Gevolgklassen
Om te voldoen aan het uitgangspunt van een individueel risico per persoon per jaar van 10-5 zijn bouwwerken ingedeeld in gevolgklassen. De gevolgklasse waarin een bestaande constructie wordt ingedeeld, heeft direct effect op de belastingfactor die dient te worden gehanteerd (zie paragraaf 7.3.2).
Die indeling van de gevolgklassen heeft een relatie met het aantal personen dat slachtoffer kan worden van een incident en de maatschappelijke schade die falen tot gevolg heeft. Voorheen werd in de TGB-reeks daarvoor de indeling in veiligheidsklassen gehanteerd. De voor Nederland te hanteren indeling is neergelegd in de Nationale bijlage bij NEN-EN 1990. De NEN 8700 verwijst naar de indeling in NEN-EN 1990.
Het overzicht van de gevolgklassen, inclusief voorbeelden van toepassingen, is gegeven in tabel 3-1. De tabel is gebaseerd op de tabel NB.21 uit NEN 8700. Een bouwwerk kan overigens ook onderdelen bevatten waarvan het bezwijken minder ernstige gevolgen heeft dan op grond van de gevolgklasse van het gehele bouwwerk aan de orde zal zijn. Daarom mogen dergelijke constructieve onderdelen in een andere (lagere) gevolgklasse worden ingedeeld. Bijvoorbeeld:
- Een hekwerk langs een fietspad dat over een brug voert zou een voorbeeld kunnen zijn van een bouwconstructie die in een lagere gevolgklasse wordt ingedeeld dan de gevolgklasse voor de brug als geheel.
- Afhankelijk van de wijze van funderen en de gevolgen van het bezwijken van een funderingselement, gerelateerd aan de gevolgklasse-omschrijving in tabel NB.20 – B1 van de Nationale bijlage bij NEN-EN 1990, kan een funderingselement ook in een lagere gevolgklasse worden ingedeeld dan waarin het kunstwerk als geheel moet worden ingedeeld. Een risicoanalyse moet uitwijzen of dat aan de orde is.
Tabel 3-1. Overzicht gevolgklassen
| Gevolg-klasse a | Definitie van gevolgklassen Tabel NB.20 – B1: normatief | Voorbeelden van toepassingen Tabel NB.21 – B1: informatief |
CC3 | Grote gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens b , of zeer grote economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving | Bruggen en viaducten in en over hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen Dit betreft bruggen:
|
CC2 | Middelmatige gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of aanzienlijke economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving | Bruggen die niet zijn ingedeeld in CC 1 of CC 3 |
CC1b | Geringe gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens en kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving | Bruggen waarvoor gedurende de gehele ontwerplevensduur geldt:
Bruggen in landwegen, woonwijken, enzovoort |
CC1a | Nagenoeg uitgesloten verlies van mensenlevens en zeer kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving | |
a Voorbeelden voor de toepassing van de gevolgklassen staan in tabel NB.21 – B1 en zijn informatief.b Bedoeld zijn situaties van bouwwerken, waarin zich tegelijkertijd veel mensen kunnen ophouden en waarbij bij bezwijken van een essentieel onderdeel ineens een groot aantal mensen kan worden getroffen. | ||