Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden
Deze tekst is gepubliceerd op 13-06-23

Risicoscore

Om een inschatting te kunnen maken van de risicoverhoudingen tussen de objecten onderling kan een methodiek worden toegepast waarbij een risicoscore per object wordt bepaald. De risicoscore van elk object wordt bepaald door het product van de kans (technische aspecten) en het gevolg (omgevingsaspecten). Beheerders en technisch adviseurs kunnen daarbij gezamenlijk de waardering toekennen aan de individuele aspecten. In navolgend voorbeeld (betonconstructie) is deze opgebouwd uit de op groepsniveau genoemde aspecten belastingen, draagvermogen, schades en degradatie en de omgevingsgevolgen:
  • De technische aspecten, belastingen, draagvermogen, schades en degradatie. Deze worden vertaald naar het aanwezig zijn hiervan in de constructie (uitgedrukt in A). In deze fase van de risicobeoordeling worden de aspecten alle qua zwaarte hetzelfde meegeteld. Voor de maat van Ai die betrekking heeft op de oorspronkelijke ontwerpverkeersklasse geldt:

    Oude verkeersklasse (VOSB 1963 resp. VOSB 1933/1938)A
    i
    Klasse 60, VK A1
    Klasse 45, VK B3
    Klasse 30, VK C9
    Verder geldt dat bij schade, zoals scheurvorming, de waarde A dient te worden opgehoogd, afhankelijk van de oorzaak van de schade. Voor buigscheuren geldt Ai = 2 terwijl voor scheuren die duiden op een te grote dwarskracht een waarde Ai = 4 toepasselijk is. Deze waarden zijn bepaald uit de verschilkans tussen vloei en breuk van de wapening. Bij dwarskrachtscheuren is deze kans groter dan bij buiging, daarom wordt de waarde Ai = 4 gehanteerd. Voor scheuren zonder constructieve gevolgen (krimpscheuren) dient de waarde A niet te worden opgehoogd (mits de scheuren geen kans op gevolgschade hebben zoals corrosie van de wapening).
    Voor andere aspecten zoals beschadigde opleggingen, steunpuntzakkingen, scheuren corrosie, en dergelijke kan op een analoge wijze de waarde voor Ai worden bepaald zodanig dat deze de toename van de kans representeert gegeven het waargenomen fenomeen.
  • De omgevingsgevolgen welke worden uitgedrukt in de betrouwbaarheidsindex van de gevolgklasse bij afkeurniveau (respectievelijk CC1b, CC2 en CC3). Uitgangspunt is dat het risico gelijk blijft. Dus kans maal gevolg is een constante (gelijk risico). Het relatieve gevolg kan dan worden uitgedrukt in het relatieve gevolg ten opzichte van het niveau CC1b.
    GevolgklasseBetrouwbaarheidsindexRelatief gevolg (C)
    CC1b1,51
    CC22,510
    CC33,570
De totaalscore voor het risico per object wordt in dat geval bepaald door:
Robject=CAi(4.2)
Een voorbeelduitwerking voor eenzelfde kunstwerk ontworpen in een verschillende gevolgklasse, is gegeven in tabel 4-1. In het voorbeeld wordt het volgende onderscheid voor de beschouwde bruggen gemaakt:
bruggevolgklasseverkeersklasse bij ontwerptandopleggingwaargenomen scheuren
A
CC3
klasse 60
ja
geen
B
CC2
klasse 60
ja
geen
C
CC1b
klasse 30
nee
geen
D
CC1b
klasse 30
ja
moment en buiging
In het voorbeeld wordt zichtbaar dat de gevolgklasse zeer bepalend is voor de risicoprioritering. Alleen bij veel technische aspecten kan het risico zodanig zijn dat bijvoorbeeld een brug in CC1b een hogere totaalscore krijgt dan een brug in CC2. In tabel 4-1 is te zien dat brug A de hoogste prioriteit heeft. Dit komt door het hoge risico veroorzaakt door het zeer grote gevolg.
Zoals eerder aangegeven betreft de risicobeoordeling een kwalitatieve vergelijking. Er kan om die reden geen oordeel worden gegeven over het al dan niet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de constructieve veiligheid van de objecten. Een uitspraak op basis van expert judgement, over de score waarbij kunstwerken veilig zijn of niet, wordt niet mogelijk geacht. Voor de kwantitatieve beoordeling van de constructieve veiligheid wordt verwezen naar de volgende paragraaf (paragraaf 4.3).
Tabel 4-1. Voorbeelduitwerking voor de bepaling van de risicoscore voor een betonnen kunstwerk
AspectKunstwerk
ABCD
Omgevingsgevolgen C:
C
C
C
C
i
gevolgklasse
CC3
70
CC2
6
CC1b
1
CC1b
1
Totaal C
70
10
1
1
Technische aspecten A:
A
i
A
i
A
i
A
i
Ontw.verkeerskl. anders dan vk60 of vkA:
vk60
1
vk60
1
vk30
9
vk30
9
Constructiedetails:
tandoplegging
ja
1
ja
1
nee
0
ja
1
dwarskrachtscheuren
nee
0
nee
0
nee
0
ja
4
momentscheuren
nee
0
nee
0
ja
2
ja
2
Totaal A (∑A
i
)
2
2
11
16
Totaalscore (CxA):
140
20
11
16