Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Inspectie elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties
Deze tekst is gepubliceerd op 02-01-20

Veiligheid en gezondheid

In deze paragraaf komen de verschillende aspecten van veiligheid en gezondheid aan bod. De tekst uit paragraaf 4.4 van de CUR-aanbeveling 117 ‘Inspectie en advies kunstwerken’ is hierbij als basis gebruikt. Specifieke aspecten die van belang zijn voor de inspectie van elektrotechnische en werktuigbouwkundige onderdelen en als invulling kunnen dienen voor het V&G-plan komen aan bod. In de opbouw van deze paragraaf wordt per gevaartype de voor werktuigbouwkunde en elektrotechniek aandachtspunten en relevante onderdelen van de wet- en regelgeving opgenoemd. Hier wordt geen volledige weergave van de wetgeving gegeven, maar alleen de belangrijke zaken genoemd. Verdere informatie met betrekking tot wet- en regelgeving is te vinden op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook wordt uitgegaan dat de persoon die de inspectie uit zal voeren in het bezit is van een VCA-certificaat en, indien gevraagd, aanvullende certificaten. Deze aanvullende certificaten zullen genoemd worden bij de specifieke gevaren en in paragraaf 2.2 Vergunningen en bevoegdheden. Opgemerkt wordt dat de gegeven certificaten geen uitputtende lijst vormen. Er zijn vast meer certificaten te benoemen, nu en in de toekomst.
Naast de veiligheid tijdens de inspectie specifiek zal ook kort worden ingegaan op wet- en regelgeving die relevant is voor het creëren van een veilige omgeving voor alle gebruikers. Wet- en regelgeving van toepassing voor de inspectie van beton, staal, hout etc. worden hier niet genoemd, maar zijn te vinden in de respectievelijke handboeken. Veel van wat hieronder wordt genoemd is generiek toepasbaar bij elke inspectie of werkzaamheden. Toch is gekozen bij Werktuigbouw- en elektrotechnische installaties iets meer aandacht te geven aan dit onderwerp omdat met naast beweegbare en elektrische delen ook te maken heeft met andere aspecten en/of andersom. De aandacht er goed bijhouden speelt hier, zoals men zich kan voorstellen, een wat grotere rol.
Bij de inspectie van beweegbare objecten komen specifieke risico’s voor die niet van toepassing zijn voor statische objecten. Deze risico’s zijn als gevolg van de wet- en regelgeving in de voorbije jaren sterk verminderd, maar nog niet weggenomen. In het bijzonder oudere objecten zijn niet aangepast aan de huidige richtlijnen. Daarnaast zijn niet bij ieder object alle gevaren en risico’s voldoende in beeld, waardoor pictogrammen of afschermingen kunnen ontbreken. Tijdens de voorbereiding van de inspecties dienen daarom de risico’s in beeld te worden gebracht en beheerst, waarvoor een toolbox meeting dient te worden gebruikt. In deze paragraaf zullen de voorkomende risico’s en gevaren benoemd worden met maatregelen om de inspectie veilig te laten verlopen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het niet mogelijk is alle gevaren voor ieder object te vatten en dat per object apart de relevante gevaren en risico’s bepaald moeten worden, maar moeten in principe ook in de V&G plan van het object staan.
Wat daarom belangrijk is om te doen voor aanvang van een inspectie, is een zgn. ‘Laatste Minuut Risico Analyse’, ook wel LMRA genoemd; een korte analyse waarbij men:
  1. Zich afvraagt of de uit te voeren werkzaamheden duidelijk en bekend zijn (wat ga ik doen).
  2. De risico’s waaraan men wordt blootgesteld duidelijk en bekend zijn (valgevaar, struikelgevaar, mogelijkheid tot in het water vallen/verdrinking, etc.).
  3. De omstandigheden waaronder de inspectie plaatsvindt duidelijk en bekend zijn. (Weersomstandigheden, temperatuur, elektriciteit waar nodig uitgeschakeld, maar ook of bekend is wat te doen bij een calamiteit of ongeval).
  4. Het bepalen en uitvoeren van maatregelen die genomen moeten worden om de nog aanwezige risico’s weg te nemen of aanvaardbaar te maken.
Dit laatste punt betreft naast organisatorische maatregelen (spanningsloos maken, toepassen van wegafzettingen, etc.) vooral het gebruik van PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) zoals werkschoenen, reflecterende kleding, helm en veiligheidsbril, maar in het geval van bruggen en sluizen ook een reddingsvest. Let daarbij vooral op loszittende kleding wanneer u zich bevindt in de buurt van bewegende delen.