Gevolgklassen indeling
In de praktijk worden regelmatig discussies gevoerd over de aan te houden gevolgklasse bij de beoordeling van het bouwwerk, of constructieve onderdelen daarvan. Dit begrip is gedefinieerd in de NEN-EN 1990 en voor Nederland nader uitgewerkt in tabel NB.20 van de Nationale Bijlage.
Onderscheid wordt gemaakt in drie klassen (Consequence Classes), CC1, CC2 en CC3. De klasse geeft het onderscheid aan in ernst van het aantal slachtoffers en de economische schade bij het bezwijken van een object of een deel daarvan.
Voor het maken van een herberekening moet een object worden ingedeeld in een gevolgklasse conform tabel 1 die is overgenomen uit tabel NB.23 en NB.24 uit de NEN-EN 1990. Een combinatie van aspecten kan tot een andere inschatting van de gevolgklasse leiden. Per locatie zal de afweging verschillen, ook dient men rekening te houden met eventuele gevolgschade voor derden.
Tabel 1
| Gevolgklasse | Omschrijving – Tabel NB.23 – B1 — Definitie van gevolgklassen | Tabel NB.24 – B1 — Voorbeelden van toepassingen gevolgklassen voor bouwwerken |
| CC3 | Grote gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of zeer grote economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving. | Bruggen in en over hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen Dit betreft bruggen:
|
| CC2 | Middelmatige gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of aanzienlijke economische of sociale gevolgen voor de omgeving. | Bruggen die niet zijn ingedeeld in CC 1 of CC 3 |
| CC1 | Geringe gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens en kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving. | Bruggen waarvoor gedurende de gehele ontwerplevensduur geldt:
|
| (NEN-NEN 1990) | ||