen (op wegvakken). Dit type weg komt in Nederland voor met een maximumsnelheid van 80 km/h. De GOW-bubeko heeft voor het langzaam verkeer parallelvoorzieningen in de vorm van een parallelweg of fiets/bromfietspad.
Figuur 16. Ideale inrichting gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom
A Verharding
Gesloten verharding.
B Fysieke rijrichtingscheiding
Bij 2x1 rijstrook of meer met fysieke rijrichting-scheiding en bij 2 x 2 of meer een deelstreep.
C Lengtemarkering
Doorgetrokken markering aan de linkerzijde en onderbroken markering aan de rechterzijde van iedere rijbaan.
D Openbare verlichting
Openbare verlichting is enkel ter plaatse van discontinuïteiten en/of gevaarpunten aanwezig.
E Voorzieningen landbouwverkeer – G Erfaansluitingen op de rijbaan – H Menging verkeerssoorten – I Fietsvoorzieningen
Parallelvoorziening aanwezig voor landbouwverkeer, (brom)fietsers en voetgangers waar erven, akkers of andere onverharde paden op aansluiten.
J Redresseerstrook – K Obstakelafstand
Redresseerstroken en noodzakelijke obstakel-afstand zijn aanwezig.
M Parkeren
Niet parkeren op of langs de rijbaan.
N Horizontaal en verticaal alignement
Ontwerpsnelheid is 80 km/h.
O Hectometerpaaltjes
Hectometerpaaltjes zijn aanwezig.
P Reflectorpaaltjes
Reflectorpaaltjes zijn aanwezig.
Q Helling talud
Als naast de weg een talud of sloot ligt, dan moet deze voldoen aan een veilige hellinghoek.
S Draagkrachtige berm
Er is een voldoende berijdbare en draagkrachtige (zij)berm aanwezig.
Er zijn voor de GOW-bubeko met een ideale inrichting geen richtlijnen voorgeschreven met betrekking tot basiskenmerk P.
Figuur 17. Minimale inrichting gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom
A Verharding
Gesloten verharding.
B Fysieke rijrichtingscheiding
2 x 1 rijstroken met dubbele ononderbroken asmarkering met daartussen een ruimte.
C Lengtemarkering
Onderbroken markering aan de rechterzijde van de rijbaan.
D Openbare verlichting
Openbare verlichting is enkel ter plaatse van discontinuïteiten en/of gevaarpunten aanwezig.
E Voorzieningen landbouwverkeer
Landbouwverkeer toegestaan op de hoofdrijbaan.1)
G Erfaansluitingen op de rijbaan
In de minimale situatie kan het noodzakelijk zijn om bij uitzondering uitritten op de hoofdrijbaan toe te staan mits deze voldoende zichtbaar en herkenbaar zijn als ondergeschikte uitrit of aansluiting. Uitgangssituatie moet zijn dat uitritten van percelen niet voorkomen.
I Fietsvoorzieningen
(Brom)fietsverkeer rijdt op een vrijliggend fiets/ bromfietspad of wordt omgeleid via een alterna­tieve route.
J Redresseerstrook
Redresseerstroken zijn aanwezig.
K Obstakelafstand
Obstakelafstand is aanwezig.2)
L Ov-haltes (bus/tram)
Niet halteren op de rijbaan, maar op een aanlig-gende voorziening.
N Horizontaal en verticaal alignement
Ontwerpsnelheid is 80 km/h.
P Reflectorpaaltjes
Reflectorpaaltjes zijn aanwezig.
Q Helling talud
Als naast de weg een talud of sloot ligt, dan moet deze voldoen aan een veilige hellinghoek.
S Draagkrachtige berm
Er is een draagkrachtige berm aanwezig.3)
Compenserende maatregelen:
  1. Landbouwverkeer is toegestaan op de hoofdrijbaan als er passeermogelijkheden met voldoende inhaalzicht aanwezig zijn. Dit kunnen zijn passeerhavens of locaties waar gecontroleerd kan worden ingehaald, bijvoorbeeld 2+1 wegvakken. Als een van deze compenserende maatregelen niet kan worden gerealiseerd, kan de doorgetrokken asmarkering worden vervangen door een onderbroken dubbele as met bebording ’verboden inhalen – inhalen landbouwverkeer en brommobielen toegestaan’. Dit moet echter wel worden beschouwd als faseringsmaatregel omdat deze situatie nog onder de minimaal gewenste inrichting ligt.
  2. Als toch in de obstakelvrije zone obstakels staan, dan moeten deze zijn afgeschermd of voorzien van een afbreekconstructie.
  3. Een voldoende draagkrachtige (zij)berm kan ontbreken als er pechvoorzieningen zijn en/of maatregelen genomen waardoor de bestuurder minimaal zijn eigen rijstrook weer kan opkomen als hij daarvan is afgeraakt.
Er zijn voor de GOW-bubeko met een minimale inrichting geen richtlijnen voorgeschreven met betrekking tot de basiskenmerken O en R.