Praktisch instrument
De checklist en de scorekaart zijn verwerkt in een computerprogramma, dat bij deze publicatie is gevoegd. Dit computerprogramma is een praktisch instrument dat snel een indruk kan geven van de onnauwkeurigheid van de zettingsprognose. Ook kan snel inzicht worden verkregen in de winst die behaald wordt als aan bepaalde onderdelen meer aandacht wordt besteed (hogere score).
Computerprogramma ZETFOUT
De werking van het programma is in grote lijnen als volgt. In het programma kan de gebruiker eerst een keuze maken of de scorekaart toegepast wordt op zettingsberekeningen voor een integrale ophoging of voor een ophoging voor lijninfrastructuur, al of niet als wegverbreding. Daarna moet de gebruiker aangeven of het om berekeningen van een restzetting of een eindzetting gaat.
De werking van het programma is in grote lijnen als volgt. In het programma kan de gebruiker eerst een keuze maken of de scorekaart toegepast wordt op zettingsberekeningen voor een integrale ophoging of voor een ophoging voor lijninfrastructuur, al of niet als wegverbreding. Daarna moet de gebruiker aangeven of het om berekeningen van een restzetting of een eindzetting gaat.
Links op het scherm worden de categorieën van de checklist getoond (tabel 26). Na het aanklikken van een categorie verschijnen rechts de vragen per categorie. Bij elke vraag kan één antwoord worden gekozen. Afhankelijk van de keuze verschijnt de vaste score, namelijk 0 of de maximumwaarde volgens tabel 27. Voor de scores van de onderverdelingen (a1a, a1b enzovoort ) kan de gebruiker zelf een waarde kiezen tussen bepaalde grenzen.
Tabel 28. Kalibratie praktisch instrument - Score bij gebruikelijke werkwijze
| Onderdeel | Integrale ophoging | Ophoging t.b.v. lijninfrastructuur | ||
| eindzetting | zettingsverloop – restzetting | eindzetting | zettingsverloop – restzetting | |
| a1 | 10 | 9 | 9 | 7 |
| a2 | 8 | 6 | 6 | 5 |
| b1 | 11 | 8 | 11 | 8 |
| b2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| b3 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| b4 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| b5 | - | - | 4 | 3 |
| b6 | - | - | 4 | 3 |
| c1 | 4 | 4 | 4 | 2 |
| c2 | 8 | 6 | 8 | 6 |
| c3 | 9 | 6 | 6 | 5 |
| d1 | - | 0 | - | 0 |
| d2 | 7 | 5 | 7 | 5 |
| d3 | 7 | 5 | 7 | 5 |
| d4 | 7 | 5 | 7 | 5 |
| e1 | 3 | 3 | ||
| e2 | 3 | 3 | ||
| e3 | 5 | 5 | ||
| e4 | 4 | 4 | ||
| Som | 73 | 71 | 75 | 71 |
Na beantwoording van alle vragen in één categorie wordt voor die categorie in het linkerdeel van het scherm de score gegeven als teken dat die categorie klaar is. Als de vragen van alle categorieën beantwoord zijn, krijgt de gebruiker de totaalscore te zien. Vervolgens wordt de onnauwkeurigheidsmarge van de zettingsprognose aangegeven.
Er wordt nogmaals nadrukkelijk op gewezen dat het hier slechts om een eerste opzet van de scorekaart gaat. De gegeven scores en de aangegeven onnauwkeurigheid zijn een eerste indicatie. Doordat alleen wordt ingegaan op toevallige fouten en fouten als gevolg van een tekort aan informatie, kan geen harde uitspraak worden gedaan over de grootte van de totale fout. Ook is verondersteld dat type B fouten (zie hoofdstuk 6) zijn uitgesloten.
Van de berekende score en onnauwkeurigheidsmarge kan een afdruk worden gemaakt. De in- en uitvoer kan ook worden opgeslagen.
Het programma is opgezet als applicatie in Visual Basic. Het programma draait onder de besturingssystemen Windows 98, Windows 2000 en Windows XP.
Omrekening score naar onnauwkeurigheid
In het hierna volgende is de onnauwkeurigheid van de zettingsprognose gedefinieerd als de procentuele afwijking van de verwachtingswaarde van de zetting. Uitgaande van een 90%-betrouwbaarheidsinterval betekent een onnauwkeurigheid van X% dat in 5% van de gevallen de werkelijke zetting groter is dan (100+X%) of kleiner is dan (100-X%) maal de berekende zetting. Anders gezegd: de werkelijke zetting kan meer dan X% van de berekende waarde afwijken, doch de kans hierop is klein, namelijk minder dan < 5%.
In het hierna volgende is de onnauwkeurigheid van de zettingsprognose gedefinieerd als de procentuele afwijking van de verwachtingswaarde van de zetting. Uitgaande van een 90%-betrouwbaarheidsinterval betekent een onnauwkeurigheid van X% dat in 5% van de gevallen de werkelijke zetting groter is dan (100+X%) of kleiner is dan (100-X%) maal de berekende zetting. Anders gezegd: de werkelijke zetting kan meer dan X% van de berekende waarde afwijken, doch de kans hierop is klein, namelijk minder dan < 5%.
Voor de omrekening van de score naar een verwachte onnauwkeurigheid is vooralsnog verondersteld dat de relatie tussen score en onnauwkeurigheid lineair is; deze relatie wordt gedefinieerd door twee punten.
[ link ]
Figuur 20. Relatie score-onnauwkeurigheid (eerste opzet; nadere validatie gewenst)
Voor de eindzetting zijn de twee punten van deze relatie als volgt vastgelegd:
- Bij het opstellen van de zettingsprognose, onderdelen a tot en met e, volgens de gebruikelijke werkwijze worden 70 à 75 punten behaald (zie tabel 28). Uit de Monte Carlo-analyse (hoofdstuk 7), waarin niet alle onzekerheden zijn meegenomen, kwam al een onnauwkeurigheid naar voren van plus of min 30%. In een werkelijke situatie, waarin wel alle onzekerheidsbronnen een rol spelen, moet dus een grotere inspanning worden geleverd om deze onnauwkeurigheid niet te overschrijden. Anders gezegd, daarvoor is een hogere score nodig. Arbitrair is deze gesteld op 80 punten. Dit geeft het eerste punt: 80/30.
- Bij een optimale werkwijze en goede monitoring en terugkoppeling wordt een score behaald van maximaal 120 punten (onderdelen a t/m f). De verwachte onnauwkeurigheid wordt dan gesteld op plus of min 15%. Dit geeft het tweede punt: 120/15.
Omdat de restzetting veelal moeilijker is te voorspellen dan de eindzetting, zoals ook volgde uit de statistische analyse, is voor de lijn voor de restzetting een 20% grotere onnauwkeurigheid aangehouden. De helling van beide lijnen is, bij gebrek aan voldoende kennis, gelijk gehouden. De relatie tussen de score en de onnauwkeurigheid is grafisch weergegeven in figuur 20.
Opgemerkt wordt dat de hier gegeven procedure om te komen tot een schatting van de onnauwkeurigheid van de zettingsprognose een eerste opzet is. De in tabel 28 gegeven score is bepaald door brainstorming. De werkelijkheid is zeer complex gezien het grote aantal invloedsfactoren. De berekende onnauwkeurigheid moet gezien worden als een goede schatting. Voor een nadere bepaling van de onnauwkerigheid kan een gevoeligheidsanalyse worden uitgvoerd, waarbij de relevante invoerparameters gevarieerd worden.
Het verdient aanbeveling om het instrument in de praktijk te beoordelen en het inzicht in de werkelijke onnauwkeurigheid verder te vergroten. Daarvoor dienen praktijkgevallen te worden verzameld. Interpretatie en evaluatie kunnen op termijn leiden tot aanpassingen van het model (bijvoorbeeld wat betreft de puntenscores per foutenbron en de relatie tussen score en onnauwkeurigheid).
Gebruik scorekaart en ZETFOUT
In verschillende fasen van een project kan het zinvol zijn de score en de bijbehorende onnauwkeurigheid van de zettingsprognose te bepalen. Bij het opzetten van het grondonderzoek, als diverse keuzes gemaakt moeten worden, kan de berekende score behulpzaam zijn bij de bepaling van de omvang van het grondonderzoek. Als de zettingsprognose daadwerkelijk is opgesteld, kan met behulp van de berekende score worden nagegaan of het zinvol is aanvullend onderzoek uit te voeren en/of aanvullende berekeningen te maken. Ook kunnen aan de hand van de score eventueel (aanvullende) richtlijnen voor de uitvoering worden gegeven.
In verschillende fasen van een project kan het zinvol zijn de score en de bijbehorende onnauwkeurigheid van de zettingsprognose te bepalen. Bij het opzetten van het grondonderzoek, als diverse keuzes gemaakt moeten worden, kan de berekende score behulpzaam zijn bij de bepaling van de omvang van het grondonderzoek. Als de zettingsprognose daadwerkelijk is opgesteld, kan met behulp van de berekende score worden nagegaan of het zinvol is aanvullend onderzoek uit te voeren en/of aanvullende berekeningen te maken. Ook kunnen aan de hand van de score eventueel (aanvullende) richtlijnen voor de uitvoering worden gegeven.