Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen
Deze tekst is gepubliceerd op 17-12-12

Bijlage III. Antwoorden op veelgestelde vragen over het combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen

Verhardingen en bomen
1 Zijn verhardingsconstructies zwaar en stevig genoeg om wortelgroei tegen te houden?
30 × 30 tegels, een laag asfalt, betonplaten: zo zwaar en ondoordringbaar als deze materialen lijken, toch kan een boomwortel ze wegdrukken. In de lengtegroei kan een wortel weinig kracht uitoefenen, maar wel in zeer smalle openingen binnendringen. De diktegroei van de wortel kan echter een enorme druk (bij onderzoek is tot 16 bar, of 1,6 MPa, gemeten) uitoefenen, waardoor zelfs zware materialen kunnen worden verplaatst of beschadigd.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 2.2.1 en 2.3.1 voor het oplossen van knelpunten bij verhardingen.
  • Paragraaf 4.2 voor ontwerpoplossingen.
  • Paragraaf 5.2 en 5.3 voor technieken die een oplossing kunnen bieden.
2 Levert het problemen op voor de verhardingsconstructie als de boomwortels dieper in de fundering groeien?
Dit hangt af van de precieze plek in de fundering. Diepere wortelgroei onder de fundering zal geen problemen opleveren.
Er zijn ook constructies die de traditionele funderingen vervangen. Hierbij wordt bijvoorbeeld een tweede maaiveld gecreëerd. De producten bomengranulaat en bomenzand zijn funderingsmateriaal en groeimedium ineen. Hierbij is het de bedoeling dat de wortels in de fundering groeien.
Meer informatie:
  • Bijlagen I.2 en II.2 voor informatie over eisen aan de fundering.
  • Paragraaf 5.2 voor informatie over draagkrachtige substraten, dragende constructies en drukspreidende constructies.
3 Is wortelopdruk afdoende te voorkomen door een plaat of stalen damwand tussen verharding (of kabels en leidingen) en een bomenrij te plaatsen? En kunnen op deze manier ook kabels en leidingen worden beschermd?
Niet altijd. Wel als de constructie volledig correct is aangelegd, aangepast aan de lokale omstandigheden, en goed wordt beheerd. Maar als de constructie niet correct is uitgevoerd, kunnen de wortels er wel onderdoor, door naden of kieren heen, of eroverheen. Er zijn verschillende locaties bekend waar de wortels in een U-bocht onder de plaat door weer omhoog zijn gegroeid en alsnog wortelopdruk onder de verharding veroorzaken. Wanneer een scherm vlakbij grotere, bestaande bomen wordt geplaatst, is er ook het risico dat de constructie te veel wortels beschadigt, waardoor de vitaliteit van de bomen terugloopt, de stabiliteit verslechtert of de bomen dood gaan. Daarnaast is een ononderbroken afscherming alleen mogelijk op locaties waar geen doorsnijding door bijvoorbeeld huisaansluitingen van kabels, leidingen of riolering nodig is.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 2.2.1 en 2.3.1 voor het oplossen van knel­punten bij verhardingen.
  • Paragraaf 2.2.3 voor het oplossen van knelpunten bij kabels en leidingen.
  • Paragraaf 4.2 voor ontwerpoplossingen.
  • Paragraaf 5.2 en 5.3 voor technieken die een oplossing kunnen bieden.
4 Kan ik boomsoorten kiezen die niet oppervlakkig wortelen, zodat geen wortelopdruk zal ontstaan?
Bij veel mensen leeft het idee dat bepaalde bomen een specifiek wortelgestel hebben, en dat er boomsoorten zijn met diepe of oppervlakkige wortels. In theorie (‘genetisch bepaald’) hebben bepaalde boomsoorten inderdaad een meer oppervlakkig, of juist dieper groeiend wortelgestel. Maar, in de praktijk blijkt overal en altijd weer dat boomwortels simpelweg groeien waar wat te halen valt, namelijk daar waar voeding, vocht, zuurstof en doorwortelbare grond is. Boomwortels passen zich gewoon aan de plaatselijke situatie aan. Dit geldt overigens ook in de ‘vrije natuur’. Ook daar komen ondoordringbare lagen, waterkanten, rotsen en dergelijke voor, die de wortels een bepaalde kant op sturen. Bomen zijn efficiënt. Zijn de groeiomstandigheden aan een zijde van de boom goed, dan groeien wortels alleen naar die kant. En bij hogere grondwaterstanden vormen alle boomsoorten een oppervlakkig wortelgestel. Ook de zogenaamde ‘diepwortelaars’.
De achterliggende gedachte bij deze vraag is ‘kunnen we een boomsoort toepassen die geen knelpunten oplevert’?Het antwoord ligt dus niet in de keuze van de boomsoort, maar in de inrichting van de groeiplaats.
Het mooie van de ‘efficiëntie’ van wortels is, dat het dus uitstekend mogelijk is om ze te sturen. En wel zo dat ze groeien waar je ze wilt hebben. Ontwerpers en beheerders kunnen knelpunten dus voorkomen en oplossen door:
  • goede grond (teelaarde of bomenzand) aan te bieden op plaatsen waar wortels geen schade kunnen toebrengen aan andere voorzieningen;
  • groeiomstandigheden in verhardingsconstructies en direct bij kabels, leidingen en riolen zo ongunstig mogelijk te maken.
Daarnaast kunnen indien nodig afschermende voorzieningen tussen wortels en ondergrondse voorzieningen en verhardingsconstructies worden geplaatst.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 2.2.1 en 2.3.1 voor het oplossen van knelpunten bij verhardingen.
  • Paragraaf 4.2 voor ontwerpoplossingen.
  • Paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 voor technieken die een oplossing kunnen bieden.
Kabels en leidingen en bomen
5 Kan ik veilig graven als ik minimaal 2 meter uit de stam blijf?
Het zou gemakkelijk zijn als een vaste afstand kan worden gehanteerd. Dit is helaas niet mogelijk. Een boom is levend materiaal, waardoor de ligging van de wortels niet altijd voorspelbaar is. Dit geldt uiteraard niet als de boom in een bunker is geplant, of er een correcte wortel werende constructie is aangebracht. In andere situaties zal altijd eerst onderzoek moeten plaatsvinden, voordat veilig kan worden gegraven. Relevante factor daarbij is onder andere de diepte van de sleuf. Daarnaast moeten ook de gevolgen van eventuele grondwateronttrekking, of andere activiteiten voor de bouw, worden bepaald. De risico’s van het verwijderen van meer dan 20% van het wortelstelsel, of van wortels dikker dan 4 cm, zijn verlies van stabiliteit, en conditievermindering of afsterven.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 3.3 en 3.4 voor de te treffen maatregelen bij het graven nabij bomen.
6 Is het mogelijk om de kabels en leidingen onder het grondwaterpeil aan te leggen, zodat ze onbereikbaar worden voor boomwortels?
Het is waar dat boomwortels niet in grondwater groeien, uitgezonderd die van een enkele boomsoort, zoals de els (Alnus). Theoretisch is deze uitspraak daarom juist. Praktisch gezien is de aanleg van kabels en leidingen onder het grondwaterpeil echter niet reëel. Aanleg en onderhoud zijn duurder, evenals het materiaal, zeker als wordt gekozen voor een specifieke ‘waterkabel’. Veel kabels en leidingen en hun koppelstukken zijn niet bestand tegen een permanente ligging onder water en de bereikbaarheid levert grote complicaties en hoge kosten op. Wellicht dat dit op een enkele specifieke locatie mogelijk is, in vrijwel alle gevallen moet een andere oplossing worden gekozen.
Riolering, zeker de hoofdbuizen midden onder de weg, ligt vanwege de afstroming onder vrij verval en de daar­bij horende soms aanzienlijke aanlegdiepte, vaak al (deels) onder de grondwaterspiegel. De rioleringsbeheerder kan per locatie aangeven of hiervan sprake is, zodat kan worden bepaald of boomwortels nu of in de toekomst een probleem kunnen gaan vormen.
Meer informatie:
  • Bijlagen I.3 en II.3 voor informatie over kabels en leidingen.
7 Is het mogelijk kabels en leidingen om te leggen als er knelpunten met bomen optreden?
In theorie is dit mogelijk, mits er voldoende ruimte beschikbaar is, en er een zorgvuldige afweging van alle opties, inclusief de kosten, is gemaakt. Voor verlegging moet altijd een verzoek worden ingediend bij de kabel en leidingenbeheerder. In de praktijk blijkt dat omleggen in veel gevallen moeilijk is te realiseren. Vaak is er in de ondergrond geen ruimte om te verleggen. Bij omlegging moeten ook de inspanningen en het discomfort van de werkzaamheden in overweging worden genomen. Daarnaast komt een omlegging de kwaliteit van het net niet ten goede. Niet alleen wordt het tracé minder overzichtelijk, er zijn ook meer koppelingen nodig en juist die zijn gevoelig voor schade. Verder vermindert de capaciteit van het kabelnet als er meer koppelingen zijn; bij communicatiekabels bijvoorbeeld verslechtert het signaal.
Meer informatie:
  • Bijlagen I.3 en II.3 voor informatie over kabels en leidingen.
8 Is het de oplossing om kabels en leidingen in een kabelgoot, leidingenstraat of mantelbuis te leggen?
Kabelgoten en leidingstraten zijn in nieuwe situaties echter beperkt inzetbaar, omdat ze een zettingsvrije ondergrond vereisen, en een voldoende grote lengte zonder aftakkingen. In slappe bodems zijn mantelbuizen een alternatief. Het aanbrengen van gasleidingen in een goot kan problemen opleveren. In bestaande situaties is het ondoenlijk alle reeds aanwezige kabels en leidingen alsnog in een gezamenlijke voorziening onder te brengen. Daar komt bij dat de kosten van kabelgoten en leidingstraten in veel situaties niet opwegen tegen de baten en dat het bovendien vaak moeilijk is om te bepalen voor wiens rekening deze (extra) kosten komen. Het is uiteraard een duurdere oplossing dan kabels en leidingen ‘los’.
Meer informatie:
  • Bijlagen I.3 en II.3 voor informatie over kabels en leidingen.
  • Paragraaf 5.3.2 voor informatie over de praktische toepassing van mantelbuizen en kabelgoten.
9 Klopt het dat er geen beschadigingen kunnen optreden als de wortels de kabel of leiding niet direct raken?
Ook als de wortels de kabel of leiding niet raken, kan beschadiging optreden. Enerzijds door de overgebrachte druk, de wortel drukt de omringende grond namelijk opzij, die vervolgens weer druk uitoefent op de kabel of leiding. Anderzijds bij omwaaien van de boom: de wortelkluit die uit de grond wordt getild, vervormt de omringende grond en oefent daarmee druk uit op kabels en leidingen die daarin liggen. Deze druk kan mogelijk vervorming of breuk van de kabel of leiding veroorzaken.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Bijlagen I.3 en II.3 voor informatie over kabels en leidingen.
  • Paragraaf 2.2.3 voor het oplossen van knelpunten bij kabels en leidingen.
10 Is het een goede oplossing om te werken met persleidingen en gestuurd boren van kabels en leidingen in de nabijheid van te behouden bomen?
Op zich wel, omdat dit een deel van de graafwerkzaamheden voorkomt, waardoor aanwezige wortels worden gespaard. Maar dit is zeker niet op alle locaties en in alle situaties technisch mogelijk, en bijna altijd duurder dan de ‘gewone’ technieken.
Meer informatie:
  • Paragraaf 5.5.2 voor informatie over de praktische toepassing van gestuurd boren en persen.
11 Als we de kabel of leiding midden onder de bestaande boom doorleggen, beschadigt dit het wortelpakket dan het minst?
Als de insteek ruim buiten de kroonprojectie is en de kabel of leiding voldoende diep ligt, is dit een optie. Wel moet rekening worden gehouden met het feit dat de wortels meestal alle kanten op groeien. Bovendien wordt de kabel of leiding slechter bereikbaar voor onderhoud, wat een duidelijk nadeel is. Daarnaast is dit een dure oplossing. Dit vraagt dus om maatwerk. Als er een keuze is bij het leggen van een kabel of leiding vlakbij een bestaande boom, moet de vorm en omvang van het wortelpakket worden bekeken voor de beste locatie.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Bijlagen I.3 en II.3 voor informatie over kabels en leidingen.
  • Paragraaf 5.5.2 voor informatie over de praktische toepassing van gestuurd boren en persen.
12 Kan ik boomsoorten kiezen die diep en compact wortelen, zodat geen conflicten met kabels en leidingen zullen ontstaan?
Zie het antwoord op vraag 4.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 2.2.3 voor het oplossen van knelpunten bij kabels, leidingen en rioleringen.
  • Paragraaf 4.2 voor ontwerpoplossingen.
  • Paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4
13 Als ik ga graven, moet ik dan altijd een Klic- melding doen?
Als er niet handmatig met een schep wordt gegraven, is het verplicht om van tevoren een Klic-melding te doen. De officiële term is: een graafmelding, via Klic-online. Het gaat hierbij om graven met een graafmachine, het gebruik van een freesmachine of het graven met andere mechanische of machinale hulpmiddelen. Ook grond- zuigen en pneumatisch losmaken van de grond valt hier onder ‘graven’.
Meer informatie:
  • Paragraaf 3.1 over de zorgvuldige voorbereiding van werkzaamheden.
  • Paragraaf 5.4.2 over pneumatisch losmaken.
  • Paragraaf 5.5.3 over grondzuigen.
Verlichting en bomen
14 Is het een oplossing om armaturen of lichtmasten te vervangen als de boomkronen de verlichting hinderen?
Ja. Het plaatsen van bijvoorbeeld uithouders, of het anders plaatsen van lichtmasten, kan de verlichting optimaliseren. Het is handig om dit te doen als de masten toch aan vervanging toe zijn. Tot die tijd kan een gericht snoei- beheer, in overleg met de gecertificeerd boomverzorger, de grootste hinder wegnemen.
Meer informatie:
  • Bijlagen I.4 en II.4 voor informatie over verlichting.
  • Paragraaf 2.3.6 over het oplossen van knelpunten bij verlichting.
  • Paragraaf 4.2 voor ontwerpoplossingen.
Bomen en infrastructurele voorzieningen algemeen
15 Is een boom altijd in te passen in het ontwerp?
Nee. De ergernis van elke beheerder (groen en civieltechnisch) is een ontwerp dat op infrastructureel gebied volledig is uitgewerkt en waar tot slot, als aankleding, nog wat ‘groene bolletjes’ in worden gezet. Dit kan voor alle vakgebieden tot problemen leiden. Waar niet voldoende ruimte is, moeten misschien helemaal geen bomen komen, of minder, of kleinere, of moet in een vroeg stadium aan constructies worden gedacht. Waar bomen gewenst zijn, moet voldoende groeiruimte worden gereserveerd, afgestemd op het eindbeeld en het wortelvolume van de volwassen boom. Afstemming is essentieel, boomkeuze en groeiplaatsinrichting moeten vanaf het begin integraal in het ontwerp worden betrokken.
Meer informatie:
  • Hoofdstuk 4 voor informatie over integraal ontwerpen.
16 In onze gemeente staan monumentale bomen op krappe standplaatsen. Daaruit blijkt toch dat bomen ook daar kunnen groeien?
Nee. Dat op sommige locaties op krappe standplaatsen grote of zelfs monumentale bomen staan, is geen bewijs dat deze bomen met een beperkte groeiplaats toekunnen. De bomen zijn vrijwel altijd geplant in een tijd dat de infrastructuur minder plaats innam en de groeiomstandigheden veel gunstiger waren. Vaak was er nauwelijks sprake van verdichting van de ondergrond en bestond de verharding uit elementenverharding.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over de eisen aan de groeiplaats.
17 Zijn vorm en grootte van het wortelstelsel een spiegelbeeld van de boomkroon?
Het volume van het volledige wortelstelsel is ongeveer even groot als dat van de kroon, maar het is er geen spie­gelbeeld van. Het wortelstelsel gaat meestal niet dieper dan een meter en kan, afhankelijk van de groeiomstan­digheden, in horizontale richting zeer verschillende en grillige vormen aannemen. De groei in de diepte gaat vrijwel nooit dieper dan de gemiddelde hoogste grondwaterstand, en maximaal een meter diep. Het wortelstelsel hoeft niet gelijk verdeeld rondom de stam te liggen.
Eenzijdige wortelgroei is mogelijk en hoeft geen probleem te zijn.
Wortels kunnen zeer lang worden: bij een boom met een kroondiameter van 10 meter bijvoorbeeld wel 30 meter.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
18 Verschilt het wortelstelsel per boomsoort?
De vorm en de ligging van de wortels verschillen in natuurlijke situaties per boomsoort. Een aantal soorten wortelt oppervlakkiger dan andere. In stedelijke situaties, of andere situaties waarin de ondergrondse groeiruimte of -kwaliteit beperkt is, maakt de boomsoort vrijwel geen verschil. De wortels groeien dan afhankelijk van de beschikbare mogelijkheden – ze volgen ‘de gemakkelijkste weg’ – en zoeken de meest gunstige groeiomstandigheden, zoals vlak onder de verharding.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
19 Is de bodem zo sterk te verdichten dat er geen wortels meer in zullen groeien?
Bodemverdichting is niet geschikt als techniek om wortelgroei tegen te houden. Ten eerste is het technisch moeilijk haalbaar een grondpakket zodanig te verdichten dat het voor langere tijd echt ondoordringbaar is. Haarwortels zullen altijd kleine openingen weten te vinden. In de tweede plaats is een doorgaande strook van verdichte grond, die als wortelscherm zou kunnen fungeren, in de praktijk meestal niet haalbaar. Bijvoorbeeld in een kabel- en leidingenstrook zijn op allerlei plaatsen onderbrekingen nodig om huisaansluitingen door te voeren. Ook is er kans op beschadigingen tijdens het verdichten, en verslechtert de bereikbaarheid. Omdat kabel- en leidingentracés vaker open gaan, is er meer kans op beschadigingen als de bodem elke keer bij het dichtgooien extra wordt verdicht. Een sterke verdichting kan wel worden ingezet als middel om de bodem plaatselijk minder aantrekkelijk te maken voor wortelgroei. Als de verdichte grond tevens minder voedselrijk en vochtig is, zal het wortelstelsel zich eerder in een andere richting ontwikkelen, vooral als de bodem daar beter doorwortel baar, voedselrijker en vochtiger is.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
20 Waarom moeten we eigenlijk streven naar een optimale groei van bomen?
Tot op zekere hoogte is dit ook niet nodig. Een boom die zijn maximale hoogte of kroonvolume niet bereikt, of waarvan de groei op een gegeven moment stagneert, kan toch een mooi groen beeld opleveren, en de locatie verfraaien.
Er ontstaat wel een probleem als de boom door de slechte groeiomstandigheden ziek wordt, en daarmee overlast of gevaar gaat opleveren, bijvoorbeeld door tak- of stambreuk, als gevolg van een verminderde vitaliteit. Ook kan de boom sneller dood gaan, waardoor eerder vervangingskosten moeten worden gemaakt, en de afschrijving hoger wordt, en kunnen de jaarlijkse onderhoudskosten stijgen, omdat bijvoorbeeld frequentere VTA-controles nodig zijn, of vaker dood hout gesnoeid moet worden. Een ander probleem kan zijn dat de boom het gewenste eindbeeld, zoals vastgelegd in bijvoorbeeld een groenbeleidsplan, niet haalt. Dit kan de kwaliteit van de buitenruimte verminderen. Overigens is de kwaliteit van een boom geen eenduidig begrip, deze wordt bepaald door het doel. Het is van belang om bij aanplant het eindbeeld te bepalen. Dat kan de optimale volwassen grootte van de boom zijn, of kleiner als gevolg van slechtere groeiomstandigheden of een kortere levensduur.
De benodigde m3 ondergrondse groeiruimte die aangelegd moeten worden, worden namelijk vastgesteld op basis van het kroonvolume dat bereikt zal worden, en/of de maximaal haalbare leeftijd. Ook het beheer wordt afgestemd op het eindbeeld.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1 voor informatie over bomen.
21 Waarom is het een probleem om een paar wortels te verwijderen, de boom heeft er toch genoeg?
Een boom heeft inderdaad meestal een uitgebreid wortelpakket, en het verwijderen van een deel van dit wortelpakket, of het doorsteken van een aantal wortels, heeft niet altijd gevolgen. Maar, de gevolgen van het verwijderen van een te groot deel, of van het verkeerde deel van de wortels, kunnen ernstig zijn. Wanneer een boom opeens een te groot deel van het wortelpakket mist, is de aanvoer van vocht en voeding onvoldoende in verhouding tot het inmiddels opgebouwde kroonvolume. Dit leidt tot een verminderde vitaliteit, ziektes en mogelijk overlast of gevaar. Ook het beeld kan minder fraai worden, bijvoorbeeld omdat delen van de kroon afsterven. Wanneer de wortels die voor de stabiliteit zorgen worden doorsneden, kan de boom scheefzakken of omvallen. Voor het verwijderen van wortels is onderzoek door een boomdeskundige nodig. Vuistregels: niet meer dan 20% van het wortelvolume verwijderen, en geen wortels dikker dan 4 cm verwijderen.
Meer informatie:
  • Bijlage I.1 en II.1.2 voor informatie over wortelgroei.
  • Paragraaf 5.1.1 voor informatie over het verwijderen van wortels