Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Verdichting van de zandbaan
Deze tekst is gepubliceerd op 10-02-14

Samenvatting

De onderzoeksactiviteiten van de CROW-werkgroep F7 ‘Verdichting van de zandbaan’ werden in eerste instantie gericht op de eigenschappen van typisch Nederlandse (uniforme, fijne, matig afgeronde) zanden voor wat betreft verdichtbaarheid (Verdichtungswilligkeit) en de mechanische eigenschappen van verdichting.
In hoofdstuk 2 wordt daarom uitvoerig besteed aan de dichtheid, de relatieve dichtheid en de verdichtingsgraad en het verband tussen aangewende verdichtingsenergie en (relatieve) dichtheidstoename. Daarna wordt het verband tussen relatieve dichtheid of verdichtingsgraad en de mechanische eigenschappen belicht door analyse van het sterktegedrag (hoek van inwendige wrijving en schijnbare cohesie) en het stijfheidsgedrag (elasticiteitsmodulus) van zand. Genoemde analyses zijn excerpten van de meer uitgebreide beschouwingen in het Handboek Zandboek dat door CROW [2004] werd uitgebracht.
Centraal in de publicatie staat hoofdstuk 3, waarin de uitvoering van een aantal verdichtingsproefvakken op vier Nederlandse zanden is beschreven. Met behulp van een lichte en een zware getrokken trilwals werden de vochtgevoelige en de vochtongevoelige zanden in diverse laagdikten met 8 - 16 walsovergangen verdicht. Als richtlijn bij de opzet van de proefvakken werden de, destijds juist verschenen Franse aanbevelingen voor de verwerking en met name verdichting van grond (RTR 1976) gehanteerd. Hoewel deze aanbevelingen uitgingen van het principe van procescontrole werden de verdichtingsresultaten op de proefvakken gemeten met behulp van destijds in Nederland gebruikelijke productcontrolemethoden als steekring- en Troxler-dichtheidsmetingen, zakkingsmetingen en ondiepe penetratieproeven (slag- en druk-sonderingen). De conclusies uit de metingen lieten zien dat de aanbevelingen volgens RTR 1976 voor de toegepaste zanden niet bevredigend zijn. Nadat een aantal jaren later de herziene Franse aanbevelingen GTR 1992 waren uitgekomen werden de proefvakresultaten daarvan opnieuw getoetst, uitgaande van de verbeterde Franse grondclassificatie en de nieuwe, realistische aanpak ten aanzien van de interactie tussen de lagen voor aanvulling/ophoging en zandbed. Het bleek dat de proefvakresultaten redelijk overeenkomen met de aanbevelingen volgens GTR 1992, maar dat deze richtlijnen in Nederland toch niet zonder meer toepasbaar zijn. De grondclassificatie, de apparatuurclassificatie en de benadering voor wat betreft de interactie van zandbed en aanvulling/ophoging vormen echter zeer waardevolle verbeteringen bij de voorspelling van het verdichtinsgedrag van Nederlands zand.
In hoofdstuk 4 is uitgebreid aandacht besteed aan de analyse van het verdichtingsproces en de verdichtingscontrole. Het verdichtingsproces wordt beheerst door materiaal-, materieel- en procesparameters, alsmede randvoorwaarden. De materiaalparameters worden geleverd door de korrelgrootteverdelingscurve, de Proctorcurve, de zandequivalentwaarde en de methyleenblauwwaarde. De materieelparameters (zwaarte, frequentie, amplitude) worden bepaald door de keuze van de verdichtingsmachine, terwijl de procesparameters (laagdikte, aantal overgangen, walssnelheid) volgen uit de verdichtingsaanbevelingen. Belangrijke randvoorwaarden zijn het vochtgehalte en de weersomstandigheden tijdens de verdichting en verder de klankbodemkwaliteit en de zijdelingse opsluiting van het zand.
Voor wat betreft de opleveringscontrole wordt aandacht besteed aan mogelijke oorzaken van afkeuring en aan de mondiale en de Nederlandse aanpak en met name aan de methoden die leiden tot een goed inzicht in de mechanische kwaliteit van het verdichte zand: de statische en dynamische plaatbelastingsproef, de ondiepe penetratieproef en de continue verdichtingscontrole.
Tenslotte worden in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies geformuleerd ten aanzien van de door verdichting verkregen mechanische kwaliteit van zand en de belangrijke aspecten van trilwalsverdichting voor wat betreft de zandsoort, de trilwals, de randvoorwaarden in het terrein en de verdichtingscontrole en -middelen.