Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek funderingsmaterialen in de wegenbouw
Deze tekst is gepubliceerd op 14-04-14

Silex

In verhardingsconstructies, aangelegd in de jaren zeventig van de vorige eeuw, werd in Limburg en Oost-­Brabant, maar ook elders verspreid over het land, silex als steenfunderingsmateriaal toegepast. Silex komt vrij bij de winning van mergel in zuid-­Limburg (groeve St. Pietersberg) en België (groeve Lixhe). Afhankelijk van het verwerkingsprocédé voor de afscheiding van de mergel, wordt het materiaal uit de groeve eenmaal of tweemaal (dubbel) gebroken, waarbij silex wordt verkregen in de kwaliteiten 0-­90 mm en 90-­300 mm, respectievelijk de kwaliteiten 0-­30 mm en 25­-70 mm. Silex is een mengsel van vuursteen, berggrind en tau. Tau is de benaming voor de verontreinigingen in het silex en bestaat uit zandsteen, kalkzandsteen en kalksteen. Laatstgenoemde materialen hebben een lage verbrijzelingsfactor en zijn vorst- en vochtgevoelig, zodat bij de toepassing voor wegfunderingen beperkingen aan het taugehalte moeten worden gesteld.
De verwerkingsmethoden van het groevemateriaal brengen met zich mee dat in silex de fracties kleiner dan 16 mm nagenoeg ontbreken. Ten opzichte van een gelijkmatig opgebouwd korrelvormig materiaal (goede korrelverdeling) zal het aantal contactvlakken in het korrelskelet en daarmee de op te nemen schuifspanningen van het pure silex gering zijn. Puur silex met een relatief laag taugehalte zal dan ook een fundering opleveren die instabiel (rollen) is en waarvan het oppervlak een zeer open structuur heeft. Voor het verkrijgen van een stabiele funderingslaag met een redelijk dicht oppervlak zullen aan silex fijne fracties materiaal (15-­20 procent (m/m)) – bijvoorbeeld in de vorm van zand – moeten worden toegevoegd. In moderne weg­constructies wordt dit materiaal niet meer toegepast.