Toolbox gladheidsbestrijding
De ‘Toolbox gladheidsbestrijding’ is een hulpmiddel om het belang van veilig werken onder de aandacht te brengen bij medewerkers die werkzaam zijn in de gladheidsbestrijding. Hierna is een groot aantal risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid opgenomen. Ze dienen als voorbeeld en inspiratiebron voor andere partijen die een risico-inventarisatie willen opstellen voor hun eigen situatie. In deel D van deze richtlijn is een voorbeeldpresentatie voor een Toolbox-bijeenkomst opgenomen. (Bijlage VI)
Tabel 17. Veiligheids- en gezondheidsgevaren
| Omgevingsfactor | Activiteit | Risico | Risico-oorzaak | Suggesties (facultatief) |
|---|---|---|---|---|
| Middelen bedrijfshulpverlening (bhv) | Werkzaamheden gladheidsbestrijding | Geen hulp kunnen verlenen bij een EHBO-ongeval Een beginnende brand niet kunnen blussen | Onveilig werken, gebruik van ongekeurd materieel e.d. | Zorg voor voldoende bhv-middelen op het steunpunt, vooral op de plekken waar veel wordt gereden en waar veel wordt gewerkt met materieel. De (onder)aannemers moeten in het rijdend materieel beschikken over een goedgekeurde EHBO-doos en een brandblusser |
| Materieelveiligheid | Gebruiken van materieel | Knelgevaar, stoten van het hoofd, elektrocutie, aanrijding e.d. | Gebruik van materieel dat niet BMWT- of APK-gekeurd is. Gebruik van materieel dat niet jaarlijks is gekeurd op kritieke punten | Zowel de wegbeheerder als de (onder)aannemer moet beschikken over keuringsrapporten van het in gebruik zijnde materieel en de overzichten van keuringen |
| Hijsbanden en kettingen | Koppelen van materieel | Losschieten of inscheuren van hijsbanden e.d. | Veroudering, ondeskundig gebruik | Neem hijsbanden en hijskettingen op in het systeem voor de jaarlijkse inspectie |
| Materieel | Koppelen en ontkoppelen van fietspadstrooiers en vrachtwagenstrooiers aan rijdend materieel | Knelgevaar, stootgevaar | Bij koppelen van materieel kan knelgevaar optreden als een persoon probeert bij te sturen | Geef bij het koppelen alleen bijsturing op afstand. Raak de klemplaat niet aan. Gebruik geen geweld bij het richten van het materieel |
| Strooiers | Vullen van strooiers | Morsen van calciumchloride op de grond en op materieel | Milieuverontreiniging en extra corrosie | Voorkom dat bij het vullen met calciumchlorideoplossing het reservoir overstroomt. Wees alert op eventueel niet afslaan van de beveiliging |
| Gewicht fietspadstrooier | Rijden met fietspadstrooier | Verkeersonveiligheid | Als het gewicht van de fietspadstrooier gevuld met dooimiddel groter is dan dat van het trekkende voertuig, ontstaat er een onstabiele combinatie | Stel aan het begin van het strooiseizoen door wegen of berekenen vast of het gewicht van de gevulde fietspadstrooier lager is dan dat van het trekkende voertuig (van de aannemer). Leg het resultaat schriftelijk vast, met vermelding van strooier en voertuig (kenteken) |
| VCA-certificaat | Werkzaamheden gladheidsbestrijding | Diverse gevaren | Onvoldoende kennis van V&G-risico’s | Aannemers en onderaannemers moeten beschikken over een geldig VCA-certificaat |
| Bhv | Werkzaamheden op en buiten het steunpunt | Grote gevolgschade | Niet weten wat te doen bij een bhv-ongeval | Bespreek en oefen het bhv-plan op het steunpunt met medewerkers van wegbeheerder en (onder)aannemer. Geef ook aan wat medewerkers van (onder)aannemers moeten doen bij ongevallen buiten het steunpunt. |
| Gladheid | Werkzaamheden op en buiten het steunpunt | Vallen | Opvriezen van natte weggedeelten | Trek voor aanvang van de werkzaamheden veiligheidsschoenen met een stroeve zool aan |
| Zichtbaarheid | Werkzaamheden op en buiten het steunpunt | Aanrijding | Slechte herkenbaarheid | Draag bij werkzaamheden in het kader van gladheidsbestrijding altijd een goedgekeurd reflecterend hesje of (bij avond- en nachtwerk) een reflecterende jas, zowel op het steunpunt als daarbuiten |
| Helm | Plaatsen strooier op vrachtwagen | Stootgevaar | Hoofd stoten aan de strooier | Draag bij het koppelen van de strooier aan de vrachtwagen en bij het betreden van de ruimte onder een op poten staande strooier altijd een helm |
| Bediening | Bedienen strooier | Onveiligheid | Onbekendheid | De bediening van de strooiers, vooral bij storingen, moet verifieerbaar worden onderwezen.Gebruikers moeten de risico’s van het gebruik kennen en weten hoe te handelen bij calamiteiten. De (onder)aannemers moeten ervoor zorgen dat al het personeel verifieerbaar instructie heeft gehad.Dit moet in een veiligheidspaspoort worden opgetekend |
| Calciumchloride | Vullen van materieel | Huidirritatie | Niet dragen van overzetbril, beschermende handschoenen en werkkleding. Slechte hygiëne | Draag bij het werken met calciumchloride (onder meer bij het vullen van de strooiers, het koppelen van slangen en het reinigen van materieel) zoutbestendige veiligheidshandschoenen, een overzetbril en werkkleding |
| Voertuigen | Verrichten van strooiactiviteiten | Aanrijding en ontstaan van materiële schade | Onvoldoende geïnstrueerd zijn, onoplettendheid | De (onder)aannemer moet zich ervan vergewissen dat de bestuurders van de voertuigen in het bezit zijn van een juist en geldig rijvaardigheidsbewijs en voldoende zijn geïnstrueerd |
| Lekkend materieel, olie | Rijden met materieel | Bodemverontreiniging | Onvoldoende preventief onderhoud | Materieel dat olie lekt, moet direct worden gerepareerd. Maak bij lekkage van hoeveelheden olie van enige omvang gebruik van absorptiekorrels, zowel binnen als buiten het steunpunt. Markeer de plaats van de lekkage om de mate van bodemverontreiniging te kunnen bepalen |
| Shovel | Bedienen shovel | Aanrijding en ontstaan van materiële schade | Onvoldoende rijvaardigheid en onbekendheid met het werk | De shovelmachinist moet minimaal 18 jaar zijn, moet in het bezit zijn van rijbewijs BE en moet aantoonbare vaardigheid hebben in het bedienen van de shovel |
| Shovel, snelheid van rijden | Rijden met shovel | Aanrijding en ontstaan van materiële schade | Harder rijden dan de toegestane maximumsnelheid van 5 km/h op het steunpunt | Neem in de instructies voor de shovelmachinist op dat er op het steunpunt niet harder mag worden gereden dan 5 km/h |
| Shovel, laadbak | Laden van zout | Morsen van (veel) zout naast de fietspadstrooier.Corrosie van materieel neemt toe | Gebruik van een te brede laadbak | Gebruik een (wissel)bak die niet breder is dan de vulopening van de fietspadstrooier |
| Werktijden | Werkzaamheden gladheidsbestrijding | Oververmoeidheid | Verrichten van gladheidsbestrijdingsactiviteiten naast het reguliere werk | De (onder)aannemer moet zich houden aan het rust- en werktijdenbesluit. Om oververmoeidheid te voorkomen mag niet te lang worden gewerkt |
| Derden | Meerijden in materieel van aannemer | Aanrijding | Meerijdende derden zijn niet geïnformeerd over de risico’s op het steunpunt en/of dragen niet de verplichte reflecterende jas en veiligheidsschoenen | Voorkom dat niet-geïnstrueerde (meerijdende) personen rondlopen op het steunpunt.De instructies met betrekking tot derden moeten op verzoek kunnen worden overgelegd aan de verantwoordelijke wegbeheerder |
| Chauffeurs | Besturen van voertuig met ploeg en/of strooier | Aanrijding, verkeersonveiligheid | Onbekendheid met de route, kritieke punten en obstakels | Zet uitsluitend chauffeurs in van wie kan worden aangetoond dat zij bekend zijn met de strooiroute(s) en de daarin gelegen gevaarlijke situaties en obstakels |
Tabel 18. Algemene risico's
| Risicogebied | Geïdentificeerde risico’s | Mogelijke gevolgen | Preventieve maatregelen |
|---|---|---|---|
| Bewegingen van voertuigen | Aanrijding en beknelling | Lichamelijk letsel en materiële schade | Begeleid bestuurders bij het achteruitrijden. Parkeer voertuigen zo veel mogelijk op parkeerplaatsen. Zet werkgebieden (zoals de plek waar strooiers worden gevuld) duidelijk af |
| Bewegingen van voertuigen, waaronder de shovel | Aanrijding en beknelling | Lichamelijk letsel en materiële schade | De shovel moet voorzien zijn van een akoestische installatie die duidelijk hoorbare geluidssignalen geeft als de shovel achteruit rijdt.Daarnaast moeten de shovel en de andere voertuigen voorzien zijn van knipperende verlichting conform de regelgeving |
| Werken bij noodweer | Aanrijding en beknelling | Lichamelijk letsel en materiële schade | Leg bij ernstig noodweer de werkzaamheden zowel binnen als buiten het steunpunt stil; de kantonnier kan hiertoe opdracht geven |
| Uitzonderlijke situaties | Aanrijding en beknelling | Lichamelijk letsel en materiële schade | Als in een uitzonderlijke situatie, zoals een ramp, de wegbeheerder opdracht geeft het werk te staken, geef hier dan onmiddellijk gevolg aan |
| Elektriciteit | Werken aan elektrische installaties die onder spanning staan | Lichamelijk letsel en materiële schade | Zorg dat voor aanvang van de werkzaamheden de spanning van de installatie wordt gehaald.Geef na uitschakelen duidelijk aan dat aan de installatie wordt gewerkt. Zorg voor duidelijke kabel- en installatieaanduidingen |
| Brandgevaarlijke werkzaamheden | Brand, ontploffing | Lichamelijk letsel en materiële schade | Beperk het risico van brand en ontploffing door brandbare materialen te verwijderen en/of af te schermen. Zorg daarnaast voor brandblusapparatuur |
| Hijswerkzaamheden | Vallende hijslasten | Lichamelijk letsel en materiële schade | Zet steeds het werkgebied af. Controleer regelmatig hijsgereedschap en ander materieel |
| Werken met zwaar materieel | Verzakken | Lichamelijk letsel en materiële schade | Zorg voor een stabiele opstelling. Zet het werkgebied af |