Dimensionering fietsvoorzieningen
In deze paragraaf wordt de uitvoering van fietsoversteken in verschillende situaties besproken. Voor verdere informatie over de maatvoering van fietsvoorzieningen wordt verwezen naar de CROW-publicatie 230 ‘Ontwerpwijzer fietsverkeer’.
De maatvoering en markering van de fietsoversteek met fietsers ín de voorrang staan aangegeven in figuur 15.
[ link ]
Om te voorzien in voldoende opstelruimte voor fietsers dient de middengeleider minimaal 2,50 m breed te zijn.Figuur 15. Fietsoversteek met fietsers in de voorrang
Bij fietsers in de voorrang bedraagt de afstand tussen de rijbaan van de rotonde en fietsoversteek 5,00 m. Zowel op de toerit als op de afrit staan voor het fietspad haaientanden. Ter hoogte van de oversteek wordt op de rijbaan een blokmarkering aangebracht. Het verdient aanbeveling om de (rode) verharding van het fietspad door te trekken over de toe- en afrit. Om de voorrangssituatie voor de fietsers te accentueren kan bij bestaande rotondes de fietsoversteek verhoogd worden uitgevoerd (± 0,03 m). Bij nieuwbouw wordt aangeraden de rotonde aan te leggen onder een verkanting van 2 à 2,5% en deze verkanting door te zetten tot na de fietsoversteek en de zebra. Door deze verkanting zijn haaientanden, blokmarkering (fietsoversteek) en zebra (voetgangersoversteek) beter zichtbaar voor naderend autoverkeer.
Figuur 16 geeft de maatvoering en markering van een (brom)fietsoversteek met fietsers úít de voorrang.
[ link ]
Figuur 16. Fietsoversteek met (brom-)fietsers uit de voorrang
Bij (brom)fietsers uit de voorrang bedraagt de afstand tussen de rijbaan van de rotonde en de fietsoversteek 10,00 m. Ter hoogte van de oversteek worden op de rijbaan kanalisatiestrepen aangebracht. De (brom)fietsoversteek wordt door de middengeleider gevoerd.
In twee richtingen bereden fietspad binnen de bebouwde kom
In twee richtingen bereden paden vergen extra aandacht van de ontwerper. De fietsers uit de tegenrichting komen voor automobilisten die de rotonde naderen of verlaten, uit een ongebruikelijke richting. Daarom zijn extra maatregelen nodig om het verwachtingspatroon van de automobilist bij te stellen.
De volgende maatregelen worden aanbevolen:
- de (rode) kleur van het fietspad wordt doorgetrokken over de toe- en afrit;
- het fietspad dient voorzien te zijn van een asmarkering (op de oversteek 1-1 of 0,5-0,5 m);
- het bord J24 wordt geplaatst inclusief onderbord 0403 (kruisend fietsverkeer in twee richtingen);
- in bijzondere omstandigheden kan de fietsoversteek verhoogd worden uitgevoerd in de vorm van een plateau (hoogt 0,10 - 0,12 m).
Vormgeving toe- en afleidend fietspad
In de figuren 15 en 16 is ook de vormgeving van het toe- en afleidende fietspad aangegeven.
Indien door het dwarsprofiel van het toeleidende wegvak het toeleidende fietspad niet of moeilijk zichtbaar is (bijvoorbeeld door parkeerplaatsen of brede tussenbermen met beplanting), verdient het de voorkeur om het fietspad (vlak) voor de rotonde in te buigen. Het toeleidende autoverkeer wordt daardoor geattendeerd op de aanwezigheid van fietsers op fietsvoorzieningen. Het afleidende fietspad dient zo vroeg mogelijk te worden afgeleid van het rondgaande fietspad. Dit verhoogt het comfort voor fietsers en heeft positieve invloed op de werkelijke capaciteit van de rotonde, doordat het autoverkeer eerder zicht heeft op de te volgen rijrichting van de fietsers.