Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek funderingsmaterialen in de wegenbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 15-04-14

Invloed van diverse factoren op ontmengingsgevoeligheid

Ontmengingsgevoeligheid speelt vooral bij loskorrelige materialen die tijdens opslag, transport en verwerking een minder homogene korrelverdeling kunnen krijgen. Als een steenmengsel uit korrels van verschillende korreldichtheid bestaat, kan het mengsel ontmengd raken omdat zwaardere korrels bij het storten en bewerken de neiging hebben naar beneden uit te rollen, terwijl de lichtere korrels dichter bij het stortpunt blijven liggen. Daardoor ontstaan plaatselijk grote verschillen in korrelverdeling. Enerzijds ontstaan er plaatsen met veel grof materiaal, anderzijds plekken met veel fijn materiaal. Als een vrachtwagen vanuit één punt van een stort wordt geladen, is de kans dus groot dat de werkelijke korrelverdeling van de lading afwijkt van de beoogde korrelverdeling. Als gevolg van ontmenging ontstaan plekken in de funderingslaag met verschillende eigenschappen zoals verdichtingsgraad, stijfheid, weerstand tegen permanente vervorming en doorlatendheid. In hoofdstuk 8 wordt aangegeven hoe bij de aanleg de kans op ontmenging kan worden beperkt.
Een mengsel met naar verhouding veel grove, ronde, gladde korrels zal sneller ontmenging vertonen dan een mengsel met kubische of platte, ruwe korrels omdat ronde, gladde korrels gemakkelijker rollen. Een mengsel met een continue korrelverdeling is het minst ontmengingsgevoelig. Als een materiaal droger wordt, neemt de ontmengingsgevoeligheid toe. Bij een vochtiger materiaal ‘kleven’ de fijnere fracties een namelijk beetje aan de grovere fracties.