Bims (puimsteen)
Puimsteen, beter bekend onder het Duitse leenwoord bims, is een vulkanisch gesteente dat gekenmerkt wordt door een grote porositeit. Puimsteen ontstaat wanneer bij een vulkanische uitbarsting de vloeibare lava, die een grote hoeveelheid gassen bevat, zodanig snel afkoelt dat de gasbelletjes de tijd niet krijgen te ontsnappen en in het gesteente vast komen te zitten. Door de grote hoeveelheid kleine holtes in het gesteente is het zeer licht en kunnen vele variëteiten van puimsteen op water blijven drijven. Bims wordt genoemd naar zijn vindplaats. Bekende productnamen zijn Hekla Bims, Lipari Bims, Yali Bims en Korreth Bims. De producten verschillen enigszins van elkaar in termen van dichtheid, verbrijzelingweerstand en stijfheidsmodulus. De in Nederland gebruikte bims is doorgaans afkomstig van de noordoosthellingen van de bergen ter weerszijde van de Rijn bij Koblenz (Neuwied en Andernach). Onder de leemachtige oppervlaktelaag bevinden zich daar bimslagen van variabele dikten.
In Nederland wordt bims (zie figuur 3.13) vooral in de sortering 0/16 mm als lichtgewicht granulair ophoogmateriaal en onderfundering toegepast. Sommige van de betere kwaliteiten bims kunnen bij niet te zware belastingen ook als funderingsmateriaal worden gebruikt, bijvoorbeeld in woonstraten in gebieden met een weinig draagkrachtige ondergrond. Het materiaal leent zich ook goed voor het opvullen van leidingsleuven. Een laag bims is sterk waterdoorlatend. Als de ondergrond een zuurgraad heeft van pH = 4 of lager, treedt op de lange termijn verwering op.
[ link ]
Figuur 3.13. Bims
In het werk verdicht varieert de dichtheid van bims tussen 850 en 1.150 kg/m3. Voor zover verdichting is voorgeschreven, moet het aanbrengen van bims geschieden in lagen met een dikte van maximaal 0,4 m, gemeten na verdichting. Bij verdichting treedt enige verbrijzeling op. Als bims van goede kwaliteit een goede haakweerstand heeft, kan bouwverkeer zonder al te veel vervorming en verbrijzeling over de fundering rijden. Doorgaans kan zonder al te veel problemen direct op deze laag worden begonnen met asfalteren. Als de korrels gladder zijn, zullen de bolletjes bims langs elkaar glijden en zullen onder het bouwverkeer diepe sporen ontstaan. In deze situatie moet een dunne granulaire tussenlaag van zand worden aangebracht om het korrelskelet stabieler te maken, zodat daarna kan worden begonnen met asfalteren.