Hergebruik van funderingsmaterialen
Funderingsmaterialen komen weer vrij bij herinrichtingswerkzaamheden aan wegen. Deze materialen kunnen ofwel worden afgevoerd naar een erkende verwerker, een puinbreekbedrijf ofwel direct opnieuw worden hergebruikt als funderingsmateriaal. In het laatste geval moeten ze in principe eerst milieuhygiënisch worden gekeurd, tenzij ze onder een vrijstelling vallen.
Bij reconstructiewerken waarbij de fundering wordt opgenomen, moet een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de te verwijderen materialen worden uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de aard van een verontreinigende stof. Tevens wordt vastgesteld hoe hoog de concentraties van de vermoede verontreinigende stof zijn.
Bijlage V gaat dieper in op dit verkennend onderzoek en proeven voor de bepaling van eventuele milieubelastende bestanddelen.
Het Besluit bodemkwaliteit kent een aantal vrijstellingen voor de verplichting om een milieuhygiënische verklaring te hebben. Eén van deze vrijstellingen betreft het zonder bewerking en onder dezelfde condities toepassen van bouwstoffen, waarvan het eigendom niet wordt overgedragen. Bewerking is bijvoorbeeld breken, frezen of immobiliseren. Dit betekent dat bij het oppakken van funderingsmateriaal uit een weg en het opnieuw toepassen op een andere locatie onder een weg, geen partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd, mits het materiaal niet van eigenaar wisselt. Dit geldt alleen als de oorspronkelijke eigenaar, bijvoorbeeld een gemeente, eigenaar blijft van het funderingsmateriaal. Als het eigendom wordt overgedragen aan een aannemer, moet de milieuhygiënische kwaliteit van het materiaal wel worden bepaald. Het gebruik van bouwstoffen die op deze wijze zijn vrijgesteld van de verplichting tot onderzoek moet wel worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Voordat het funderingsmateriaal opnieuw in een werk wordt toegepast, moet uiterlijk vijf dagen voor de start van het werk een melding worden gedaan. De vrijstelling is ook van kracht bij het tijdelijk uit het werk nemen van funderingsmateriaal en het later weer aanbrengen in het werk op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities. Dit hoeft dan niet te worden gemeld. Melding is wel verplicht als de functie van het materiaal verandert. Als asfalt wordt opgebroken en wordt hergebruikt in een fundering, is sprake van een functieverandering. Er is dan een bewerking uitgevoerd.
Als iemand die het funderingsmateriaal opnieuw toepast door kennis of door waarneming weet dat het materiaal niet voldoet aan de eisen, mag hij het materiaal niet zonder voorafgaand onderzoek toepassen. Als er bijvoorbeeld een oliegeur waarneembaar is, of als er visueel restjes asbestcement worden waargenomen, moet er eerst een partijkeuring plaatsvinden voordat het materiaal mag worden toegepast.
Bouwstoffen die mogelijk verontreinigend zijn voor het bodem- en watermilieu dienen als verdacht te worden beschouwd en voorafgaand aan hergebruik te worden onderzocht op hun milieuhygiënische kwaliteit. Tabel 6.4 geeft een overzicht van verdachte en onverdachte funderingsmaterialen. Onverdachte funderingsmaterialen hoeven niet gekeurd te worden voor hergebruik, mits ze zonder bewerking en onder dezelfde condities opnieuw worden toegepast en het eigendom niet wordt overgedragen. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, moeten ze wel gekeurd worden.
Tabel 6.4. Verdachte en onverdachte funderingsmaterialen
| Verdachte bouwstoffen 1 | Onverdachte bouwstoffen 1 |
| Beton- en metselpuin ongebroken | Schraal beton |
| Recyclinggranulaat | Bims |
| AVI-bodemas | Menggranulaat (aangebracht na 1993) |
| Hoogovenslakken | Lava |
| Mijnsteen | Steenmengsel van natuurlijke oorsprong (steenslag) |
| Fosforslakken | Steenmengsel van natuurlijke oorsprong (grind) |
| Ongedefinieerd funderingsmengsel | Silex |
| ELO-staalslak | Flugsand |
1 Bron: Waaier Hergebruik in civieltechnische werken, SIKB, 2010 [44] | |
Funderingsmaterialen die niet blijken te voldoen aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit, moeten in eerste instantie worden bewerkt of gereinigd en indien niet mogelijk dan worden gestort. Ongebroken beton- en metselpuin mogen op basis van het ‘Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen’ niet toegepast worden.