Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Drones - CROW-CUR Handboek 7:2023
Deze tekst is gepubliceerd op 20-06-23

D4/4-D – Drone monitoring

De scheidslijn tussen een herhaalde toestandsinspectie met een drone en een monitoringsinspectie is niet scherp. Je kunt je voorstellen dat een constructie ééns in de twee jaar of tweemaal per jaar wordt geïnspecteerd. Beide zijn herhaaldelijk en met een frequentie. Het helpt om daarbij te betrekken of de inspectie als onderdeel van een regulier inspectieprogramma wordt uitgevoerd of dat de herhaalde inspectie focus heeft op een specifiek onderdeel, gebrek of omstandigheid.
Het Handboek Monitoring gaat voor monitoring uit van de volgende definitie:
Monitoring is het herhaaldelijk inwinnen van de conditie van een object. Dit kan zijn een specifiek onderdeel, een specifiek gebrek of specifieke omstandigheid. Dit om inzicht te krijgen in ontwikkelingen van gedrag en conditie, met als doel toekomstig falen tijdig vast te stellen. Om vervolgens een uitspraak te kunnen doen worden de ingewonnen data eerst geïnterpreteerd en geanalyseerd. Hier volgt een conclusie en advies uit.
Kenmerken van monitoring zijn:
  • - Herhaaldelijk inwinnen;
  • - Frequentie van meting(continue/discontinue);
  • - Inwinningswijze (handmatig/geautomatiseerd);
  • - Wijze van opname (mobiel/stationair/remote sensing)
Zie bron: Handboek Monitoring

Met een drone-inspectie kan invulling gegeven worden aan monitoring als het gaat om herhaalde uitvoering, discontinue meting, geautomatiseerde inwinningswijze en gebruikmakend van een mobiel platform als drager van sensoren en opname-apparatuur.
Op basis van de probleemstelling en de behoefte waar de monitoring invulling aan geeft, dient vastgesteld te worden of de drone-inspectie daar deels of geheel invulling aan kan geven. Indien de inzet van een drone van waarde is, zullen in de uitvraag specifieke uitgangspunten en eisen opgenomen moeten worden. Deze uitgangpunten en eisen kunnen aanvullend of vervangend zijn op de teksten in CUR-Aanbeveling 117.
Kenmerken uitvoering CUR 117 bij inspectiecategorieNieuwe en aanvullende teksten voor inzet van drones
Te leveren producten door opdrachtnemer:
  • Object-specifiek monitoringsplan
  • In het object-specifiek monitoringsplan moet aangegeven zijn welke onderdelen, welke gebreken en/of omstandigheden met welke middelen en voorzieningen gaan worden onderzocht. Het gebruik van een drone uitgerust met specifieke sensoren en opnameapparatuur is daar onderdeel van.
  • Vlieg-, vaar- of loop-plan, vergunningen, certificaten et cetera.
  • Reproduceerbaarheid
Voor reproduceerbaarheid en toekomstig vergelijk, dienen vlieg, vaar of loopdata van de drone (GPS-data met x,y,z-waarden en afstand tot het oppervlak) te worden aangeleverd aan OG.
Benodigde informatie vooraf door opdrachtgever te verstrekken:
  • De te onderzoeken eigenschappen
  • Indien de te onderzoeken eigenschappen zich binnen het bereik van de toepasbare meetsensoren, beeldopnameapparatuur en het werkgebied van de drone bevinden en tot betrouwbare resultaten leiden, kan de monitoring (deels) met een drone uitgevoerd worden.
  • Maximale vlieghoogte, maximale opnameafstand en evt. beperkende omgevingsfactoren.
Inzet mensen:
Opleiding en kennisAanvullend bij inzet van een drone: de inzet van een gecertifieerde dronepiloot
Kwaliteitsborging:
Aanvullend:
Plan: er dient een inspectieplan te worden opgesteld, waar helder uit blijkt welke onderdelen met een drone worden geïnspecteerd.
Do: werkzaamheden conform monitoringsplan en inspectieplan uitgevoerd, feitelijk gerapporteerd.
Check: van alle bouwdelen en elementen zijn duidelijke overzichts- en eventuele schade-/gebreks-/risico-foto’s, registraties of opnames.