Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijn organisatie en bestrijding van wintergladheid 2024
Deze tekst is gepubliceerd op 02-03-17

Gladheidsbestrijding op voetpaden

Het is voor een wegbeheerder ondoenlijk om wintergladheid te bestrijden op alle rijbanen, zeker op alle fietsverbindingen en al helemaal op alle voetgangersverbindingen. Van die laatste zijn er niet alleen bijzonder veel, ze zijn bovendien zeer divers in verschijningsvorm en vaak niet eenvoudig toegankelijk met materieel. Grootschalige gladheidsbestrijding op voetverbindingen zou daardoor bijzonder ingewikkeld, arbeidsintensief en kostbaar worden.
De vraag is of er daarom niets aan gladheidsbestrijding gedaan moet worden voor voetgangers. Wegbeheerders beantwoorden deze vraag verschillend. De meeste wegbeheerders doen wel degelijk iets aan gladheidsbestrijding voor deze doelgroep. Dat kan variëren van een eenmalige ploegactie door een winkelgebied na extreme sneeuwval tot frequente preventieve en curatieve acties op alle belangrijke voetgangersroutes én het stimuleren van andere partijen om eveneens de gladheidsbestrijding voor voetgangers ter hand te nemen.
Vanwege dit uiteenlopende beeld is het van belang dat wegbeheerders in hun communicatie duidelijk aangeven wat voetgangers bij wintergladheid aan maatregelen kunnen verwachten.
In grote lijnen kan voor het ontwikkelen van beleidsdoelen en een uitvoeringsplan voor de gladheidsbestrijding voor voetgangers dezelfde procedure worden gevolgd als voor de gladheidsbestrijding voor fietsers.
Er zijn geen wettelijke bepalingen die vereisen dat een wegbeheerder zich specifiek inzet voor het bestrijden van wintergladheid voor voetgangers. Er zijn evenmin bepalingen die een dergelijke inspanning in de weg staan: de wegbeheerder is verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg (Wegenwet, artikel 15 e.v.) en daartoe behoren in veruit de meeste gevallen ook trottoirs, voetpaden en voetgangersgebieden.
Het idee dat wegbeheerders bewoners kunnen dwingen de stoep voor hun woning vrij van sneeuw en ijs te houden is achterhaald. Ze kunnen het schoonmaken wel aanmoedigen.
In het verleden hadden veel gemeenten in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen dat burgers de stoep voor hun woning vrij van sneeuw en ijs moeten houden. Afgezien van het feit dat deze bepaling in de praktijk niet te handhaven valt, is ze ook juridisch niet houdbaar gebleken. De ‘sneeuwruimbepaling’ is daarom met ingang van 2010 niet langer opgenomen in de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het sneeuw- en ijsvrij houden van stoepen is daarmee ook in de regelgeving een eigen verantwoordelijkheid van de bewoners geworden; de eigenaar of (ver)huurder van een perceel wordt geacht de toegang tot zijn perceel zo veilig en toegankelijk mogelijk te houden.
Overigens bevat de model-APV nog wel de mogelijkheid voor gemeenten een verbodsbepaling op te nemen over het opzettelijk veroorzaken van gladheid: het is verboden om bij vorst of dreigende vorst water op de weg te brengen.
Het feit dat er juridisch weinig vastligt over gladheidsbestrijding voor voetgangers wil niet zeggen dat het onderwerp niet ‘leeft’. De toenmalige ‘Vereniging voor de bescherming van de voetganger’, later opgegaan in 3VO (nu Veilig Verkeer Nederland), drong in de jaren tachtig al aan op een betere gladheidsbestrijding voor voetgangers, daarbij verwijzend naar de belangen van voornamelijk ouderen en mensen met een beperking. Bij gladheid is de kans dat zij ten val komen groter en bovendien zijn voor hen de gevolgen vaak ernstiger. Vanwege deze risico’s kan wintergladheid voor de genoemde groepen gemakkelijk leiden tot sociaal isolement. Door de voortgaande vergrijzing staat het onderwerp nog altijd hoog op de agenda, en dan vooral in buurten, gemeenten en regio’s waar veel ouderen wonen. Een andere kwetsbare groep voetgangers bij wintergladheid vormen (vooral jonge) schoolkinderen.
Er kunnen diverse aanleidingen zijn om (meer) werk te maken van de gladheidsbestrijding voor voetgangers. Enkele mogelijke voorbeelden zijn:
  • Het aantal klachten over gladde voetverbindingen en een slechte bereikbaarheid van voorzieningen neemt toe.
  • Het aantal aansprakelijkstellingen van de wegbeheerder (al dan niet terecht) voor ongevallen als gevolg gladde stoepen en dergelijke neemt toe.
  • Door de voortgaande vergrijzing wordt een toenemend aantal personen sterker aangewezen op een adequate gladheidsbestrijding op voetverbindingen.
  • Een beperking van het aantal slachtoffers onder voetgangers als gevolg van wintergladheid is gewenst.
  • Het is gewenst dat sociaal-maatschappelijke voorzieningen (overheidsgebouwen, zorginstellingen) ook bij wintergladheid goed bereikbaar blijven voor voetgangers.
  • Het is gewenst dat economische voorzieningen (winkelgebied, horeca) ook bij wintergladheid goed bereikbaar blijven voor voetgangers (winkelend en uitgaand publiek).
Anders dan de gladheidsbestrijding op rijbanen en fietsverbindingen kan de wegbeheerder de gladheidsbestrijding voor voetgangers vaak voor een belangrijk deel onderbrengen bij het wijkbeheer. Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de vrijwillige inzet door belanghebbende partijen, zoals winkeliers- en buurtverenigingen, woningcorporaties en beheerders van openbare gebouwen. Hierdoor kan tijdens winterse periodes de extra inspanning voor de wegbeheerder voor voetgangers beperkt blijven. Daarvoor is het noodzakelijk om vooraf alles goed geregeld te hebben met de betrokkenen. Kenmerkend voor de gladheidsbestrijding voor voetgangers is dat er meestal veel personen en partijen bij betrokken zijn.
Voetganger en gladheid
Net als voor voertuigen is ook voor voetgangers een stroeve ondergrond noodzakelijk om zich veilig te kunnen verplaatsen. Een gladde ondergrond, al dan niet als gevolg van winterse omstandigheden, veroorzaakt gemakkelijk valpartijen. Als het standbeen wegglijdt en er geen houvast in de buurt is, heeft een mens maar weinig mogelijkheden om zich staande te houden.
Kenmerken voetverbindingen
De constructieve opbouw, en daarmee het draagvermogen van voetverbindingen, kan behoorlijk variëren. Een eenvoudig tegelpad is slechts berekend op belasting door personen en lichte voertuigen. Een voetgangersgebied waar ook de markt wordt gehouden, moet berekend zijn op vuilnis- en brandweerwagens. Bij de keuze van het in te zetten gladheidsbestrijdingsmaterieel moet rekening worden gehouden met het draagvermogen van de voetverbindingen.
Net als voor vrijliggende fietspaden geldt dat voetverbindingen met een lichte constructie eerder koud en daardoor ook eerder glad kunnen worden dan rijbanen. Kenmerkend voor voetpaden en voetgangersgebieden is verder dat zij over het algemeen veel onderbrekingen kennen. Denk bijvoorbeeld aan lantaarnpalen, zitbanken, prullenbakken, fietsenrekken, hekwerken, verkeers- en informatieborden, bloembakken, bomen, groenvoorzieningen en paaltjes. De aanwezigheid van deze objecten kan de machinale bestrijding van wintergladheid sterk bemoeilijken.
Op speciale plaatsen kunnen verhardingsmaterialen zijn gebruikt die onder niet-winterse omstandigheden al weinig stroef zijn. Denk aan elementen van glas of metaal (zonder profilering) en gepolijste natuursteen. Dergelijke locaties leveren bij wintergladheid extra risico’s op. De mate waarin wintergladheid gevaar oplevert voor een voetganger hangt vooral af van de volgende factoren:
  • De aard van de gladheid. Vers gevallen, droge sneeuw veroorzaakt minder snel problemen dan aangelopen sneeuw. Sneeuw, die gedeeltelijk is gedooid en vervolgens is opgevroren, is nog gevaarlijker. IJzel is zeer gevaarlijk.
  • De zichtbaarheid van de gladheid. Bij sneeuw zijn voetgangers erop bedacht dat het glad kan zijn. Bij (plaatselijke) bevriezing van natte weggedeelten, die vaak slecht zichtbaar is, neemt de kans op uitglijden sterk toe.
  • De hellingshoek van de verharding. Hoe steiler de hellingshoek, hoe moeilijker een voetpad bij wintergladheid begaanbaar is. Dit geldt voor hellingen bij onder meer bruggen, viaducten, inritten en dergelijke. Minstens zo gevaarlijk is het als voetverbindingen in dwarsrichting naar een of twee kanten aflopen. Dit kan een bewuste keuze zijn, zoals bij voetpaden op één oor en bij tonronde profielen.
  • De leeftijd, de fysieke conditie en (daarmee) de kwetsbaarheid van de voetganger. Gezonde, volwassen mensen vallen minder snel en als het gebeurt, zijn de gevolgen over het algemeen minder ernstig. Jonge kinderen, mensen met een lichamelijke beperking en vooral ouderen zijn om diverse redenen veel kwetsbaarder.
Beleidsplan gladheidsbestrijding voetgangersgebieden
Zoals aangegeven voeren wegbeheerders een divers beleid wat betreft de gladheidsbestrijding voor voetgangers. Sommige doen er vrijwel niets aan, andere bestrijden gladheid op diverse locaties en stimuleren derden met advies en middelen om zelf de gladheidsbestrijding ter hand te nemen. Rond 2010 is, onder druk van fietsers, organisaties voor fietsers en andere belanghebbenden, de gladheidsbestrijding voor het fietsverkeer sterk verbeterd en geprofessionaliseerd. Het valt niet uit te sluiten dat een vergelijkbare ontwikkeling zich de komende jaren zal voltrekken ten gunste van voetgangers. De toenemende vergrijzing geeft hier aanleiding toe. Net als bij de fietsers geldt ook bij de voetgangers dat een geringer aantal letselslachtoffers een maatschappelijke kostenbesparing oplevert die aanmerkelijk groter is dan de uitgaven voor een adequate gladheidsbestrijding voor deze doelgroep.
Argumenten
Argumenten om de gladheidsbestrijding voor voetgangers te verbeteren kunnen onder meer zijn:
  • het optimaal bereikbaar houden van kern(winkel)gebieden om sociaal-maatschappelijke en economische functies in stand te houden;
  • het bereikbaar houden van vervoersvoorzieningen om reizigers over een zo groot mogelijke afstand een veilige verplaatsing te bieden;
  • het verkleinen van de kans op valpartijen en ongevallen, en daarmee de materiële en letselschade die hieruit voortvloeit;
  • het beperken van de maatschappelijke kosten die het gevolg zijn van ziekenhuisopnames, revalidatie en arbeidsongeschiktheid;
  • het tegengaan van sociaal isolement van kwetsbare groepen.
Routes en locaties
Op reguliere trottoirs, voetpaden, pleinen, wandelroutes en dergelijke wordt als regel geen gladheid bestreden. Er kunnen echter redenen zijn om een bepaalde looproute of een bepaald voetgangersgebied wel op te nemen in het uitvoeringsplan voor de gladheidsbestrijding. In beginsel komen de volgende routes en locaties hiervoor in aanmerking:
  • trottoirs en/of het voetgangersgebied in (een deel van) het stads/dorps/wijkcentrum, rond winkels en openbare voorzieningen;
  • gladheidsgevoelige locaties (steile bruggen met klinkerbestrating in een historisch stadscentrum, trappen, hellingen);
  • looproutes naar/van spoorstations, ov-haltes en taxistandplaatsen;
  • looproutes naar/van fietsenstallingen en parkeerterreinen;
  • looproutes naar/van drukbezochte openbare gebouwen (gemeentehuis, politiebureau, school, museum en dergelijke);
  • looproutes naar/van locaties met veel kwetsbare voetgangers (eerstehulppost, ziekenhuis, verzorgingshuis, bejaardencentrum en dergelijke);
  • belangrijke looproutes tussen bovengenoemde voorzieningen, in het bijzonder als veel ouderen hierop aangewezen zijn;
  • winkelcentra en drukbezochte voorzieningen buiten het stadscentrum.
Criteria
Bij de keuze van de routes of locaties waarop gladheid zal worden bestreden, kunnen de volgende criteria een rol spelen:
  • het aantal voetgangers dat van de route/locatie gebruikmaakt;
  • het type voetganger dat van de route/locatie gebruikmaakt (‘normaal’ of kwetsbaar);
  • het belang van de bereikbaarheid van de locatie (sociaal-maatschappelijk, economisch);
  • de bereikbaarheid voor hulpdiensten (bijvoorbeeld in uitgaansgebieden);
  • de technische en fysieke mogelijkheden om de gladheid efficiënt te bestrijden (bereikbaarheid, hoeveelheid obstakels, benodigde tijd en dergelijke);
  • de inspanning die de wegbeheerder moet leveren in termen van geld, materieel en personele inzet in een winterse periode;
  • de beschikbaarheid van een tijdelijke uitwijkmogelijkheid voor voetgangers in de vorm van een behandelde rijbaan of fietspad (kan voor een beperkte tijdsduur acceptabel zijn);
  • de inzetbaarheid van derden om de gladheidsbestrijding voor voetgangers ter hand te nemen.
Aansluiten bij ov-reizigersstromen
De gladheidsbestrijding op openbare rijbanen en fietsverbindingen staat over het algemeen op een hoog peil. Daarnaast treffen ov-bedrijven op eigen terrein doorgaans maatregelen om reizigers zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van wintergladheid. Hierdoor kunnen veel reizigers over een groot deel van hun verplaatsing gebruikmaken van schone verbindingen.
In veel gevallen vormt een verplaatsing te voet het eerste en/of laatste deel van de keten. “Eigenlijk is het zonde als dat deel onder winterse omstandigheden spekglad kan zijn”, stelt een wegbeheerder uit een grotere stad. “Daarom hebben wij in samenspraak met de NS een gladheidsbestrijdingsplan gemaakt voor de stationsomgeving. Daar lopen dagelijks bijna 100.000 mensen. We hebben de belangrijkste looproutes tussen hoofdgebouw en fietsenstallingen, taxistandplaatsen, invalidenparkeerplaatsen en het stadscentrum bepaald. Daar wordt nu gestrooid. Bij grote aantallen reizigers zijn die kosten maatschappelijk heel goed te verantwoorden.”

Methodiek
In de beleidsfase moet aan de orde komen of wintergladheid voor voetgangers curatief of preventief zal worden bestreden. De methode kan afhankelijk worden gesteld van de prioritering van de locatie. Daarnaast weegt mee of de wegbeheerder de acties zelf uitvoert of deze (voor een deel) overlaat aan andere partijen. Er zijn wegbeheerders die alleen aanhoudende wintergladheid bestrijden. In dat geval is uitsluitend de curatieve methodiek van toepassing.
Richttijden
In het deel ‘Leidraad opstellen gladheidsbestrijdingsplan’ zijn algemene richttijden gegeven voor het bestrijden van wintergladheid voor voetgangers. Gezien de grote diversiteit aan voetgangersgebieden en andere locaties met voetgangers is een lokale aanpak noodzakelijk. Dit geldt zowel voor de plaatsen waar gladheid wordt bestreden, de wijze van gladheidsbestrijding (preventief of curatief) en het tijdbestek waarbinnen de gladheidsbestrijding plaatsvindt. In verband hiermee is het nuttig onderscheid te maken naar het tijdstip waarop voetgangersroutes/locaties intensief of juist bijna niet worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan:
  • marktpleinen, waar in alle vroegte of tijdens de voorgaande avond kramen moeten worden opgebouwd en ingericht;
  • looproutes naar/van ov-voorzieningen, waarvan al vroeg in de ochtend- en avondspits veel reizigers gebruikmaken;
  • schoolroutes en routes naar/van drukbezochte voorzieningen, waarvan tijdens de ochtend- en middag/avondspits veel scholieren en andere mensen gebruikmaken;
  • winkelgebieden, waarvan het winkelend publiek in de loop van de ochtend op grotere schaal gebruik gaat maken;
  • weekenden en vakantieperiodes, waarin scholen en publieke diensten gesloten zijn.
Hoe vroeger het moment waarop veel voetgangers de route of locatie gebruiken, des te vroeger is ook de gladheidsbestrijding gewenst. Bij het bepalen van richttijden voor de gladheidsbestrijding voor voetgangers kan verder rekening worden gehouden met het type gladheid (bevriezing, condensatie, ijzel, sneeuw).
Samenwerking
Een belangrijk aandachtspunt bij het ontwikkelen van gladheidsbestrijdingsbeleid voor voetgangers is welke activiteiten de wegbeheerder zelf uitvoert, welke activiteiten worden uitbesteed aan professionele partijen (wijkbeheer, aannemers) en welke activiteiten worden overgelaten aan derden die op vrijwillige basis gladheid bestrijden. De aard van de uit te voeren werkzaamheden is hierbij vaak bepalend:
  • relatief grootschalige, machinale werkzaamheden worden uitgevoerd door de wegbeheerder of een daarvoor ingehuurde aannemer;
  • kleinschalige, (overwegend) machinale werkzaamheden worden ondergebracht bij wijkbeheer;
  • kleinschalige, (overwegend) handmatige werkzaamheden worden toevertrouwd aan (organisaties van) vrijwilligers, al dan niet ondersteund door wijkbeheer.
De eerste optie is besproken in het gedeelte over gladheidsbestrijding op fietspaden. De tweede en derde optie zijn uitsluitend van toepassing bij gladheidsbestrijding voor voetgangers en worden hierna toegelicht.
Wijkbeheer
Veel gemeenten werken met een vorm van wijkbeheer. Dit houdt in dat per buurt, wijk of stadsdeel een laagdrempelig steunpunt met een of meer medewerkers beschikbaar is dat zorgt voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het desbetreffende gebied. Bewoners kunnen er snel en gemakkelijk met vragen en meldingen terecht. Bovendien werkt wijkbeheer nauw samen met bewoners die op vrijwillige basis bijdragen aan de leefbaarheid van hun omgeving. Wijkbeheer is nauw verbonden met de gemeentelijke dienst Openbare Werken/Stadsbeheer en kan beschikken over materiaal en materieel dat voor de diverse werkzaamheden nodig is.
De aard en werkwijze van wijkbeheer lenen zich bijzonder goed om binnen het toegewezen gebied de gladheidsbestrijding voor voetgangers te organiseren en uit te voeren. In principe kan de wegbeheerder volstaan met enige aansturing op hoofdlijnen. Wijkbeheer kan ook de inzet van vrijwilligers regelen.
Andere organisaties
Mogelijke samenwerkingspartners zijn:
  • Winkeliers- en middenstandsverenigingen. Deze organisaties hebben er belang bij dat hun winkels goed bereikbaar zijn voor voetgangers.
  • Woningcorporaties. Voor deze organisaties is het van belang dat bewoners veilig hun woning kunnen verlaten en weer kunnen bereiken. Bij hoogbouw kunnen met een beperkte inspanning de veiligheid en het comfort voor vele bewoners worden verhoogd.
  • Beheerders van openbare instellingen. Naarmate het aantal kwetsbare bezoekers groter is, neemt het belang van schone, veilige aanlooproutes en entrees toe. Als beheer- en onderhoudsdiensten van scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, overheidsinstellingen en dergelijke niet uit eigen beweging de gladheid voor voetgangers afdoende bestrijden, kan samenwerking met de wegbeheerder hierin verbetering brengen.
  • Buurt- en wijkverenigingen. De mate waarin bewoners zich op vrijwillige basis organiseren kan per buurt of wijk sterk variëren. Bij aanwezigheid van een actieve buurt- of wijkvereniging zijn er meestal ook vrijwilligers beschikbaar voor de gladheidsbestrijding voor voetgangers.
Om de samenwerking tot een succes te maken, zijn in de eerste plaats goede afspraken nodig. Daarin kunnen onder meer de volgende onderwerpen worden geregeld:
  • de exacte route of locatie waar de partner gladheid bestrijdt;
  • het moment waarop de partner in actie komt;
  • de partij die dit moment bepaalt (de wegbeheerder, de partner, gezamenlijk);
  • de richttijd voor de uitvoering van de bestrijdingsactie;
  • de eventuele beschikbaarstelling van materieel en materiaal door de wegbeheerder;
  • de verantwoordelijkheid voor materieel en materiaal;
  • de instructie van vrijwilligers;
  • de partij die klachten en claims in ontvangst neemt;
  • de partij die klachten en claims afhandelt.
Om het bestrijden van gladheid door derden te stimuleren, kunnen wegbeheerders gratis of tegen geringe vergoeding hulpmiddelen beschikbaar stellen. Bekende voorbeelden zijn zout- en zandkisten (waar nodig met goede sloten), wegenzout en strooizand, zandscheppen (om zout en zand mee te verspreiden), grove bezems (om droge sneeuw mee te verwijderen) en handsneeuwschuivers (om natte en aangelopen sneeuw mee te verwijderen). Belangstellenden kunnen de hulpmiddelen onder voorwaarden bij de wegbeheerder aanvragen. Voor grotere oppervlakten kan een mechanische duwstrooier handig zijn. Deze wordt meestal niet door de wegbeheerder bekostigd, maar voor een winkeliers- of woningbouwvereniging kan het lonend zijn deze zelf aan te schaffen.
Belangrijke voordelen van het samenwerken met vrijwillige partners zijn dat de gladheidsbestrijding voor voetgangers plaatsvindt op een moment dat de wegbeheerder doorgaans zijn handen vol heeft aan de gladheidsbestrijding voor andere doelgroepen en dat de kosten van de gladheidsbestrijding voor voetgangers beperkt blijven. De wegbeheerder zal zijn partners meestal op de hoogte moeten brengen van de noodzaak om in actie te komen. Verder moeten tijd en middelen worden uitgetrokken voor het promoten, organiseren, instrueren, registreren en monitoren van de gladheidsbestrijding op vrijwillige basis. Het grootste deel van deze voorwaardenscheppende activiteiten kan de wegbeheerder buiten de hectische periode van de wintergladheid uitvoeren.
Communicatie
Hoe meer partners bij de (vrijwillige) gladheidsbestrijding worden betrokken, hoe meer aandacht vereist is voor de interne communicatie. De tijd die nodig is om vóór, tijdens en na wintergladheid ‘alles afgestemd te krijgen’, moet niet worden onderschat.
De externe communicatie kan meeliften in het algehele communicatiebeleid voor de gladheidsbestrijding. Het is raadzaam geen al te hoge verwachtingen te wekken ten aanzien van de gladheidsbestrijding voor voetgangers. Als een wegbeheerder aan het begin van het winterseizoen aankondigt dat gladheid op bepaalde routes en locaties wordt bestreden, moet hij er zeker van zijn dat dit daadwerkelijk zal gebeuren. Dit geldt ook als hij hiervoor afhankelijk is van de vrijwillige inzet van derden.
Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding voetgangersgebieden
De ontwikkeling van het uitvoeringsplan verloopt globaal op dezelfde wijze als bij de fietsverbindingen. Het zal doorgaans een hoofdstuk of paragraaf vormen in het algehele uitvoeringsplan voor de gladheidsbestrijding. Het uitvoeringsplan voor voetgangers is betrekkelijk eenvoudig. Waar van toepassing, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen activiteiten die volledig onder verantwoordelijkheid van de wegbeheerder worden uitgevoerd (door hemzelf of een aannemer) en activiteiten waarvoor derden verantwoordelijk zijn (wijkbeheer, vrijwillig meewerkende organisaties). In deze paragraaf worden de belangrijkste aandachtspunten voor het uitvoeringsplan behandeld.
Indelen routes en locaties
Als er in de beleidsfase looproutes en/of locaties zijn aangegeven waar de wegbeheerder of aannemer gladheid moet bestrijden, moeten deze zo praktisch en economisch mogelijk worden ingedeeld. Omdat het uitrukmoment voor de gladheidsbestrijding voor voetgangers later kan liggen dan dat voor fietsers, kunnen diverse routes en locaties door een of meer dagploegen worden behandeld. Vaak kan hetzelfde materieel worden gebruikt dat ook voor fietsverbindingen wordt ingezet. Locaties die veel gevaar kunnen opleveren, worden zo vroeg mogelijk (preventief) en eventueel ook handmatig behandeld.
Afspraken met wijkbeheer
In het uitvoeringsplan wordt vastgelegd welke (raam)afspraken zijn gemaakt met wijkbeheer. Deze hebben niet alleen betrekking op de plaatsen waar gladheid wordt bestreden en de tijdstippen waarop dat gebeurt. Er wordt eveneens vastgelegd wie voor materiaal, materieel en menskracht zorgt en hoe de kosten worden verrekend.
Afspraken met vrijwilligers
Het is verstandig om ook met (organisaties van) vrijwilligers afspraken te maken over de uitvoering van de gladheidsbestrijding en om deze (raam)afspraken vast te leggen. Het gaat hier vooral om de te behandelen routes of locaties, het tijdstip waarop dit gebeurt en de beschikbaarstelling van materiaal en materieel.
Vaak kunnen wegbeheerder en vrijwilligers(organisaties) gezamenlijk een optimaal resultaat bereiken. De wegbeheerder strooit, borstelt of ploegt dan bijvoorbeeld een relatief brede route door een winkelgebied of een buurt en de afzonderlijke winkeliers en bewoners/beheerders zorgen voor ‘de aansluiting’ van hun panden. Het komt ook voor dat bijvoorbeeld een winkeliersvereniging zelf een aannemer inhuurt om in het winkelgebied de gladheid te bestrijden. Ook dan is het nuttig als aannemer en wegbeheerder het scenario voor de gladheidsbestrijding afstemmen.
‘Vaker onwetendheid dan onwil’
Menigeen ergert zich als aanlooproutes en entrees van winkels en openbare gebouwen dagen na sneeuwval nog steeds slecht begaanbaar zijn. ‘Waarom doet een winkelier of beheerder daar niets aan?’ Een wegbeheerder die op zoek ging naar het antwoord op deze vraag, ontdekte dat de oorzaak vaker ligt in onwetendheid dan in onwil. “Mensen weten vaak niet hoe ze te werk moeten gaan. Ze laten sneeuw eerst aanlopen in plaats van direct te bezemen of te schuiven. Dat is niet handig. Of ze gaan zout strooien als de sneeuw al 8 centimeter dik ligt. Dat heeft weinig zin. Wij hebben gemerkt dat als je duidelijke voorlichting geeft over wat je bij een bepaalde vorm van gladheid het best kunt doen, de bereidheid om in actie te komen aanzienlijk toeneemt.”

Uitrukmoment
De wegbeheerder zal ook voor voetverbindingen bepalen wanneer bestrijdingsacties nodig zijn. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar het belang en het gebruik van de diverse routes/locaties. Als het gewenst is dat vrijwillige gladheidsbestrijders hierop aansluiten, moet dat in de interne communicatie worden geregeld.
Zoutkisten
Over de geschiktheid en het nut van zoutkisten (en eventueel zandkisten) wordt verschillend gedacht, ook door wegbeheerders. De meest genoemde voor- en nadelen worden hierna weergegeven. Hun gewicht kan per locatie en omstandigheid verschillen.
Voordelen zijn onder meer:
  • Op locatie is een zout/zandvoorraad beschikbaar waarmee georganiseerde vrijwilligers en/of particulieren onmiddellijk wintergladheid in de omringende openbare ruimte kunnen bestrijden. Dit is in het algemeen belang van de omgeving.
  • Deze vorm van gladheidsbestrijding kost de wegbeheerder betrekkelijk weinig geld en moeite: de aanschafkosten zijn te overzien en de benodigde hoeveelheid zout/zand valt in het niet op het totaal dat wordt gebruikt.
  • De aanwezigheid van een (goed beheerde) zout-/zandkist laat zien dat de wegbeheerder aandacht heeft voor het belang van de voetganger en de buurt.
Nadelen zijn onder meer:
  • Zout-/zandkisten zijn vandalismegevoelig. Sloten en verankering gaan dit tegen, maar verhogen de kosten en beperken de gebruiksmogelijkheden.
  • Een deel van het zout/zand wordt voor particuliere doeleinden gebruikt (niet op de openbare weg).
  • Door illegaal gebruik door particulieren bestaat kans op concurrentievervalsing met bijvoorbeeld bouwmarkten en andere private leveranciers/verkopers.
  • Om belanghebbenden niet teleur te stellen (en te demotiveren) moet zout/zand tijdig worden aangevuld; tijdens periodes van wintergladheid heeft de wegbeheerder echter vele andere prioriteiten.