Hygroscopisch gedrag
Een kenmerk van zouten is dat zij vocht uit de lucht aantrekken. Het zout wordt hierdoor eerst plakkerig en op den duur lost het op in het aangetrokken water. Het vocht aantrekkende of hygroscopische gedrag is afhankelijk van het soort zout en van de relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur. Tabel 21 geeft een overzicht van de grenswaarden van de relatieve vochtigheid, waarbij verschillende zoutsoorten vocht aan de lucht onttrekken.
Tabel 21. Zoutgehalten en grenswaarden relatieve vochtigheid voor diverse zouten bij een temperatuur van 15 °C
| Eenheid | NaCl | CaCl 2 | CaCl 2 .2H2 O | CaCl 2 .6H2 O | MgCl 2 .6H2 O | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Zoutgehalte | % | 100 | 100 | 75.5 | 50.7 | 47 |
| Grenswaarde relatieve luchtvochtigheid | % | 75 | 15 | 21 | 35 | 33 |
Uit tabel 21 blijkt dat natriumchloride (NaCl) pas bij een vrij hoge relatieve luchtvochtigheid vocht uit de lucht opneemt. Natriumchloride is beperkt hygroscopisch. Calciumchloride (CaCl2) en magnesiumchloride (MgCl2) nemen al bij een lagere relatieve luchtvochtigheid vocht uit de lucht op; deze zouten zijn sterk hygroscopisch. De gehydrateerde vormen van calciumchloride en magnesiumchloride, waarin deze stoffen al verbindingen met watermoleculen zijn aangegaan, zijn minder hygroscopisch dan zuiver calciumchloride en magnesiumchloride, maar ze trekken nog altijd eerder vocht aan dan natriumchloride.
Bij een luchtvochtigheid lager dan de grenswaarde vindt het omgekeerde proces plaats. Uit een pekel of plakkerig zout verdampt dan water, waarbij zoutkristallen worden gevormd. Uiteindelijk wordt het zout weer droog. Bij temperaturen lager dan 30 °C wordt echter geen CaCl2.2H2O teruggevormd, maar CaCl2.6H2O. Bij kristallisatie van opgelost natriumchloride, door verdamping van water, kan het dihydraat NaCl.2H2O worden gevormd bij temperaturen lager dan 0 °C.
Het hygroscopisch gedrag heeft voor- en nadelen. Als bij natzoutstrooien voor de natte component een calciumchloride-oplossing wordt gebruikt, blijft het wegdek als gevolg van de hygroscopische eigenschappen van calciumchloride langer nat. Hierdoor verwaait de droge component minder snel en kunnen de sensoren van het gladheidmeldsysteem de aanwezigheid van zout op de weg detecteren. Een nadeel van een sterk hygroscopisch gedrag ligt op het gebied van de opslag. Sterk hygroscopische zouten kunnen in droge vorm alleen in een goed afgesloten verpakking worden opgeslagen.
In extreme omstandigheden kunnen de hydraten CaCl2.6H2O en NaCl.2H2O voor een bijzonder probleem zorgen. Als er (zeer) veel natzout is gestrooid en er veel pekel op de weg ligt en bovendien de relatieve luchtvochtigheid gedurende langere tijd onder de grenswaarde ligt, kan zich een laagje hydraat op de weg vormen. Dit hydraat is een geleiachtige substantie. Hierdoor kan dan gladheid ontstaan door (veelvuldig gebruik van) dooimiddel.