Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen
Deze tekst is gepubliceerd op 04-12-12

Bepalen alternatieven

Om te bepalen of alle onderdelen uit het Programma van Eisen toch een plaats binnen de beschikbare ruimte kunnen krijgen, moet worden gezocht naar ‘speelruimte’. De volgende opties kunnen worden overwogen:
  1. Vervang de optimale variant door een minimale.
  2. Pas maatregelen en technieken uit hoofdstuk 5 toe.
  3. Houd rekening met (extra) beheer- en onderhoudsmaatregelen.
  4. Ga uit van een kortere levensduur van de bomen.
  5. Ontwerp nieuwe oplossingen.
In de checklist ‘Voorbeelden speelruimte per onderdeel’ (§ 4.2.3) staan verschillende mogelijkheden en afwegingen om tot een oplossing te komen.
1 Vervang de optimale variant door een minimale
Zowel voor bomen als voor infrastructurele voorzieningen zijn de ruimtelijke en functionele eisen vastgesteld. Dit zijn richtlijnen – soms met bandbreedtes – waar de mini­male variant van kan worden bepaald. Ook kan van de richtlijnen worden afgeweken, mits goed onderbouwd. Daarnaast kan worden gezocht naar mogelijkheden om onderdelen te vereenvoudigen of te combineren.
De richtlijnen voor bomen staan bij bijlage I.1; de richtlijnen voor de infrastructurele voorzieningen staan in de betreffende standaarden.
2 Pas maatregelen en technieken uit hoofdstuk 5 toe
De maatregelen en constructies uit de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.4 maken het mogelijk infrastructurele voor­zieningen en bomen op korte afstand te combineren.
De keuze is onder andere afhankelijk van de locatie, de beschikbare ondergrondse ruimte en de onderlinge afstand tussen de voorzieningen en de bomen.
Bomen
Voor bomen heeft een standplaats in de ‘volle grond’ de voorkeur. Afhankelijk van de kwaliteit van de grond is verbetering mogelijk met teelgrond, of een van de andere maatregelen en technieken voor groeiplaatsverbetering uit paragraaf 5.4.
De wortelgroei is te sturen door te zorgen voor voldoende doorwortelbare grond van hoge kwaliteit op een plek waar de infrastructurele voorzieningen niet liggen (zie bijlage I.1). Dit biedt echter geen volledige garantie tegen wortelgroei op plekken buiten deze zone. Een sterkere sturing van de wortelgroei wordt verkregen door toepassing van wortelgeleidende en wortelwerende constructies (zie § 5.3.1). Omdat het wortelstelsel zich ontwikkelt volgens de beschikbare mogelijkheden, hoeft een groeiplaats niet cirkelvormig rondom de stam te zijn. Langgerekt, driehoekig of vierkant kan ook, zolang de groeiplaatsomstandigheden maar gelijk blijven. Daarnaast is in principe een minimale breedte van de doorwortelbare ruimte nodig voor de verankering (bijlage I.1.3).
Wanneer de doorwortelbare ruimte verdicht kan raken door verkeersdruk, moeten dragende of drukspreidende constructies worden toegepast (§ 5.2.3, § 5.2.4, § 5.2.5).
Verharding en bomen
De technieken uit paragraaf 5.2 geven bij de juiste uitvoering goede resultaten ter bescherming van infrastruc­turele voorzieningen en voor de optimalisatie van de groeiplaats.
Tabel 5. Toepassing maatregelen en techniekenafhankelijk van locatie en verkeersdruk
Situatie Paragraaf Maatregel
Open grond, onbelast 5.4.1 Aanbrengen teelgrond
Onder licht belasteverharding 5.2.1 Aanbrengenbomenzand
5.2.5 Aanbrengen sandwichconstructies
Onder zwaar belasteverharding 5.2.2 Aanbrengenbomengranulaat
5.2.3 Aanbrengen boomkratten
5.2.4 Aanbrengen boombunkers
Draagkrachtige substraten, dragende constructies en drukspreidende constructies dienen drie doelen:
1 Het maakt de combinatie tussen bomen en verhardingen bij een beperkte ondergrondse ruimte mogelijk. De substraten en constructies zorgen voor draagkracht voor de wegconstructie en voor voldoende doorwortelbare ruimte voor de boom. Onder licht belaste verharding is een sandwichconstructie nodig als er belasting wordt verwacht van voertuigen, zoals een veegwagen op een fiets- of voetpad.
2 Bepaalde typen dragende constructies, namelijk degene die ook verticale wanden hebben, beschermen kabels en leidingen en andere naastliggende ondergrondse voorzieningen tegen boomwortels; tegelijkertijd maakt de dragende constructie gecontroleerde groeiplaatsomstandigheden mogelijk omdat deze kan worden voorzien van teelgrond en eventuele aanvullende boomvoorzieningen.
3 Bepaalde typen dragende constructies zorgen ervoor dat het probleem van wortelopdruk van verhardingen sterk wordt beperkt of helemaal niet meer optreedt.

Groeiplaatsconstructies maken combinaties van bomen en verharding op korte afstand van elkaar mogelijk, onder meer door toepassing van bomenzand met hierop de sandwichconstructie, verticale afscheiding, wortelwerend doek en fijngemalen compost, ingeveegd in de sandwichconstructie

Kabels en leidingen en bomen
De technieken uit paragraaf 5.3 (wortelwering, mantelbuizen en kabelgoten) kunnen bij de juiste toepassing een oplossing bieden. Ook worden kabels en leidingen beschermd door dragende constructies met verticale wanden (bomenbunkers, § 5.2.4).
Aandachtspunten bij toepassing van technieken
Bij toepassing van technieken en maatregelen uit de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.4 moet op de volgende zaken worden gelet.
  • Omdat technieken vaak worden toegepast bij krappe dwarsprofielen, moet voldoende rekening worden gehouden met onder meer de beschikbare werk- en opslagruimte, de logistiek en de consequenties voor omringende voorzieningen.
  • Een aantal technieken vereist een zekere schaalgrootte. Een dergelijke techniek is niet toe te passen voor een enkele boom of voor een korte straatlengte. Dit geldt bijvoorbeeld voor gestuurd boren of persen.
  • Soms vereist een oplossing een combinatie van technieken. Als bijvoorbeeld bomenzand (§ 5.2.1) wordt toegepast voor een goed doorwortelbare en voldoende voedselrijke bodem, moet tegelijkertijd worden voorkomen dat deze grond op termijn te weinig water krijgt en te sterk wordt verdicht, bijvoorbeeld door dichte verharding en geparkeerde auto’s. Pas in dat geval ook andere of aanvullende technieken toe zoals een sandwichconstructie (§ 5.2.5), een infiltratiesysteem (§ 5.4.5) en een beluchtingssysteem (§ 5.4.4).
  • Toepassing van een techniek betekent altijd dat de initiële kosten omhoog gaan. Dit is heel goed te verantwoorden als hierdoor op langere termijn kosten worden bespaard of kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Sommige technieken zijn echter zo kostbaar dat ze slechts voor een enkele, specifieke openbare ruimte in aanmerking komen.
3 Houd rekening met (extra) beheer- en onderhoudsmaatregelen
Knelpunten moeten bij voorkeur structureel worden opge­lost of voorkomen. Maar, soms verdient een oplossing die vaker of intensiever onderhoud vraagt de voorkeur. Wanneer hiervoor wordt gekozen, behoort het beheer- budget al voor de realisatie van het ontwerp gereserveerd te zijn en beschikbaar te blijven. Deze optie is te overwegen als:
  • de kosten van het extra onderhoud lager zijn dan die van een structurele ingreep;
  • het gebruik van de ruimte ingrijpende maatregelen niet toestaat;
  • er een herinrichting of herprofilering is gepland.
De extra beheer- en onderhoudsmaatregelen maken het mogelijk de voorzieningen toch op korte afstand van elkaar te plaatsen en te laten functioneren. Bijvoorbeeld, regelmatig snoeien betekent dat de openbare verlichting ook bij grotere bomen naar behoren blijft functioneren. Sneller opkronen zorgt voor behoud van de vrije doorrijhoogte. Periodiek wortels verwijderen – mits niet schadelijk voor de boom – is een manier om lichte wortelopdruk op te lossen. Hierbij moet ook de verharding vaker worden hersteld.
4 Ga uit van een kortere levensduur van de bomen
Het is een optie om bewust te kiezen voor een korte levens­duur van de bomen. Bijvoorbeeld in een dynamische omgeving, waar de inrichting relatief snel wijzigt, of in situaties waar sprake is van een tijdelijke inrichting, of op locaties met een sterke zetting. Hier kan gekozen worden voor 2e of 3e grootte bomen, of andere soorten met een relatief korte levensduur. Ook kan een 1e grootte boomsoort worden geplant, die wordt vervangen voor er knelpunten ontstaan. Zo kan een boomsoort die in feite te groot wordt voor de beschikbare groeiplaats, toch worden toegepast. Deze aanpak kan acceptabel zijn, bijvoorbeeld als de beeldkwaliteit opweegt tegen de kosten. Indien mogelijk kunnen de bomen die te groot zijn geworden voor de locatie worden verplant.
Bij deze aanpak moet met de volgende aandachtspunten rekening worden gehouden:
  • Er moet na de geplande levensduur voldoende budget zijn om de bomen te vervangen.
  • Wanneer de vervanging wordt uitgesteld, zijn knelpunten met andere typen onder- en bovengrondse voorzieningen te verwachten. Ook is een verminderde groei en terugloop in conditie van de boom zelf te ver­wachten, omdat de groeiplaats te klein wordt.
  • Er moet rekening worden gehouden met weerstand van bewoners. Communiceer daarom goed met de bewoners en onderbouw de ontwerp- en beheer- keuze.
  • Bij verwijderen of vervangen van bomen moet onder andere rekening worden gehouden met de Flora- en faunawet en mogelijk langdurige procedures van de kapaanvraag.
Als de keuze valt op het toepassen van een korte levensduur, is het belangrijk dit duidelijk vast te leggen in een bestuurlijk goedgekeurd beleids- of beheerplan.
5 Ontwerp nieuwe oplossingen
In verschillende projecten zijn door intensieve samenwerking tussen vakdisciplines oplossingen bedacht waardoor het combineren van bomen en infrastructurele voorzieningen mogelijk werd. Een boombak met inwendige hijsogen bijvoorbeeld. Deze biedt ruimte aan een niet te grote boomsoort en kan op het kabel- en leidingentracé worden geplaatst. Bij calamiteiten kan de bak aan de hijsogen worden opgetild en verplaatst. Boomstandplaatsen kunnen ook gedeeltelijk boven het straatniveau worden gerealiseerd. Dit geeft extra doorwortelbaar volume. Bovendien is er minder kans op aanrijdschade en aantasting door zout.

Ontwerp van de locatie aangepast aan een bijzondere – te handhaven – boom

Efficiënte combinatie: deels ingegegraven boombak boven op een kabel- en leidingentracé. Bij calamiteiten kan de bak via inwendige hijsogen worden verwijderd.