Werkwijze registratie tijdens boomveiligheidscontrole
De uitvoering van de boomveiligheidscontrole gebeurt op basis van een correcte voorbereiding, zoals beschreven in paragraaf 3.2.
Tijdens de uitvoering van de boomveiligheidscontrole wordt een aantal typen kenmerken vastgelegd, zie figuur 5.
Tijdens de uitvoering van de boomveiligheidscontrole wordt een aantal typen kenmerken vastgelegd, zie figuur 5.
Figuur 5. Typen kenmerken
| Type kenmerk | Kenmerk (zie paragraaf 2.3) | Voorbeeld |
| Controle-administratie |
| |
| Identificatie | op basis van boomnummer (1) in combinatie met boomlocatie (2) | toets op aanwezigheid op de aangegeven locatie |
| Resultaten waarneming |
| Bijvoorbeeld:
|
| Adviezen |
| Bijvoorbeeld:
|
| Opmerkingen |
| Bijvoorbeeld:
|
| Optioneel: toetsing van overige kenmerken |
| toetsing afhankelijk van opdracht |
Opmerkingen
Als de controleur aanvullende bevindingen heeft die relevant zijn voor de boomveiligheid, en deze niet binnen de gestandaardiseerde kenmerken en waarden kunnen worden geplaatst, dan noteert de controleur deze opmerking (10.7). Deze aanvullende bevindingen kunnen slaan op vrijwel alle stappen:
Als de controleur aanvullende bevindingen heeft die relevant zijn voor de boomveiligheid, en deze niet binnen de gestandaardiseerde kenmerken en waarden kunnen worden geplaatst, dan noteert de controleur deze opmerking (10.7). Deze aanvullende bevindingen kunnen slaan op vrijwel alle stappen:
- resultaten waarneming: bijvoorbeeld een boomgebrek dat niet in de lijst staat;
- adviezen: bijvoorbeeld een aanvullende opmerking over de veiligheidsmaatregel;
- optioneel: bijvoorbeeld ‘boomsoort niet in lijst, soort is …..’.
Optionele toetsing van kenmerken
Kenmerken die worden meegeleverd door de boomeigenaar hoeven niet te worden gecontroleerd op actualiteit. Als dit wel gewenst is, moet dit in de opdracht nader worden omschreven. Het SUF-BVC voorziet uitsluitend in de controle van boomlocatie, boomsoort, plantjaar en boomhoogteklasse (in figuur 6 aangeduid als ‘b’).
Kenmerken die worden meegeleverd door de boomeigenaar hoeven niet te worden gecontroleerd op actualiteit. Als dit wel gewenst is, moet dit in de opdracht nader worden omschreven. Het SUF-BVC voorziet uitsluitend in de controle van boomlocatie, boomsoort, plantjaar en boomhoogteklasse (in figuur 6 aangeduid als ‘b’).
Figuur 6. Registratie tijdens boomveiligheidscontrole
| Soort informatie | Te registreren kenmerken | ||||
| Toetsing (c) of registratie (d, e, f) | Optioneel: toetsing algemene kenmerken (b) | ||||
| Boomidentificatie + kenmerken algemeen | 1 | Boomnummer | c | ||
| 2 | Boomlocatie | c | b | ||
| 4 | Boomsoort | b | |||
| 5 | Plantjaar | b | |||
| 6 | Boomhoogteklasse | b | |||
| Controleadministratie | 10.1 | Datum controle | d | ||
| 10.2 | Naam controleur | d | |||
| Resultaten waarneming | 10.3 | Boomgebrek(en), inclusief plaats | e | ||
| 10.4 | Gevolg boomgebrek(en) | e | |||
| Adviezen | 10.5 | Boomveiligheidsklasse | d | ||
| 10.6 | Boomveiligheidsmaatregel(en), inclusief urgentie | e | |||
| 10.7 | Opmerkingen | f |