Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Verkeersveiligheid
Deze tekst is gepubliceerd op 21-06-13

Wettelijk

Wegenverkeerswetgeving
Om te kunnen handhaven, moeten in een rechtsstaat als Nederland de geldende verkeersregels zijn vastgelegd in een wet. De belangrijkste wet in dit verband is de wegenverkeerswet (WVW). Hierin is onder andere opgenomen welke voertuigen en welke personen mogen deelnemen aan het verkeer. Ook staan hierin de regels vermeld waaraan de verkeersdeelnemers zich dienen te houden. Regelgeving uit de WVW is uitgewerkt in vijf reglementen:
  • Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV1990): regels voor de weggebruiker.
  • Reglement rijbewijzen: welke personen mogen aan het gemotoriseerde verkeerdeelnemen.
  • Kentekenreglement: registratie van gemotoriseerde voertuigen.
  • Voertuigreglement: eisen die aan de voertuigen worden gesteld, dus welke voertuigen mogen op de weg.
  • BABW (Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer). In het BABW staan de regels waaraan een wegbeheerder zich moet houden bij het plaatsen van verkeerstekens.
In het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV1990) staan de verkeersregels waaraan de verkeersdeelnemers zich moeten houden in het Nederlandse verkeer. Ook de tekenset (borden, tekens op het wegdek) is onderdeel van het RVV1990. Met verkeersborden kan worden aangegeven welke specifieke regels waar gelden. Voor het verkrijgen van het rijbewijs worden mensen met een theorie-examen getoetst op hun kennis van de verkeersregels en de verkeerstekens. In de WVW maakt de wetgever een onderscheid tussen verkeersmisdrijven en verkeersovertredingen. De strafbepalingen voor verkeersmisdrijven en een aantal grovere overtredingen staan in de WVW. De straffen op lichte verkeersovertredingen staan in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
De WAHV staat beter bekend als de ‘Wet Mulder’ naar de voorzitter van de commissie die deze wet heeft ontwikkeld. De WAHV is in het leven geroepen om onder andere de verkeersovertredingen die in de WVW staan, administratiefrechtelijk te kunnen afhandelen.
Voordat de WAHV in 1993 in werking trad, viel een verkeersovertreder als ‘verdachte’ onder het strafrecht. Het toenemende aantal verkeersovertredingen leidde echter tot overbelasting van het totale strafrechtsysteem. De WAHV voorziet in een ver doorgevoerd geautomatiseerd systeem waarmee aan de ‘betrokkene’ van een gepleegde verkeersovertreding een administratieve sanctie kan worden opgelegd. Als nietmeteen kan worden vastgesteld wie de overtreding pleegde, wordt deze sanctie opgelegd aan de kentekenhouder, die wordt dan automatisch de ‘betrokkene’.
Politieambtenaren en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's)
Het vastleggen van rechtsregels is niet voldoende om het naleven van die regels te garanderen. Er moet dus ook gehandhaafd en gesanctioneerd kunnen worden. Dat gaat niet vanzelf, dus ook dat moet vanuit de wet mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk 9 van de WVW is geregeld wie er mogen opsporen en wat de bevoegdheden van die personen zijn.
Er zijn grofweg twee categorieën personen die mogen opsporen in het verkeer:
  • de reguliere politieambtenaren;
  • buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's).
Het verschil is dat politiemensen een volledige politieopleiding hebben afgerond en voor alle overtredingen en misdrijven mogen bekeuren, terwijl boa's een beperkte (opsporings)-bevoegdheid hebben. Een politieman of -vrouw kan voor iedere geconstateerde overtreding een bekeuring uitschrijven. Een boa kan bijvoorbeeld alleen de bevoegdheid hebben om de apparatuur voor geautomatiseerde snelheidscontroles in te stellen en uit te lezen.
Sancties, CJIB, CVOM
Een overtreding van een verkeersregel is dus een verkeersmisdrijf of -overtreding die in de WVW of WAHV staat beschreven. De constatering van de overtreding wordt gedaan door een politieambtenaar of een boa, al dan niet metbehulp van apparatuur.
Verkeersmisdrijven en grove verkeersovertredingen worden behandeld in de kaders van het strafrecht. Iemand die veel meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed heeft of een snelheidslimiet met meer dan 50 km/h heeft overschreden, moet zich verantwoorden voor de rechter. De hoogte van de sanctie staat genoemd in de WVW.
Lichtere verkeersovertredingen worden administratief afgedaan onder de vlag van de WAHV. De sancties of straffen die horen bij de overtredingen staan vermeld in de WAHV. In de praktijk krijgt iemand voor bijvoorbeeld een kleinere overtreding van de snelheidslimiet (tot 30 km/h) een acceptgiro toegezonden.
De verwerking van de sancties die de politie en de boa's hebben opgelegd bij kleinere overtredingen vindt plaats bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in Leeuwarden. Het CJIB verstuurt de acceptgiro's en int ook de boetes. In Nederland geldt sinds 1 januari 2006 een nieuw stelsel voor boetetarieven. Daarbij is gekozen voor het uitgangspunt ‘hoe gevaarlijker, hoe duurder’. Iemand die een gevaarlijke overtreding begaat betaalt dus meer dan iemand die een minder gevaarzettende overtreding begaat. Per 1 april 2008 is het tarievenstelsel aangescherpt. Als een betrokkene het niet eens is met de toegezonden acceptgiro kan hij tegen de opgelegde sanctie achtereenvolgens in beroep gaan bij de officier van justitie, de kantonrechter en in sommige gevallen zelfs bij het gerechtshof in Leeuwarden. Als iemand niet op tijd in actie komt, dan verspeelt hij het recht op beroep. Rond 1990 werden in het verkeer ongeveer 2,3 miljoen verkeersovertredingen beboet. In 2006 waren dat alleen al voor de speerpunten van het verkeershandhavingsbeleid (rijden door rood, niet dragen van gordel of helm, overtreden van de maximumsnelheid of rijden onder invloed) bijna 10 miljoen.
Het blijkt dat 97% van de mensen de opgelegde sanctie gewoon op tijd betaalt. Slechts 3% van alle betrokkenen gaat in beroep. Sinds 2005 worden alle ‘mulderberoepen’ centraal behandeld door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (de CVOM) te Utrecht. Daar beoordelen de medewerkers per jaar rond de 360.000 zaken.De frequente betaling van acceptgiro's wordt mogelijk bevorderd door de invorderingsmaatregelen die het CJIB ter beschikking staan. Naast verhoging van het aanvankelijke sanctiebedrag kan een betrokkene in het uiterste geval te maken krijgen met inbeslagname van goederen, inkomsten of vermogen. Ook intrekking van het rijbewijs, het aan de ketting leggen van voertuigen en zelfs gijzeling behoren tot de mogelijkheden om betaling van een opgelegde sanctie af te dwingen.
Het feit dat de WAHV-procedure in de afhandeling van verkeersboetes zo sterk geautomatiseerd is, heeft enkele nadelen. Ten eerste wordt de overtreder niet door een gezagsdrager aangesproken, maarkrijgthij een acceptgiro van een administratieve institutie. Het is de vraag hoeveel corrigerend effect dat heeft op een overtreder.
Een tweede nadeel is dat de overtreder in onvoldoende mate verband legt tussen de overtreding en de acceptgiro die enkele of vele weken later in de brievenbus valt. Op het ongewenste gedrag volgt geen directe feedback (zie het behavioristisch leren in hoofdstuk 9). De kans neemt daarmee toe dat het gedragscorrigerende doel van het sanctioneren niet wordt gerealiseerd. Het betalen van de acceptgiro wordt vooral door snelheidsovertreders regelmatig ervaren als het voldoen van ‘belasting’.