Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Richtlijn organisatie en bestrijding van wintergladheid 2024
Deze tekst is gepubliceerd op 02-03-17

Inrichting steunpunten

Een steunpunt dient voor de opslag van materialen (wegenzout, calcium- of natriumoplossing) en de stalling, belading en reiniging van materieel. Ook zijn voorzieningen voor het personeel nodig. De milieuwetgeving vereist dat zoutvoorraden overdekt worden opgeslagen. Hierdoor wordt verzilting van de omgeving tegengegaan. Daarnaast is overdekte opslag beter voor de kwaliteit van het zout en beter voor de arbeidsomstandigheden bij werkzaamheden.
Bij natzoutstrooien wordt aan het wegenzout een oplossing van calciumchloride of natriumchloride toegevoegd. Deze oplossingen kunnen kant-en-klaar worden aangevoerd of op het steunpunt worden aangemaakt. In het laatste geval bevindt zich op het steunpunt een oplosinstallatie in de vorm van een calciummenginstallatie of een zoutoplosser. Oplossingen van natrium- en calciumchloride kunnen worden geladen met behulp van de pomp van de installatie. De strooiers worden na de actie afgevuld en met gevulde tanks weggezet.
[ link ]

Zoutoplosser met buffertank

Onbemande steunpunten
Het operationele deel van de gladheidsbestrijding wordt, vooral door Rijkswaterstaat en provincies, uitbesteed aan marktpartijen. Hierdoor is de noodzaak van een ambtelijke bezetting van de steunpunten vaak niet meer noodzakelijk. In een aantal gevallen is er nog slechts een terreinbeheerder. Ook zijn er zogeheten onbemande steunpunten. Op deze locaties is slechts incidenteel een vertegenwoordiger van de wegbeheerder (steunpunt coördinator) aanwezig. De aannemer die komt strooien en eventueel ploegen, beschikt over de sleutel of toegangscode van het terrein. Hij treft hier zelf de noodzakelijke maatregelen en bewaakt de arbo- en milieuaspecten. Ten aanzien van arbo is het advies om zorg te dragen op de onbemande locaties door daar een tijdelijk toilet te plaatsen met eventueel een mobiele schaftwagen. De wegbeheerder controleert slechts of alles naar behoren verloopt.

Opslag materieel
Niet alleen het zout, maar ook het materieel kan het best overdekt worden gestald. Dit heeft de volgende voordelen:
  • De kans op verstoring van de goede werking door weersinvloeden (sneeuw, ijzel, regen) wordt tot een minimum beperkt. Zo wordt voorkomen dat sneeuwploegen en -borstels op draaipunten en ter plaatse van hydraulische koppelingen door ijzel en/of bevroren neerslag worden aangetast en onbruikbaar worden. Ook wordt voorkomen dat strooiers onbruikbaar worden door achtergebleven, hard bevroren zoutresten.
  • De tijd voor het aankoppelen van vrachtauto’s en dergelijke wordt bekort, waarmee de actiesnelheid wordt vergroot.
  • Het materieel wordt minder snel aangetast door weersinvloeden, waardoor de onderhoudskosten worden verlaagd en de levensduur wordt verlengd.
[ link ]

Overdekte opslag sneeuwploegen

De strooiers kunnen op een opslagterrein worden weggehangen in de traditionele hijsportalen of met behulp van al dan niet hydraulische op- en afrolsystemen worden weggezet. Voor voertuigen zonder kippers is het spindelafzetsysteem een alternatief. Bij de inzet van containerauto’s kan gebruik worden gemaakt van diverse containerwegzetsystemen. De voordelen hiervan zijn dat er snel kan worden gewerkt en dat de strooiers van alle kanten, ook op de vrachtauto, goed bereikbaar blijven. Om goed te kunnen manoeuvreren met de voertuigen is voor de materieelberging een verharde breedte nodig van ten minste 12 meter.
[ link ]

Voorbeeld van een op- en afrolsysteem

[ link ]

Voorbeeld van een spindelafzetsysteem

[ link ]

Voorbeeld van een containerwegzetsysteem

Aanvoer en opslag
Wegenzout wordt aangevoerd per vrachtauto. Meestal is het logistiek niet mogelijk het zout direct op de juiste plaats te deponeren. Het zout wordt dan gestort voor de zoutloods en met een wiellader in de loods gebracht. Daarom is het belangrijk dat er op een opslagterrein voldoende rijruimte is voor vrachtwagens en wielladers. De wegen op het terrein moeten ten minste 6 meter breed zijn. Voor een zoutloods moet over de volle breedte van het gebouw een vrije manoeuvreerruimte van 20 meter worden aangehouden.
[ link ]

Aanvoer van wegenzout

De strooiers kunnen worden geladen met een wiellader of een laadtransporteur. De laadtransporteur wordt bij hoge uitzondering nog ingezet. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat het laden langzamer gaat dan bij de wiellader en dat er meer personeel nodig is voor het plaatsen en bedienen van het transportsysteem.
Bij het laden van de strooier moet worden voorkomen dat grote kluiten zout in de strooier terechtkomen. Deze veroorzaken namelijk een storing van de zouttoevoer. Een eenvoudige maatregel hiertegen is het aanbrengen van een rooster (met een rastergrootte van 100 × 100 mm) op de bak. Dit houdt grove kluiten en ook ongewenste objecten (stenen, stukken hout) tegen. Daarnaast zijn de meeste zoutstrooiers tegenwoordig voorzien van een systeem dat tijdens het transport van het zout naar de schotel zoutkluiten verbrijzelt. Als hier een te groot (en niet te breken) object wordt gedetecteerd, krijgt de chauffeur daarvan een melding zodat hij kan ingrijpen.
Voorkomen moet worden dat een deel van de zoutvoorraad vele jaren blijft liggen, omdat steeds het meest recent aangevoerde zout als eerste wordt gebruikt. Het oude zout klontert steeds verder samen en wordt op den duur onbruikbaar. Een praktische oplossing is de zoutloods zodanig breed te maken dat het zout in twee gedeelten kan worden opgeslagen. Het tweede gedeelte wordt pas gepakt als het eerste gedeelte volledig is opgebruikt.
De zoutloods staat bij voorkeur met de open zijde naar het zuidoosten. De zuidwestenwind (met regen en sneeuw) en de koude noorden- en oostenwinden hebben dan zo min mogelijk invloed. Verder moet het opslagterrein voorzien zijn van een wasplaats voor het schoonspuiten van het materieel. Deze wasplaats is aangesloten op afscheiders voor olie, vet en zand/grond. Als de strooiers worden afgespoten op hun stallingsplaats moet ook vanaf deze plaats de waterafvoer zijn aangesloten op de afscheiders.
Zout kan ook worden opgeslagen in standsilo’s. Er is dan minder grondoppervlak nodig voor de zoutopslag. De silo’s worden geplaatst op een vlakke fundering met voldoende draagkracht. Het aangevoerde zout wordt vanuit een siloauto in de standsilo geblazen. Hiervoor moet het zout zeer droog zijn. Strooiwagens kunnen gemakkelijk worden beladen door ze onder de silo te rijden. Het leegdraaien van de strooiwagens is bij het gebruik van standsilo’s echter niet mogelijk. In het kader van duurzaamheid kan er in dit geval voor gekozen worden de strooiwagens te laten terugdraaien in een afsluitbare opvangbak. Dit zout kan men dan eventueel voor andere situaties benutten.
[ link ]

Strooier leegdraaien na strooiactie

Verharding
Om verzilting van de ondergrond tegen te gaan, heeft een gesloten verharding op het gehele opslagterrein de voorkeur. Ook is een goede afwatering van het volledige terrein vereist. Daarnaast is het wenselijk dat de waterafvoer via de riolering of een afwateringssloot op een punt wordt geconcentreerd, zodat bij calamiteiten snel kan worden ingegrepen. Verder zijn moderne steunpunten voorzien van een opslagtank waarin zowel spoelwater als hemelwater wordt opgevangen: dit licht zoute water wordt gebruikt voor het produceren van natrium- en calciumchlorideoplossingen.
Verlichting
Een goede en gelijkmatige terreinverlichting is noodzakelijk. Natriumverlichting of andere typen verlichting waardoor kleurverschillen wegvallen, worden uit veiligheidsoverwegingen ontraden. Plaatsen waar werkzaamheden worden verricht, vragen om een gerichte werkverlichting.